Psalmen 44:23

Statenvertaling (States Bible)

Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 78:65 : 65 Toen ontwaakte de Heere, als een slapende, als een held, die juicht van den wijn.
  • Ps 7:6 : 6 Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.
  • Ps 35:23 : 23 Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.
  • Ps 44:9 : 9 In God roemen wij den gansen dag, en Uw Naam zullen wij loven in eeuwigheid. Sela.
  • Ps 59:4-5 : 4 Want zie, zij leggen mijner ziel lagen; sterken rotten zich tegen mij; zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o HEERE! 5 Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.
  • Ps 74:1 : 1 Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?
  • Ps 77:7 : 7 Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:
  • Ps 88:14 : 14 Maar ik, HEERE! roep tot U, en mijn gebed komt U voor in den morgenstond.
  • Jes 51:9 : 9 Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, Gij arm des HEEREN! ontwaak als in de verledene dagen, als in de geslachten van ouds; zijt Gij het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt?
  • Marc 4:38 : 38 En Hij was in het achterschip, slapende op een oorkussen; en zij wekten Hem op, en zeiden tot Hem: Meester, bekommert het U niet, dat wij vergaan?
  • Ps 12:5 : 5 Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 44:24-26
    3 verzen
    85%

    24Waak op, waarom zoudt Gij slapen, HEERE! Ontwaak, verstoot niet in eeuwigheid.

    25Waarom zoudt Gij Uw aangezicht verbergen, onze ellende en onze onderdrukking vergeten?

    26Want onze ziel is in het stof nedergebogen; onze buik kleeft aan de aarde. [ (Psalms 44:27) Sta op, ons ter hulp, en verlos ons om Uwer goedertierenheid wil. ]

  • 1Een onderwijzing, voor Asaf. O God! waarom verstoot Gij in eeuwigheid? Waarom zou Uw toorn roken tegen de schapen Uwer weide?

  • 78%

    20Waarom zoudt Gij ons steeds vergeten? Waarom zoudt Gij ons zo langen tijd verlaten?

    21HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.

    22Want zoudt Gij ons ganselijk verwerpen? Zoudt Gij zozeer tegen ons verbolgen zijn?

  • 22Zou God zulks niet onderzoeken? Want Hij weet de verborgenheden des harten.

  • Ps 35:22-23
    2 verzen
    76%

    22HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij.

    23Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.

  • 2HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.

  • 14Maar ik, HEERE! roep tot U, en mijn gebed komt U voor in den morgenstond.

  • 9In God roemen wij den gansen dag, en Uw Naam zullen wij loven in eeuwigheid. Sela.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • Ps 59:4-5
    2 verzen
    75%

    4Want zie, zij leggen mijner ziel lagen; sterken rotten zich tegen mij; zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o HEERE!

    5Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie.

  • 75%

    6Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.

  • 2Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?

  • Jer 14:8-9
    2 verzen
    74%

    8O Israels Verwachting, Zijn Verlosser in tijd van benauwdheid! waarom zoudt Gij zijn als een vreemdeling in het land, en als een reiziger, die slechts inkeert om te vernachten?

    9Waarom zoudt Gij zijn als een versaagd man, als een held, die niet kan verlossen? Gij zijt toch in het midden van ons, o HEERE! en wij zijn naar Uw Naam genoemd, verlaat ons niet.

  • 12Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.

  • 18Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt.

  • 13Sta op, HEERE, kom zijn aangezicht voor, vel hem neder; bevrijd mijn ziel met Uw zwaard van den goddeloze;

  • 6Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?

  • 19Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn.

  • 1Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth;

  • 11Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  • 17Om de stem des honers en des lasteraars, vanwege den vijand en den wraakgierige.

  • 46Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.

  • 10Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen! juich over mij, o gij Palestina!

  • 20Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.

  • 22Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag.

  • 19Ons hart is niet achterwaarts gekeerd, noch onze gang geweken van Uw pad.

  • 7En er is niemand, die Uw Naam aanroept, die zich opwekt, dat hij U aangrijpe; want Gij verbergt Uw aangezicht voor ons, en Gij doet ons smelten, door middel van onze ongerechtigheden.

  • 1O HEERE! waarom staat Gij van verre? waarom verbergt Gij U in tijden van benauwdheid?

  • 49Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.

  • 3Hoe lang zal ik raadslagen voornemen in mijn ziel, droefenis in mijn hart bij dag? Hoe lang zal mijn vijand over mij verhoogd zijn?

  • 9Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!

  • 19Hebt Gij dan Juda ganselijk verworpen? Heeft Uw ziel een walging aan Sion? Waarom hebt Gij ons geslagen, dat er geen genezing voor ons is? Men wacht naar vrede, maar daar is niets goeds, en naar tijd van genezing, maar ziet, daar is verschrikking.

  • 46En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.

  • 9HEERE! wees niet zo zeer verbolgen, en gedenk niet eeuwiglijk der ongerechtigheid; zie, aanschouw toch, wij allen zijn Uw volk.

  • 12HEERE! zoudt Gij U over deze dingen inhouden, zoudt Gij stilzwijgen, en ons zozeer bedrukken?

  • 19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  • 9Maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God mijns levens.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Aijeleth hasschachar.

  • 4O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.

  • 8Sta op, HEERE! tot Uw rust, Gij en de ark Uwer sterkte!

  • 7Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:

  • 11Gij doet ons achterwaarts keren van den wederpartijder; en onze haters beroven ons voor zich.

  • 2O Herder Israels! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.