Job 6:30

Statenvertaling (States Bible)

Zou onrecht op mijn tong wezen? Zou mijn gehemelte niet de ellenden te verstaan geven?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 12:11 : 11 Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?
  • Job 33:8-9 : 8 Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord; 9 Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad. 10 Zie, Hij vindt oorzaken tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand. 11 Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar. 12 Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.
  • Job 34:3 : 3 Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.
  • Job 42:3-6 : 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist. 4 Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij. 5 Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. 6 Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.
  • Heb 5:14 : 14 Maar der volmaakten is de vaste spijze, die door de gewoonheid de zinnen geoefend hebben, tot onderscheiding beide des goeds en des kwaads.
  • Job 6:6 : 6 Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 29Keert toch weder, laat er geen onrecht wezen, ja, keert weder; nog zal mijn gerechtigheid daarin zijn.

  • Spr 8:6-8
    3 verzen
    75%

    6Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.

    7Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.

    8Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids, noch verkeerds in.

  • 4Indien mijn lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal uitspreken!

  • 11Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?

  • 6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • 12Indien het kwaad in zijn mond zoet is, hij dat verbergt, onder zijn tong,

  • 3Want het oor proeft de woorden, gelijk het gehemelte de spijze smaakt.

  • 73%

    10Zijn er niet nog, in eens ieders goddelozen huis, schatten der goddeloosheid en een schaarse efa, dat te verfoeien is?

    11Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?

  • Job 6:6-7
    2 verzen
    72%

    6Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers?

    7Mijn ziel weigert uw woorden aan te roeren; die zijn als mijn laffe spijze.

  • 4Neig mijn hart niet tot een kwade zaak, om enigen handel in goddeloosheid te handelen, met mannen, die ongerechtigheid werken; en dat ik niet ete van hun lekkernijen.

  • Job 15:5-6
    2 verzen
    71%

    5Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

    6Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

  • 20Zo ik mij rechtvaardig, mijn mond zal mij verdoemen; ben ik oprecht, Hij zal mij toch verkeerd verklaren.

  • 3Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

  • 16Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

  • 6Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.

  • Job 6:24-25
    2 verzen
    71%

    24Leert mij, en ik zal zwijgen, en geeft mij te verstaan, waarin ik gedwaald heb.

    25O, hoe krachtig zijn de rechte redenen! Maar wat bestraft het bestraffen, dat van ulieden is?

  • 13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • 3Want hij vleit zichzelven in zijn ogen, als men zijn ongerechtigheid bevindt, die te haten is.

  • Job 13:6-7
    2 verzen
    71%

    6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

    7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

  • 13Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

  • 10Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.

  • 12Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem.

  • Spr 10:31-32
    2 verzen
    70%

    31De mond des rechtvaardigen brengt overvloediglijk wijsheid voort; maar de tong der verkeerdheden zal uitgeroeid worden.

    32De lippen des rechtvaardigen weten wat welgevallig is; maar de mond der goddelozen enkel verkeerdheid.

  • 3Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?

  • 4De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest.

  • 3Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?

  • 13Gij zijt te rein van ogen, dan dat Gij het kwade zoudt zien, en de kwelling kunt Gij niet aanschouwen; waarom zoudt Gij aanschouwen die trouwelooslijk handelen? Waarom zoudt Gij zwijgen, als de goddeloze dien verslindt, die rechtvaardiger is dan hij?

  • 3Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de wetenschap mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.

  • 30(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).

  • 30Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.

  • 20Zou zich de stoel der schadelijkheden met U vergezelschappen, die moeite verdicht bij inzetting?

  • 7Zijn mond is vol van vloek, en bedriegerijen, en list; onder zijn tong is moeite en ongerechtigheid.

  • 6Hij wege mij op, in een rechte weegschaal, en God zal mijn oprechtigheid weten.

  • 3Waarom laat Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt de kwelling? Want verwoesting en geweld is tegen mij over, en er is twist, en men neemt gekijf op.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.

  • 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

  • 5Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?

  • 24Doe de verkeerdheid des monds van u weg, en doe de verdraaidheid der lippen verre van u.

  • 69%

    9HEERE! Leid mij in Uw gerechtigheid, om mijner verspieders wil; richt Uw weg voor mijn aangezicht.

  • 17Daar toch geen wrevel in mijn handen is, en mijn gebed zuiver is.

  • 19Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.

  • 69%

    3Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.