Job 1:22

Statenvertaling (States Bible)

In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 2:10 : 10 Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.
  • Jak 1:12 : 12 Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben.
  • 1 Petr 1:7 : 7 Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;
  • Rom 9:20 : 20 Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengene, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt?
  • Jak 1:4 : 4 Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk.
  • Job 34:10 : 10 Daarom, gij, lieden van verstand, hoort naar mij: Verre zij God van goddeloosheid, en de Almachtige van onrecht!
  • Job 34:18-19 : 18 Zou men tot een koning zeggen: Gij Belial; tot de prinsen: Gij goddelozen! 19 Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.
  • Job 40:4-8 : 4 Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen? 5 Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid! 6 Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem! 7 Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats! 8 Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 2:9-10
    2 verzen
    79%

    9Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.

    10Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.

  • Job 1:20-21
    2 verzen
    77%

    20Toen stond Job op, en scheurde zijn mantel, en schoor zijn hoofd, en viel op de aarde, en boog zich neder;

    21En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 9:1-2
    2 verzen
    74%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?

  • Job 1:8-10
    3 verzen
    74%

    8En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad.

    9Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Is het om niet, dat Job God vreest?

    10Hebt Gij niet een betuining gemaakt voor hem, en voor zijn huis, en voor al wat hij heeft rondom? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn vee is in menigte uitgebroken in den lande.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • Job 40:1-3
    3 verzen
    73%

    1En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • 5Het geschiedde dan, als de dagen der maaltijden omgegaan waren, dat Job henenzond, en hen heiligde en des morgens vroeg opstond, en brandofferen offerde naar hun aller getal; want Job zeide: Misschien hebben mijn kinderen gezondigd, en God in hun hart gezegend. Alzo deed Job al die dagen.

  • Job 42:7-8
    2 verzen
    73%

    7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

    8Daarom neemt nu voor ulieden zeven varren en zeven rammen, en gaat henen tot Mijn knecht Job, en offert brandoffer voor ulieden, en laat Mijn knecht Job voor ulieden bidden; want zekerlijk, Ik zal zijn aangezicht aannemen, opdat Ik aan ulieden niet doe naar uw dwaasheid; want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • 3En de HEERE zeide tot den satan: Hebt gij ook acht geslagen op Mijn knecht Job? Want niemand is op de aarde gelijk hij, een man, oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad; en hij houdt nog vast aan zijn oprechtigheid, hoewel gij Mij tegen hem opgehitst hebt, om hem te verslinden zonder oorzaak.

  • Job 3:1-2
    2 verzen
    73%

    1Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.

    2Want Job antwoordde en zeide:

  • Job 34:5-6
    2 verzen
    72%

    5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.

    6Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.

  • 35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

  • 1Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

  • 12Ook waarlijk, God handelt niet goddelooslijk, en de Almachtige verkeert het recht niet.

  • 16Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.

  • 30(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).

  • 9Ik ben rein, zonder overtreding; ik ben zuiver, en heb geen misdaad.

  • 2Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is.

  • Job 38:1-2
    2 verzen
    70%

    1Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide:

    2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 20Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.

  • 22Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;

  • 18Zie, op Zijn knechten zou Hij niet vertrouwen; hoewel Hij in Zijn engelen klaarheid gesteld heeft.

  • 35Nog zegt gij: Zeker, ik ben onschuldig; Zijn toorn is immers van mij afgekeerd. Ziet, Ik zal met u rechten, omdat gij zegt: Ik heb niet gezondigd.

  • 23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 14Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

  • 6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

  • 22Want ik heb des HEEREN wegen gehouden, en ben van mijn God niet goddelooslijk afgegaan.

  • 31Zekerlijk heeft hij tot God gezegd: Ik heb Uw straf verdragen, ik zal het niet verderven.

  • 10Daarom, gij, lieden van verstand, hoort naar mij: Verre zij God van goddeloosheid, en de Almachtige van onrecht!