Spreuken 19:18

Statenvertaling (States Bible)

Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 13:24 : 24 Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.
  • Spr 29:15 : 15 De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.
  • Spr 29:17 : 17 Tuchtig uw zoon, en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uw ziel vermakelijkheden geven.
  • Spr 22:15 : 15 De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.
  • Spr 23:13-14 : 13 Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven. 14 Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.
  • Heb 12:7-9 : 7 Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?) 8 Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen. 9 Voorts, wij hebben de vaders onzes vleses wel tot kastijders gehad, en wij ontzagen hen; zullen wij dan niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven? 10 Want genen hebben ons wel voor een korten tijd, naar dat het hun goed dacht, gekastijd; maar Deze kastijdt ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 24Die zijn roede inhoudt, haat zijn zoon; maar die hem liefheeft, zoekt hem vroeg met tuchtiging.

  • 19Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij hem uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.

  • Spr 3:11-12
    2 verzen
    80%

    11Mijn zoon! verwerp de tucht des HEEREN niet, en wees niet verdrietig over Zijn kastijding;

    12Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, in denwelken hij een welbehagen heeft.

  • 17Tuchtig uw zoon, en hij zal u gerustheid aandoen, en hij zal uw ziel vermakelijkheden geven.

  • 79%

    18Wanneer iemand een moedwilligen en wederspannigen zoon heeft, die de stem zijns vaders en de stem zijner moeder niet gehoorzaam is; en zij hem gekastijd zullen hebben, en hij naar hen niet horen zal,

    19Zo zullen zijn vader en zijn moeder hem grijpen, en zij zullen hem uitbrengen tot de oudsten zijner stad, en tot de poorte zijner plaats.

  • Spr 23:12-15
    4 verzen
    78%

    12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

    13Weer de tucht van den jongen niet; als gij hem met de roede zult slaan, zal hij niet sterven.

    14Gij zult hem met de roede slaan, en zijn ziel van de hel redden.

    15Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.

  • 6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

  • 5Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.

  • Heb 12:5-8
    4 verzen
    76%

    5En gij hebt vergeten de vermaning, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijkt niet, als gij van Hem bestraft wordt;

    6Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.

    7Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)

    8Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.

  • Spr 19:26-27
    2 verzen
    76%

    26Wie de vader verwoest, of de moeder verjaagt, is een zoon, die beschaamd maakt, en schande aandoet.

    27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • 15De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.

  • 75%

    4En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.

  • 15De roede, en de bestraffing geeft wijsheid; maar een kind, dat aan zichzelf gelaten is, beschaamt zijn moeder.

  • Spr 17:25-26
    2 verzen
    75%

    25Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.

    26Het is niet goed, den rechtvaardige ook te doen boeten, dat de prinsen iemand slaan zouden om hetgeen recht is.

  • 20Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder.

  • 17Zie, gelukzalig is de mens, denwelken God straft; daarom verwerp de kastijding des Almachtigen niet.

  • 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

  • 11Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

  • 1Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.

  • Spr 29:20-21
    2 verzen
    72%

    20Hebt gij een man gezien, die haastig in zijn woorden is? Van een zot is meer verwachting dan van hem.

    21Als men zijn knecht van jongs op weeldig houdt, hij zal in zijn laatste een zoon willen zijn.

  • 17Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

  • 20Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

  • 13Smarten ener barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.

  • 14Ziet nu, heeft hij een zoon gewonnen, die al de zonden zijn vaders, die hij doet, aanziet, en toeziet, dat hij dergelijke niet doet;

  • 21Gij vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij niet moedeloos worden.

  • 13Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.

  • 21Wie een zot genereert, die zal hem tot droefheid zijn; en de vader des dwazen zal zich niet verblijden.

  • 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

  • 22Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is.

  • 1De spreuken van Salomo. Een wijs zoon verblijdt den vader; maar een zot zoon is zijner moeder droefheid.

  • 5Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  • 20Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.