Job 38:20

Statenvertaling (States Bible)

Dat gij dat brengen zoudt tot zijn pale, en dat gij merken zoudt de paden zijns huizes?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 10:19 : 19 En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
  • Gen 23:17 : 17 Alzo werd de akker van Efron, die in Machpela was, dat tegenover Mamre lag, de akker en de spelonk, die daarin was, en al het geboomte, dat op den akker stond, dat rondom in zijn ganse landpale was gevestigd,
  • Job 26:10 : 10 Hij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 38:16-19
    4 verzen
    88%

    16Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?

    17Zijn u de poorten des doods ontdekt, en hebt gij gezien de poorten van de schaduw des doods?

    18Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen, indien gij dit alles weet.

    19Waar is de weg, daar het licht woont? En de duisternis, waar is haar plaats?

  • Job 38:21-22
    2 verzen
    85%

    21Gij weet het, want gij waart toen geboren, en uw dagen zijn veel in getal.

    22Zijt gij gekomen tot de schatkameren der sneeuw, en hebt gij de schatkameren des hagels gezien?

  • Job 38:4-6
    3 verzen
    77%

    4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

    5Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het; of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken?

    6Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd?

  • 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • 33Weet gij de verordeningen des hemels, of kunt gij deszelfs heerschappij op de aarde bestellen?

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 24Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?

  • 23God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats.

  • Job 21:28-29
    2 verzen
    74%

    28Want gij zult zeggen: Waar is het huis van den prins, en waar is de tent van de woningen der goddelozen?

    29Hebt gijlieden niet gevraagd de voorbijgaanden op den weg, en kent gij hun tekenen niet?

  • Job 38:12-13
    2 verzen
    74%

    12Hebt gij van uw dagen den morgenstond geboden? Hebt gij den dageraad zijn plaats aangewezen;

    13Opdat hij de einden der aarde vatten zou; en de goddelozen uit haar uitgeschud zouden worden?

  • Job 11:7-8
    2 verzen
    73%

    7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

    8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?

  • 6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 15Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • Job 37:15-16
    2 verzen
    73%

    15Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?

    16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • 23Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 8Want vraag toch naar het vorige geslacht, en bereid u tot de onderzoeking hunner vaderen.

  • Job 15:8-9
    2 verzen
    72%

    8Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?

    9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  • 11Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.

  • 3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

  • 9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.

  • 13Daarom zegt gij: Wat weet er God van? Zal Hij door de donkerheid oordelen?

  • 27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

  • 3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

  • 24De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?

  • 3Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.

  • 23Want ik weet, dat Gij mij ter dood brengen zult, en tot het huis der samenkomst aller levenden.

  • 5Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.

  • 8Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld.

  • Job 37:18-19
    2 verzen
    71%

    18Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?

    19Onderricht ons, wat wij Hem zeggen zullen; want wij zullen niets ordentelijk voorstellen kunnen vanwege de duisternis.

  • 10Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;

  • Job 38:35-36
    2 verzen
    71%

    35Kunt gij de bliksemen uitlaten, dat zij henenvaren, en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?

    36Wie heeft de wijsheid in het binnenste gezet? Of wie heeft den zin het verstand gegeven?

  • 28Maar Ik weet uw zitten, en uw uitgaan, en uw inkomen, en uw woeden tegen Mij.

  • 27Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.

  • 28Als gij een zaak besluit, zo zal zij u bestendig zijn; en op uw wegen zal het licht schijnen.