Spreuken 2:10
Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;
9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.
14Zodanig is de kennis der wijsheid voor uw ziel; als gij ze vindt, zo zal er beloning wezen, en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;
2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
3Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
5Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.
6Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
2Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;
3Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;
4Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.
5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.
6Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.
13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!
14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.
15Het hart der verstandigen bekomt wetenschap, en het oor der wijzen zoekt wetenschap.
3Door wijsheid wordt een huis gebouwd, en door verstandigheid bevestigd;
4En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.
9Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden.
10Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.
11Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.
12Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.
21De wijze van hart zal verstandig genoemd worden; en de zoetheid der lippen zal de lering vermeerderen.
22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.
23Het hart eens wijzen maakt zijn mond verstandig, en zal op zijn lippen de lering vermeerderen.
24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.
8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.
17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;
18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.
7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.
33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.
10De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.
1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
2Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.
17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.
4En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.
5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.
11De wijsheid is goed met een erfdeel; en degenen, die de zon aanschouwen, hebben voordeel daarvan.
12Want de wijsheid is tot een schaduw, en het geld is tot een schaduw; maar de uitnemendheid der wetenschap is, dat de wijsheid haar bezitters het leven geeft.
18Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.
16Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver!
14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.
130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.
25Ik keerde mij om, en mijn hart, om te weten, en om na te sporen, en te zoeken wijsheid en een sluitrede; en om te weten de goddeloosheid der zotheid, en de dwaasheid der onzinnigheden.
15Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.
16En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.
22Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.