Job 15:4

Statenvertaling (States Bible)

Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 10:13-14 : 13 Alzo stierf Saul, in zijn overtreding, waarmede hij overtreden had tegen den HEERE, tegen het woord des HEEREN hetwelk hij niet gehouden had; en ook omdat hij de waarzegster gevraagd had, haar zoekende, 14 En den HEERE niet gezocht had; daarom doodde Hij hem, en keerde het koninkrijk tot David, den zoon van Isai.
  • Job 4:5-6 : 5 Maar nu komt het aan u, en gij zijt verdrietig; het raakt tot u, en gij wordt beroerd. 6 Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?
  • Job 5:8 : 8 Doch ik zou naar God zoeken, en tot God mijn aanspraak richten;
  • Job 6:14 : 14 Aan hem, die versmolten is, zou van zijn vriend weldadigheid geschieden; of hij zou de vreze des Almachtigen verlaten.
  • Job 27:10 : 10 Zal hij zich verlustigen in den Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
  • Ps 36:1-3 : 1 Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester. 2 De overtreding des goddelozen spreekt in het binnenste van mijn hart: Er is geen vreze Gods voor zijn ogen. 3 Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.
  • Ps 119:126 : 126 Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.
  • Hos 7:14 : 14 Zij roepen ook niet tot Mij met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers; om koren en most verzamelen zij zich, maar zij wederstreven tegen Mij.
  • Am 6:10 : 10 En de naaste vriend zal een iegelijk van die opnemen, of die hem verbrandt, om de beenderen uit het huis uit te brengen, en zal zeggen tot dien, die binnen de zijden van het huis is: Zijn er nog meer bij u? En hij zal zeggen: Niemand. Dan zal hij zeggen: Zwijg! want zij waren niet om des HEEREN Naam te vermelden.
  • Zef 1:6 : 6 En die terugkeren van achter den HEERE; en die den HEERE niet zoeken, en vragen naar Hem niet.
  • Luk 18:1 : 1 En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;
  • Rom 3:31 : 31 Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.
  • Gal 2:21 : 21 Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 15:11-13
    3 verzen
    78%

    11Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

    12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 15Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.

  • 21Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  • 4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

  • Ps 50:16-17
    2 verzen
    75%

    16Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

    17Dewijl gij de kastijding haat, en Mijn woorden achter u henenwerpt.

  • 5Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

  • Job 4:5-6
    2 verzen
    74%

    5Maar nu komt het aan u, en gij zijt verdrietig; het raakt tot u, en gij wordt beroerd.

    6Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?

  • 4Want hun hart hebt Gij van kloek verstand verborgen; daarom zult Gij hen niet verhogen.

  • 44Samech. Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.

  • 11Zal u niet Zijn hoogheid verschrikken, en Zijn vreze over u vallen?

  • 4O gij, die zijn ziel verscheurt door zijn toorn! Zal om uwentwil de aarde verlaten worden, en zal een rots versteld worden uit haar plaats?

  • 11Maar voor wien hebt gij geschroomd of gevreesd? Want gij hebt gelogen, en zijt Mijner niet gedachtig geweest, gij hebt Mij op uw hart niet gelegd; is het niet, om dat Ik zwijg, en dat van ouds af, en gij vreest Mij niet?

  • 34Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make;

  • 21Voorwaar, alzo zijt gijlieden mij nu niets geworden; gij hebt gezien de ontzetting, en gij hebt gevreesd.

  • Job 11:3-5
    3 verzen
    72%

    3Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?

    4Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.

    5Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 14Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.

  • 8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

  • 10Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.

  • 4Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.

  • 4Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen ook in de hand hunner overtreding geworpen.

  • 13Waarom lastert de goddeloze God? zegt in zijn hart: Gij zult het niet zoeken?

  • 5Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;

  • 3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

  • 7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

  • 1Een psalm van David, den knecht des HEEREN, voor den opperzangmeester.

  • 9In God roemen wij den gansen dag, en Uw Naam zullen wij loven in eeuwigheid. Sela.

  • 24Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?

  • 17Vau. En Gij hebt mijn ziel verre van den vrede verstoten, ik heb het goede vergeten.

  • 22Want zoudt Gij ons ganselijk verwerpen? Zoudt Gij zozeer tegen ons verbolgen zijn?

  • 11Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.

  • 2Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden?

  • 22Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.

  • 27Ook werpt gij u op een wees; en gij graaft tegen uw vriend.

  • 17Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;

  • 14Aan hem, die versmolten is, zou van zijn vriend weldadigheid geschieden; of hij zou de vreze des Almachtigen verlaten.

  • 15Wat is de Almachtige, dat wij Hem zouden dienen? En wat baat zullen wij hebben, dat wij Hem aanlopen zouden?

  • 14Dan ontzet Gij mij met dromen, en door gezichten verschrikt Gij mij;

  • 25Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

  • 3Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

  • 13Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit.

  • Job 36:17-18
    2 verzen
    70%

    17Maar gij hebt het gericht des goddelozen vervuld; het gericht en het recht houden u vast.

    18Omdat er grimmigheid is, wacht u, dat Hij u misschien niet met een klop wegstote; zodat u een groot rantsoen er niet zou afbrengen.

  • 25Uw ongerechtigheden wenden die dingen af, en uw zonden weren dat goede van ulieden.