Job 11:3

Statenvertaling (States Bible)

Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 17:2 : 2 Zijn niet bespotters bij mij, en overnacht niet mijn oog in hunlieder verbittering?
  • Job 21:3 : 3 Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.
  • Job 24:25 : 25 Indien het nu zo niet is, wie zal mij leugenachtig maken, en mijn rede tot niet brengen?
  • Job 34:7 : 7 Wat man is er, gelijk Job? Hij drinkt de bespotting in als water;
  • Ps 35:16 : 16 Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.
  • Ps 83:16 : 16 Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.
  • Jer 15:17 : 17 Ik heb in den raad der bespotters niet gezeten, noch ben van vreugde opgesprongen; vanwege Uw hand heb ik alleen gezeten, want Gij hebt mij met gramschap vervuld.
  • 2 Thess 3:14 : 14 Maar indien iemand ons woord, door deze brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;
  • Tit 2:8 : 8 Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen.
  • Jud 1:18 : 18 Dat zij u gezegd hebben, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hun goddeloze begeerlijkheden wandelen zullen.
  • Job 12:4 : 4 Ik ben het, die zijn vriend een spot is, maar roepende tot God, Die hem verhoort; de rechtvaardige en oprechte is een spot.
  • Job 13:4 : 4 Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij allen zijt nietige medicijnmeesters.
  • Job 13:9 : 9 Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?
  • Job 15:2-3 : 2 Zal een wijs man winderige wetenschap voor antwoord geven, en zal hij zijn buik vullen met oostenwind? 3 Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 2Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?

  • 3Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?

  • 9Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?

  • Ps 31:17-18
    2 verzen
    76%

    17Laat Uw aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.

    18HEERE! laat mij niet beschaamd worden, want ik roep U aan; laat de goddelozen beschaamd worden, laat hen zwijgen in het graf.

  • Job 15:12-13
    2 verzen
    76%

    12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • Job 11:4-5
    2 verzen
    75%

    4Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.

    5Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;

  • 10Opdat degene, die het hoort, u niet smade; want uw kwaad gerucht zou niet afgekeerd worden.

  • Job 15:3-4
    2 verzen
    74%

    3Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

    4Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

  • Job 21:3-4
    2 verzen
    74%

    3Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.

    4Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?

  • 7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

  • 2Zijn niet bespotters bij mij, en overnacht niet mijn oog in hunlieder verbittering?

  • 3Gij hebt nu tienmaal mij schande aangedaan; gij schaamt u niet, gij verhardt u tegen mij.

  • 3Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?

  • 5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

  • 26Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  • 5Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;

  • 21Totdat Hij uw mond met gelach vervulle, en uw lippen met gejuich.

  • 19Alzo is een man, die zijn naaste bedriegt, en zegt: Jok ik er niet mede?

  • 11Zal u niet Zijn hoogheid verschrikken, en Zijn vreze over u vallen?

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 6Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

  • 6Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.

  • 71%

    2Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.

  • 32Zo gij dwaselijk gehandeld hebt, met u te verheffen, en zo gij kwaad bedacht hebt, de hand op den mond!

  • 1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester.

  • 3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

  • 5Die den arme bespot, smaadt deszelfs Maker; die zich verblijdt in het verderf, zal niet onschuldig zijn.

  • 6Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt.

  • 25Indien het nu zo niet is, wie zal mij leugenachtig maken, en mijn rede tot niet brengen?

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • 4Ik ben het, die zijn vriend een spot is, maar roepende tot God, Die hem verhoort; de rechtvaardige en oprechte is een spot.

  • 3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

  • 3Als de goddeloze komt, komt ook de verachting en met schande versmaadheid.

  • 4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

  • 3Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 2Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen.

  • 26Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.

  • 10Hoe lang, o God! zal de wederpartijder smaden? Zal de vijand Uw Naam in eeuwigheid lasteren?

  • 4Over wien maakt gij u lustig, over wien spert gij den mond wijd open en steekt de tong lang uit? Zijt gij niet kinderen der overtreding, een zaad der valsheid?

  • 34Hoe vertroost gij mij dan met ijdelheid, dewijl in uw antwoorden overtreding overig is?

  • 21Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.

  • 11Maar voor wien hebt gij geschroomd of gevreesd? Want gij hebt gelogen, en zijt Mijner niet gedachtig geweest, gij hebt Mij op uw hart niet gelegd; is het niet, om dat Ik zwijg, en dat van ouds af, en gij vreest Mij niet?

  • 11Men zal hen storten door het geweld des zwaards; zij zullen de vossen ten deel worden. [ (Psalms 63:12) Maar de koning zal zich in God verblijden; een iegelijk, die bij Hem zweert, zal zich beroemen; want de mond der leugensprekers zal gestopt worden. ]

  • 3Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?