Job 11:18

Statenvertaling (States Bible)

En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, gerustelijk zult gij slapen;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 3:24-26 : 24 Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen. 25 Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt. 26 Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.
  • Ps 3:5 : 5 Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. Sela.
  • Ps 4:8 : 8 Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn. [ (Psalms 4:9) Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen. ]
  • Lev 26:5-6 : 5 En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen. 6 Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
  • Job 6:11 : 11 Wat is mijn kracht, dat ik hopen zou? Of welk is mijn einde, dat ik mijn leven verlengen zou?
  • Job 7:6 : 6 Mijn dagen zijn lichter geweest dan een weversspoel, en zijn vergaan zonder verwachting.
  • Job 22:27-29 : 27 Gij zult tot Hem ernstiglijk bidden, en Hij zal u verhoren; en gij zult uw geloften betalen. 28 Als gij een zaak besluit, zo zal zij u bestendig zijn; en op uw wegen zal het licht schijnen. 29 Als men iemand vernederen zal, en gij zeggen zult: Het zij verhoging; dan zal God den nederige van ogen behouden.
  • Spr 14:32 : 32 De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.
  • Rom 5:3-5 : 3 En niet alleenlijk dit, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; 4 En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop; 5 En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.
  • Kol 1:27 : 27 Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;
  • Ps 43:5 : 5 Wat buigt gij u neder, o mijn ziel! en wat zijt gij onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige Verlossing mijns aangezichts, en mijn God.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 19En gij zult nederliggen, en niemand zal u verschrikken; en velen zullen uw aangezicht smeken.

  • Job 11:15-17
    3 verzen
    81%

    15Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.

    16Want gij zult de moeite vergeten, en harer gedenken als der wateren, die voorbijgegaan zijn.

    17Ja, uw tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als de morgenstond zult gij zijn.

  • Spr 3:23-26
    4 verzen
    76%

    23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

    24Zo gij nederligt, zult gij niet schrikken; maar gij zult nederliggen en uw slaap zal zoet wezen.

    25Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt.

    26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.

  • Job 4:5-6
    2 verzen
    73%

    5Maar nu komt het aan u, en gij zijt verdrietig; het raakt tot u, en gij wordt beroerd.

    6Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?

  • Job 5:21-25
    5 verzen
    73%

    21Tegen den gesel der tong zult gij verborgen wezen, en gij zult niet vrezen voor de verwoesting, als zij komt.

    22Tegen de verwoesting en tegen den honger zult gij lachen, en voor het gedierte der aarde zult gij niet vrezen.

    23Want met de stenen des velds zal uw verbond zijn, en het gedierte des velds zal met u bevredigd zijn.

    24En gij zult bevinden, dat uw tent in vrede is; en gij zult uw woning verzorgen, en zult niet feilen.

    25Ook zult gij bevinden, dat uw zaad menigvuldig wezen zal, en uw spruiten als het kruid der aarde.

  • 18En mijn volk zal in een woonplaats des vredes wonen, en in welverzekerde woningen, en in stille geruste plaatsen.

  • Job 22:23-26
    4 verzen
    72%

    23Zo gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten.

    24Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken;

    25Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn;

    26Want dan zult gij u over den Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen.

  • 13Om hem rust te geven van de kwade dagen; totdat de kuil voor den goddeloze gegraven wordt.

  • 23Stelt hem God in gerustigheid, zo steunt hij daarop; nochtans zijn Zijn ogen op hun wegen.

  • 71%

    8Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn. [ (Psalms 4:9) Ik zal in vrede te zamen nederliggen en slapen; want Gij, o HEERE! alleen zult mij doen zeker wonen. ]

  • 33Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.

  • 13Maar gij, ga henen tot het einde, want gij zult rusten, en zult opstaan in uw lot, in het einde der dagen.

  • 14Gij zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking, want gij zult niet vrezen; en verre van verschrikking, want zij zal tot u niet naken.

  • 66En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.

  • 17Daar houden de bozen op van beroering, en daar rusten de vermoeiden van kracht;

  • 18Want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.

  • 21Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.

  • 6Zo gij zuiver en recht zijt, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwil, en Hij zal de woning uwer gerechtigheid volmaken.

  • 10Gij zijt vermoeid door uw grote reis, maar gij zegt niet: Het is buiten hoop; gij hebt het leven uwer hand gevonden, daarom wordt gij niet ziek.

  • 11En zult zeggen: Ik zal optrekken naar dat dorpland, ik zal komen tot degenen, die in rust zijn, die zeker wonen, die altemaal wonen zonder muur, en grendel noch deuren hebben.

  • Job 22:10-11
    2 verzen
    69%

    10Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.

    11Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.

  • 2Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan.

  • 11Ook zult gij dronken worden, gij zult u verbergen; ook zult gij een sterkte zoeken vanwege den vijand.

  • 19En het land zal zijn vrucht geven, en gij zult eten tot verzadiging toe; en gij zult zeker daarin wonen.

  • 18Want Ik zal u zekerlijk bevrijden, en gij zult door het zwaard niet vallen; maar gij zult uw ziel tot een buit hebben, omdat gij op Mij vertrouwd hebt, spreekt de HEERE.

  • Job 17:15-16
    2 verzen
    69%

    15Waar zou dan nu mijn verwachting wezen? Ja, mijn verwachting, wie zal ze aanschouwen?

    16Zij zullen ondervaren met de handbomen des grafs, als er rust te zamen in het stof wezen zal.

  • 7Want voor een boom, als hij afgehouwen wordt, is er verwachting, dat hij zich nog zal veranderen, en zijn scheut niet zal ophouden.

  • 14Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.

  • Lev 26:5-6
    2 verzen
    68%

    5En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.

    6Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.

  • 9Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.

  • 14Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.

  • 13Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!

  • 9Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.

  • 13Want nu zou ik nederliggen, en stil zijn; ik zou slapen, dan zou voor mij rust wezen;