Job 22:10

Statenvertaling (States Bible)

Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 6:4 : 4 Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
  • Job 13:21 : 21 Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.
  • Job 18:8-9 : 8 Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen. 9 De strik zal hem bij de verzenen vatten; de struikrover zal hem overweldigen. 10 Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.
  • Job 19:6 : 6 Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
  • Ps 11:6 : 6 Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn.
  • Spr 1:27 : 27 Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;
  • Spr 3:25-26 : 25 Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt. 26 Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.
  • 1 Thess 5:3 : 3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 11Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.

  • Job 18:10-11
    2 verzen
    80%

    10Zijn touw is in de aarde verborgen, en zijn val op het pad.

    11De beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten.

  • Jes 24:17-18
    2 verzen
    79%

    17De vrees, en de kuil, en de strik over u, o inwoners des lands!

    18En het zal geschieden, zo wie voor de stem der vreze vlieden zal, die zal in den kuil vallen; en die uit den kuil opklimt, die zal in den strik gevangen worden; want de sluizen in de hoogte zijn opengedaan, en de fondamenten der aarde zullen beven.

  • 9De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.

  • 47Pe. De vreze en de kuil zijn over ons gekomen, de verwoesting en de verbreking.

  • Job 4:5-6
    2 verzen
    76%

    5Maar nu komt het aan u, en gij zijt verdrietig; het raakt tot u, en gij wordt beroerd.

    6Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?

  • 6Banden der hel omringden mij; strikken des doods bejegenden mij.

  • 27Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;

  • 11Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult.

  • 22Laat er een geschrei uit hun huizen gehoord worden, wanneer Gij haastelijk een bende over hen zult brengen; dewijl zij een kuil gegraven hebben om mij te vangen, en strikken verborgen voor mijn voeten.

  • 25Vrees niet voor haastigen schrik, noch voor de verwoesting der goddelozen, als zij komt.

  • Job 36:17-18
    2 verzen
    74%

    17Maar gij hebt het gericht des goddelozen vervuld; het gericht en het recht houden u vast.

    18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

  • 20Verschrikkingen zullen hem als wateren aangrijpen; des nachts zal hem een wervelwind wegstelen.

  • 9Bewaar mij voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid.

  • 24Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.

  • Job 18:7-8
    2 verzen
    73%

    7De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.

    8Want met zijn voeten zal hij in het net geworpen worden, en zal in het wargaren wandelen.

  • Ps 73:18-19
    2 verzen
    73%

    18Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen.

    19Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen!

  • 5Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.

  • Ps 18:4-5
    2 verzen
    73%

    4Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden.

    5Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij.

  • 43De vreze, en de kuil, en de strik, over u, gij inwoner van Moab! spreekt de HEERE.

  • 66En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.

  • 2Gij zijt verstrikt met de redenen uws monds; gij zijt gevangen met de redenen uws monds.

  • 17Zie, de HEERE zal u wegwerpen met een mannelijke wegwerping, en Hij zal u ganselijk overdekken.

  • 25Want ik vreesde een vreze, en zij is mij aangekomen; en wat ik schroomde, is mij overkomen.

  • 5Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen.

  • 5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

  • 21Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  • 9Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lagen, om den ellendige te roven; hij rooft den ellendige, als hij hem trekt in zijn net.

  • 21Voorwaar, alzo zijt gijlieden mij nu niets geworden; gij hebt gezien de ontzetting, en gij hebt gevreesd.

  • 14Dan ontzet Gij mij met dromen, en door gezichten verschrikt Gij mij;

  • 27Ook werpt gij u op een wees; en gij graaft tegen uw vriend.

  • 6Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.

  • 7Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen bewegen, en zult gij hun niet tot plundering worden?

  • 22Een stikdonker land, als de duisternis zelve, de schaduwe des doods, en zonder ordeningen, en het geeft schijnsel als de duisternis.

  • 24Ik heb u een strik gesteld, dies zijt gij ook gevangen, o Babel! dat gij het niet wist; gij zijt gevonden, en ook gegrepen, omdat gij u tegen den HEERE in strijd gemengd hebt.

  • 15Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.

  • 4Mijn hart dwaalt, gruwen verschrikt mij, de schemering, waar ik naar verlangd heb, stelt Hij mij tot beving.

  • 4Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

  • 1O HEERE! waarom staat Gij van verre? waarom verbergt Gij U in tijden van benauwdheid?

  • 15Hierom word ik voor Zijn aangezicht beroerd; aanmerk het, en vrees voor Hem;

  • 17Want de morgenstond is hun te zamen de schaduw des doods; als men hen kent, zijn zij in de strikken van des doods schaduw.

  • 21Tegen den gesel der tong zult gij verborgen wezen, en gij zult niet vrezen voor de verwoesting, als zij komt.

  • 15Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?