Psalmen 101:4

Statenvertaling (States Bible)

Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 11:20 : 20 De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
  • Spr 22:24 : 24 Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;
  • Matt 7:23 : 23 En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt!
  • 2 Kor 6:14-16 : 14 Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis? 15 En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige? 16 Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.
  • 2 Kor 11:33 : 33 En ik werd door een venster in een mand over den muur nedergelaten, en ontvlood zijn handen.
  • 2 Tim 2:19 : 19 Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.
  • Ps 6:8 : 8 Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.
  • Ps 119:115 : 115 Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.
  • Spr 2:12-15 : 12 Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt; 13 Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis; 14 Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden; 15 Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;
  • Spr 3:32 : 32 Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte.
  • Spr 8:13 : 13 De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
  • Spr 9:6 : 6 Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 101:2-3
    2 verzen
    85%

    2Ik zal verstandelijk handelen in den oprechten weg; wanneer zult Gij tot mij komen? Ik zal in het midden mijns huizes wandelen, in oprechtigheid mijns harten.

    3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

  • Ps 101:5-8
    4 verzen
    78%

    5Die zijn naaste in het heimelijke achterklapt; dien zal ik verdelgen; die hoog van ogen is, en trots van hart, die zal ik niet vermogen.

    6Mijn ogen zullen zijn op de getrouwen in het land, dat zij bij mij zitten; die in den oprechten weg wandelt, die zal mij dienen.

    7Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.

    8Allen morgen zal ik alle goddelozen des lands verdelgen, om uit de stad des HEEREN alle werkers der ongerechtigheid uit te roeien.

  • Ps 26:4-5
    2 verzen
    77%

    4Ik zit niet bij ijdele lieden, en met bedekte lieden ga ik niet om.

    5Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.

  • 4Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.

  • 115Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.

  • 3Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.

  • 13De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

  • 20De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.

  • 101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • 24Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.

  • 20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • 1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

  • 29Een goddeloos man sterkt zich in zijn aangezicht; maar de oprechte, die maakt zijn weg vast.

  • Ps 5:4-5
    2 verzen
    73%

    4Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden.

    5Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.

  • Spr 4:14-15
    2 verzen
    72%

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 12Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;

  • 23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

  • 9Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

  • 17Ik was verbolgen over de ongerechtigheid hunner gierigheid, en sloeg hen; Ik verborg Mij, en was verbolgen; evenwel gingen zij afkerig henen in den weg huns harten.

  • 32Want de afwijker is den HEERE een gruwel; maar Zijn verborgenheid is met den oprechte.

  • 11Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.

  • 7Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.

  • 5Het is niet goed, het aangezicht des goddelozen aan te nemen, om den rechtvaardige in het gericht te buigen.

  • 3Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

  • Ps 10:3-4
    2 verzen
    71%

    3Want de goddeloze roemt over den wens zijner ziel; hij zegent den gierigaard, hij lastert den HEERE.

    4De goddeloze, gelijk hij zijn neus omhoog steekt, onderzoekt niet; al zijn gedachten zijn, dat er geen God is.

  • Job 27:4-5
    2 verzen
    71%

    4Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!

    5Het zij verre van mij, dat ik ulieden rechtvaardigen zou; totdat ik den geest zal gegeven hebben, zal ik mijn oprechtigheid van mij niet wegdoen.

  • 4De boosdoener merkt op de ongerechtige lip; een leugenaar neigt het oor tot de verkeerde tong.

  • 4Hoogheid der ogen, en trotsheid des harten, en de ploeging der goddelozen, zijn zonde.

  • 10De ziel des goddelozen begeert het kwaad; zijn naaste krijgt geen genade in zijn ogen.

  • 27Bij den reine houdt Gij U rein; maar bij den verkeerde houdt Gij U verdraaid.

  • 4Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.

  • 7Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.

  • 26Bij den goedertierene houdt Gij U goedertieren, bij den oprechten man houdt Gij U oprecht.

  • 18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 17En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.

  • 12Een Belialsmens, een ondeugdzaam man gaat met verkeerdheid des monds om;

  • 32De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.

  • 27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • 70%

    8Mijn oog is doorknaagd van verdriet, is veroud, vanwege al mijn tegenpartijders.

  • 4HEERE! doe den goeden wel, en dengenen, die oprecht zijn in hun harten.