Spreuken 5:9

Statenvertaling (States Bible)

Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 38:23-26 : 23 Toen zeide Juda: Zij neme het voor zich, opdat wij misschien niet tot verachting worden; zie, ik heb deze bok gezonden; maar gij hebt haar niet gevonden. 24 En het geschiedde omtrent na drie maanden, dat men Juda te kennen gaf, zeggende: Thamar, uw schoondochter, heeft gehoereerd, en ook zie, zij is zwanger van hoererij. Toen zeide Juda: Breng ze hervoor, dat zij verbrand worde! 25 Als zij voorgebracht werd, schikte zij tot haar schoonvader, om te zeggen: Bij den man, wiens deze dingen zijn, ben ik zwanger; en zij zeide: Beken toch, wiens deze zegelring, en deze snoeren, en deze staf zijn. 26 En Juda kende ze, en zeide: Zij is rechtvaardiger dan ik, daarom, omdat ik haar aan mijn zoon Sela niet gegeven heb. En hij bekende haar voortaan niet meer.
  • Richt 16:19-21 : 19 Toen deed zij hem slapen op haar knieen, en riep een man en liet hem de zeven haarlokken zijns hoofds afscheren, en zij begon hem te plagen; en zijn kracht week van hem. 20 En zij zeide: De Filistijnen over u, Simson! En hij ontwaakte uit zijn slaap, en zeide: Ik zal ditmaal uitgaan, als op andere malen, en mij uitschudden; want hij wist niet, dat de HEERE van hem geweken was. 21 Toen grepen hem de Filistijnen, en groeven zijn ogen uit; en zij voerden hem af naar Gaza, en bonden hem met twee koperen ketenen, en hij was malende in het gevangenhuis.
  • Neh 13:26 : 26 Heeft niet Salomo, de koning van Israel, daarin gezondigd, hoewel er onder vele heidenen geen koning was, gelijk hij, en hij zijn God lief was, en God hem ten koning over gans Israel gesteld had? Ook hem deden de vreemde vrouwen zondigen.
  • Spr 6:29-35 : 29 Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden. 30 Men doet een dief geen verachting aan, als hij steelt om zijn ziel te vullen, dewijl hij honger heeft; 31 En gevonden zijnde, vergeldt hij het zevenvoudig; hij geeft al het goed van zijn huis. 32 Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet; 33 Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden. 34 Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen. 35 Hij zal geen verzoening aannemen; en hij zal niet bewilligen, ofschoon gij het geschenk vergroot.
  • Hos 4:13-14 : 13 Op de hoogten der bergen offeren zij, en op de heuvelen roken zij, onder een eik, en populier, en iepeboom, omdat derzelver schaduw goed is; daarom hoereren uw dochteren, en uw bruiden bedrijven overspel. 14 Ik zal over uw dochteren geen bezoeking doen, omdat zij hoereren, en over uw bruiden, omdat zij overspel doen; want zij zelven scheiden zich af met de hoeren, en offeren met de snoodste hoeren; het volk dan, dat geen verstand heeft zal omgekeerd worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 5:10-11
    2 verzen
    84%

    10Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;

    11En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;

  • Spr 5:6-8
    3 verzen
    81%

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

    7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • Spr 6:24-26
    3 verzen
    76%

    24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

    25Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat ze u niet vangen met haar oogleden.

    26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  • Spr 5:17-18
    2 verzen
    76%

    17Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.

    18Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;

  • 20En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?

  • 3Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.

  • 5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • 17Spaar uw voet van het huis uws naasten, opdat hij niet zat van u worde, en u hate.

  • Spr 2:16-17
    2 verzen
    73%

    16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

    17Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;

  • Job 31:9-11
    3 verzen
    73%

    9Zo mijn hart verlokt is geweest tot een vrouw, of ik aan mijns naasten deur geloerd heb;

    10Zo moet mijn huisvrouw met een ander malen, en anderen zich over haar krommen!

    11Want dat is een schandelijke daad, en het is een misdaad bij de rechters.

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

  • 2Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen.

  • 30Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.

  • 33Uw ogen zullen naar vreemde vrouwen zien, en uw hart zal verkeerdheden spreken.

  • 18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

  • Spr 25:8-10
    3 verzen
    72%

    8Vaar niet haastelijk voort om te twisten, opdat gij misschien in het laatste daarvan niet wat doet, als uw naaste u zou mogen beschaamd hebben.

    9Twist uw twistzaak met uw naaste; maar openbaar het heimelijke van een ander niet;

    10Opdat degene, die het hoort, u niet smade; want uw kwaad gerucht zou niet afgekeerd worden.

  • 29Alzo die tot zijns naasten huisvrouw ingaat; al wie haar aanroert, zal niet onschuldig gehouden worden.

  • 16Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.

  • Hab 2:9-10
    2 verzen
    72%

    9Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.

    10Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel.

  • 28Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben.

  • 5Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.

  • 18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

  • 6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • 6Praal niet voor het aangezicht des konings, en sta niet in de plaats der groten;

  • 10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  • 15Opdat gij misschien geen verbond maakt met den inwoner van dat land; en zij hun goden niet nahoereren, noch hun goden offerande doen, en hij u nodigende, gij van hun offerande etet.

  • 29Gij zult uw dochter niet ontheiligen, haar ter hoererij houdende; opdat het land niet hoerere, en het land met schandelijke daden vervuld worde.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • Spr 4:8-9
    2 verzen
    71%

    8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

    9Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.

  • 13Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed, en pand hem voor een onbekende vrouw.

  • 18En gij zult geen overspel doen.

  • 33Plage en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.

  • 17Wees niet al te goddeloos, noch wees al te dwaas; waarom zoudt gij sterven buiten uw tijd?

  • 31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.