Job 11:5

Statenvertaling (States Bible)

Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 38:1-2 : 1 Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide: 2 Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?
  • Job 40:1-5 : 1 En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide: 2 Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij. 3 Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt? 4 Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen? 5 Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
  • Job 40:8 : 8 Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!
  • Job 42:7 : 7 Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.
  • Job 23:3-7 : 3 Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen; 4 Ik zou het recht voor Zijn aangezicht ordentelijk voorstellen, en mijn mond zou ik met verdedigingen vervullen. 5 Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou. 6 Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan. 7 Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.
  • Job 31:35 : 35 Och, of ik een hadde, die mij hoorde! Zie, mijn oogmerk is, dat de Almachtige mij antwoorde, en dat mijn tegenpartij een boek schrijve.
  • Job 33:6-9 : 6 Zie, ik ben Godes, gelijk gij; uit het leem ben ik ook afgesneden. 7 Zie, mijn verschrikking zal u niet beroeren, en mijn hand zal over u niet zwaar zijn. 8 Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord; 9 Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad. 10 Zie, Hij vindt oorzaken tegen mij, Hij houdt mij voor Zijn vijand. 11 Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar. 12 Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens. 13 Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden. 14 Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop. 15 In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger; 16 Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding; 17 Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge; 18 Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

  • Job 15:11-13
    3 verzen
    79%

    11Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

    12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

  • Job 11:3-4
    2 verzen
    78%

    3Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?

    4Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.

  • Job 23:3-5
    3 verzen
    76%

    3Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen;

    4Ik zou het recht voor Zijn aangezicht ordentelijk voorstellen, en mijn mond zou ik met verdedigingen vervullen.

    5Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • Job 13:5-7
    3 verzen
    75%

    5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

    6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

    7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

  • 35Och, of ik een hadde, die mij hoorde! Zie, mijn oogmerk is, dat de Almachtige mij antwoorde, en dat mijn tegenpartij een boek schrijve.

  • 15Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.

  • Job 15:4-6
    3 verzen
    74%

    4Ja, gij vernietigt de vreze, en neemt het gebed voor het aangezicht Gods weg.

    5Want uw mond leert uw ongerechtigheid, en gij hebt de tong der arglistigen verkoren.

    6Uw mond verdoemt u, en niet ik; en uw lippen getuigen tegen u.

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • Job 33:31-32
    2 verzen
    74%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • Job 8:5-6
    2 verzen
    73%

    5Maar indien gij naar God vroeg zoekt, en tot den Almachtige om genade bidt;

    6Zo gij zuiver en recht zijt, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwil, en Hij zal de woning uwer gerechtigheid volmaken.

  • 16Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?

  • 5Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;

  • Job 33:1-2
    2 verzen
    73%

    1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

    2Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.

  • 22Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

  • 5Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • Job 6:8-10
    3 verzen
    72%

    8Och, of mijn begeerte kwame, en dat God mijn verwachting gave;

    9En dat het Gode beliefde, dat Hij mij verbrijzelde, Zijn hand losliet, en een einde met mij maakte!

    10Dat zou nog mijn troost zijn, en zou mij verkwikken in den weedom, zo Hij niet spaarde; want ik heb de redenen des Heiligen niet verborgen gehouden.

  • 8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 5Ik zou u versterken met mijn mond, en de beweging mijner lippen zou zich inhouden.

  • 6Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.

  • Job 10:2-3
    2 verzen
    71%

    2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

    3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

  • 36Mijn Vader, laat Job beproefd worden tot het einde toe, om zijner antwoorden wil onder de ongerechtige lieden.

  • 24Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?

  • 11Maar toch strek nu Uw hand uit, en tast aan alles, wat hij heeft; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen?

  • 2Zo wij een woord opnemen tegen u, zult gij verdrietig zijn? Nochtans wie zal zich van woorden kunnen onthouden?

  • 5Ziet mij aan, en wordt verbaasd, en legt de hand op den mond.

  • 20Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.

  • 6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • 7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • 21Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.

  • 16Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.