Job 22:3

Statenvertaling (States Bible)

Is het voor den Almachtige nuttigheid, dat gij rechtvaardig zijt; of gewin, dat gij uw wegen volmaakt?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 29:17 : 17 En ik weet, mijn God, dat Gij het hart proeft, en dat Gij een welgevallen hebt aan oprechtigheden. Ik heb in oprechtigheid mijns harten al deze dingen vrijwillig gegeven, en ik heb nu met vreugde Uw volk, dat hier bevonden wordt, gezien, dat het zich jegens U vrijwillig gedragen heeft.
  • Job 23:10-12 : 10 Doch Hij kent den weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen. 11 Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken. 12 Het gebod Zijner lippen heb ik ook niet weggedaan; de redenen Zijns monds heb ik meer dan mijn bescheiden deel weggelegd.
  • Ps 39:1 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, voor Jeduthun.
  • Ps 119:3-6 : 3 Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen. 4 HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal. 5 Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren! 6 Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.
  • Ps 119:59 : 59 Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
  • Ps 147:10-11 : 10 Hij heeft geen lust aan de sterkte des paards; Hij heeft geen welgevallen aan de benen des mans. 11 De HEERE heeft een welgevallen aan hen, die Hem vrezen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
  • Spr 11:1 : 1 Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.
  • Spr 11:20 : 20 De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
  • Spr 12:22 : 22 Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.
  • Spr 15:8 : 8 Het offer der goddelozen is den HEERE een gruwel; maar het gebed der oprechten is Zijn welgevallen.
  • Mal 2:17 : 17 Gij vermoeit den HEERE met uw woorden; nog zegt gij: Waarmede vermoeien wij Hem? Daarmede, dat gij zegt: Al wie kwaad doet, is goed in de ogen des HEEREN, en Hij heeft lust aan zodanigen; of, waar is de God des oordeels?
  • Hand 24:16 : 16 En hierin oefen ik mijzelven, om altijd een onergerlijk geweten te hebben bij God en de mensen.
  • 2 Kor 7:1 : 1 Dewijl wij dan deze beloften hebben, geliefden, laat ons onszelven reinigen van alle besmetting des vleses en des geestes, voleindigende de heiligmaking in de vreze Gods.
  • Fil 4:18 : 18 Maar ik heb alles ontvangen, en ik heb overvloed; ik ben vervuld geworden, als ik van Epafroditus ontvangen heb, dat van u gezonden was, als een welriekende reuk, een aangename offerande, Gode welbehagelijk.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 2Zal ook een man Gode voordelig zijn? Maar voor zichzelven zal de verstandige voordelig zijn.

  • Job 22:4-5
    2 verzen
    79%

    4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?

    5Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?

  • Job 35:2-3
    2 verzen
    78%

    2Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

    3Want gij hebt gezegd: Wat zou zij u baten? Wat meer voordeel zal ik daarmede doen, dan met mijn zonde?

  • Job 34:9-10
    2 verzen
    77%

    9Want hij heeft gezegd: Het baat een man niet, als hij welbehagen heeft aan God.

    10Daarom, gij, lieden van verstand, hoort naar mij: Verre zij God van goddeloosheid, en de Almachtige van onrecht!

  • 3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

  • 3Zou dan God het recht verkeren, en zou de Almachtige de gerechtigheid verkeren?

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • Job 35:6-8
    3 verzen
    75%

    6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

    7Indien gij rechtvaardig zijt, wat geeft gij Hem, of wat ontvangt Hij uit uw hand?

    8Uw goddeloosheid zou zijn tegen een man, gelijk gij zijt, en uw gerechtigheid voor eens mensen kind.

  • 15Wat is de Almachtige, dat wij Hem zouden dienen? En wat baat zullen wij hebben, dat wij Hem aanlopen zouden?

  • Job 11:6-7
    2 verzen
    75%

    6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

    7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?

  • 26Want dan zult gij u over den Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen.

  • 10Zal hij zich verlustigen in den Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 1Gij zoudt rechtvaardig zijn, o HEERE! wanneer ik tegen U zou twisten; ik zal nochtans van Uw oordelen met U spreken; waarom is der goddelozen weg voorspoedig, waarom hebben zij rust, allen, die trouwelooslijk trouweloosheid bedrijven?

  • Job 33:12-13
    2 verzen
    73%

    12Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.

    13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 6Was niet uw vreze Gods uw hoop, en de oprechtheid uwer wegen uw verwachting?

  • Job 8:5-6
    2 verzen
    71%

    5Maar indien gij naar God vroeg zoekt, en tot den Almachtige om genade bidt;

    6Zo gij zuiver en recht zijt, gewisselijk zal Hij nu opwaken, om uwentwil, en Hij zal de woning uwer gerechtigheid volmaken.

  • Job 13:7-9
    3 verzen
    71%

    7Zult gij voor God onrecht spreken, en zult gij voor Hem bedriegerij spreken?

    8Zult gij Zijn aangezicht aannemen? Zult gij voor God twisten?

    9Zal het goed zijn, als Hij u zal onderzoeken? Zult gij met Hem spotten, gelijk men met een mens spot?

  • Job 15:13-14
    2 verzen
    71%

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

    14Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?

  • 25Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den rechtvaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de goddeloze, verre zij het van U! zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?

  • Job 31:2-3
    2 verzen
    71%

    2Want wat is het deel Gods van boven, of de erve des Almachtigen uit de hoogten?

    3Is niet het verderf voor den verkeerde, ja, wat vreemds voor de werkers der ongerechtigheid?

  • 22Zal men God wetenschap leren, daar Hij de hogen richt?

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • 17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

  • 23Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.

  • 6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • 7Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.

  • 23Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

  • Job 34:17-18
    2 verzen
    70%

    17Zou hij ook, die het recht haat, den gewonde verbinden, en zoudt gij den zeer Rechtvaardige verdoemen?

    18Zou men tot een koning zeggen: Gij Belial; tot de prinsen: Gij goddelozen!

  • 2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

  • 31Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?

  • 23Zo gij u bekeert tot den Almachtige, gij zult gebouwd worden; doe het onrecht verre van uw tenten.

  • 17Zie, gelukzalig is de mens, denwelken God straft; daarom verwerp de kastijding des Almachtigen niet.

  • 23Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve?

  • 33Zal het van u zijn, hoe Hij iets vergelden zal, dewijl gij Hem versmaadt? Zoudt gij dan verkiezen, en niet ik? Wat weet gij dan? Spreek.