Job 36:29

Statenvertaling (States Bible)

Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 37:16 : 16 Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?
  • Job 37:2-5 : 2 Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat! 3 Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde. 4 Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden. 5 God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.
  • 1 Kon 18:44-45 : 44 En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude. 45 En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
  • Job 26:14 : 14 Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?
  • Job 38:9 : 9 Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek;
  • Job 38:37 : 37 Wie kan de wolken met wijsheid tellen, en wie kan de flessen des hemels nederleggen?
  • Ps 18:13 : 13 Van den glans, die voor Hem was, dreven Zijn wolken daarhenen, hagel en vurige kolen.
  • Ps 29:3-9 : 3 De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren. 4 De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid. 5 De stem des HEEREN breekt de cederen; ja, de HEERE verbreekt de cederen van Libanon. 6 En Hij doet ze huppelen als een kalf, de Libanon en Sirjon als een jongen eenhoorn. 7 De stem des HEEREN houwt er vlammen vuurs uit. 8 De stem des HEEREN doet de woestijn beven; de HEERE doet de woestijn Kades beven. 9 De stem des HEEREN doet de hinden jongen werpen, en ontbloot de wouden; maar in Zijn tempel zegt Hem een iegelijk eer. 10 De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid.
  • Ps 77:16-19 : 16 Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela. 17 De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd. 18 De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen. 19 Het geluid Uws donders was in het ronde; de bliksemen verlichtten de wereld; de aarde werd beroerd en daverde.
  • Ps 104:3 : 3 Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.
  • Ps 104:7 : 7 Van Uw schelden vloden zij, zij haastten zich weg voor de stem Uws donders.
  • Nah 1:3 : 3 De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.
  • Hab 3:10 : 10 De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 38:33-35
    3 verzen
    82%

    33Weet gij de verordeningen des hemels, of kunt gij deszelfs heerschappij op de aarde bestellen?

    34Kunt gij uw stem tot de wolken opheffen, opdat een overvloed van water u bedekke?

    35Kunt gij de bliksemen uitlaten, dat zij henenvaren, en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?

  • 30Zie, Hij breidt over hem Zijn licht uit, en de wortelen der zee bedekt Hij.

  • Job 37:15-16
    2 verzen
    79%

    15Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?

    16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • Job 38:37-38
    2 verzen
    79%

    37Wie kan de wolken met wijsheid tellen, en wie kan de flessen des hemels nederleggen?

    38Als het stof doorgoten is tot vastigheid, en de kluiten samenkleven?

  • Job 36:26-28
    3 verzen
    78%

    26Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.

    27Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;

    28Welke de wolken uitgieten, en over den mens overvloediglijk afdruipen.

  • Job 36:32-33
    2 verzen
    78%

    32Met handen bedekt Hij het licht, en doet aan hetzelve verbod door dengene, die tussen doorkomt.

    33Daarvan verkondigt Zijn geklater, en het vee; ook van den opgaanden damp

  • Job 22:11-14
    4 verzen
    78%

    11Of gij ziet de duisternis niet, en des water overvloed bedekt u.

    12Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn.

    13Daarom zegt gij: Wat weet er God van? Zal Hij door de donkerheid oordelen?

    14De wolken zijn Hem een verberging, dat Hij niet ziet; en Hij bewandelt den omgang der hemelen.

  • Job 37:2-6
    5 verzen
    78%

    2Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

    3Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

    4Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

    5God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

    6Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

  • Job 26:8-9
    2 verzen
    78%

    8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

    9Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

  • 14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

  • 11Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.

  • 16Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • 12En Hij zette duisternis rondom Zich tot tenten, een samenbinding der wateren, wolken des hemels.

  • Job 38:24-26
    3 verzen
    75%

    24Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?

    25Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen?

    26Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is;

  • Ps 104:2-3
    2 verzen
    75%

    2Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.

    3Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.

  • 13Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • Job 37:21-22
    2 verzen
    74%

    21En nu ziet men het licht niet als het helder is in den hemel, als de wind doorgaat, en dien zuivert;

    22Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

  • 11En Hij voer op een cherub, en vloog; ja, Hij vloog snellijk op de vleugelen des winds.

  • 18Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?

  • 26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;

  • 29Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

  • 7Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

  • 9Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek;

  • 28Heeft de regen een vader, of wie baart de druppelen des dauws?

  • Ps 77:17-18
    2 verzen
    72%

    17De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.

    18De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

  • 3Is er een getal Zijner benden? En over wien staat Zijn licht niet op?

  • 9Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.

  • 19Waar is de weg, daar het licht woont? En de duisternis, waar is haar plaats?

  • 6En daar zal een hut zijn tot een schaduw des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot een verberging tegen den vloed en tegen den regen.

  • 4Wie is ten hemel opgeklommen, en nedergedaald? Wie heeft den wind in Zijn vuisten verzameld? Wie heeft de wateren in een kleed gebonden? Wie heeft al de einden der aarde gesteld? Hoe is Zijn Naam, en hoe is de Naam Zijns Zoons, zo gij het weet?