Spreuken 23:18

Statenvertaling (States Bible)

Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 9:18 : 18 De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen.
  • Spr 24:14 : 14 Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
  • Jer 29:11 : 11 Want Ik weet de gedachten, die Ik over u denk, spreekt de HEERE, gedachten des vredes, en niet des kwaads, dat Ik u geve het einde en de verwachting.
  • Ps 37:37 : 37 Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.
  • Spr 24:20 : 20 Want de kwade zal geen beloning hebben, de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden.
  • Luk 16:25 : 25 Maar Abraham zeide: Kind, gedenk, dat gij uw goed ontvangen hebt in uw leven, en Lazarus desgelijks het kwade; en nu wordt hij vertroost, en gij lijdt smarten.
  • Rom 6:21-22 : 21 Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood. 22 Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven.
  • Fil 1:20 : 20 Volgens mijn ernstige verwachting en hoop, dat ik in geen zaak zal beschaamd worden; maar dat in alle vrijmoedigheid, gelijk te allen tijd, alzo ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door den dood.
  • Heb 10:35 : 35 Werpt dan uw vrijmoedigheid niet weg, welke een grote vergelding des loons heeft.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 14Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.

  • Spr 10:27-28
    2 verzen
    75%

    27De vreze des HEEREN vermeerdert de dagen; maar de jaren der goddelozen worden verkort.

    28De hoop der rechtvaardigen is blijdschap; maar de verwachting der goddelozen zal vergaan.

  • 17Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.

  • 17En er is verwachting voor uw nakomelingen, spreekt de HEERE; want uw kinderen zullen wederkomen tot hun landpale.

  • 18De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen.

  • 34Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • Ps 37:37-38
    2 verzen
    71%

    37Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.

    38Maar de overtreders worden te zamen verdelgd. het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.

  • Spr 20:21-22
    2 verzen
    71%

    21Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.

    22Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.

  • 12De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens.

  • 7Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden.

  • 23De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede; maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid.

  • 6Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?

  • 3Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.

  • Ps 37:7-10
    4 verzen
    70%

    7Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert.

    8He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen.

    9Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten.

    10Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

  • 7Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.

  • 18En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, gerustelijk zult gij slapen;

  • 7Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan.

  • 13Maar gij, ga henen tot het einde, want gij zult rusten, en zult opstaan in uw lot, in het einde der dagen.

  • Job 8:13-14
    2 verzen
    69%

    13Alzo zijn de paden van allen, die God vergeten; en de verwachting des huichelaars zal vergaan.

    14Van denwelke zijn hoop walgen zal; en zijn vertrouwen zal zijn een huis der spinnekop.

  • 18Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.

  • Spr 24:18-20
    3 verzen
    69%

    18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

    19Ontsteek u niet over de boosdoeners; zijt niet nijdig over de goddelozen.

    20Want de kwade zal geen beloning hebben, de lamp der goddelozen zal uitgeblust worden.

  • 18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

  • 18Ziet, des HEEREN oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijn goedertierenheid hopen.

  • 23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.

  • 11En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;

  • 20Maar de ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.

  • 18Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.

  • 11Maar wij begeren, dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze, tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe;

  • 31Caph. Want de Heere zal niet verstoten in eeuwigheid.

  • Pred 8:12-13
    2 verzen
    68%

    12Hoewel een zondaar honderd maal kwaad doet, en God hem de dagen verlengt; zo weet ik toch, dat het dien zal welgaan, die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen.

    13Maar den goddeloze zal het niet welgaan, en hij zal de dagen niet verlengen; hij zal zijn gelijk een schaduw, omdat hij voor Gods aangezicht niet vreest.

  • 7Uw beginsel zal wel gering zijn; maar uw laatste zal zeer vermeerderd worden.

  • 12Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • 16Zo is voor den arme verwachting; en de boosheid stopt haar mond toe.

  • 23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

  • 20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.

  • 9Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.

  • 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.

  • 18Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE.

  • 15Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.