Psalmen 68:1

Statenvertaling (States Bible)

Een psalm, een lied van David, voor den opperzangmeester.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 10:35 : 35 Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!
  • Jes 33:3 : 3 Van het geluid des rumoers zullen de volken wegvlieden; van Uw verhoging zullen de heidenen verstrooid worden.
  • Ps 89:10 : 10 Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.
  • Ex 20:5 : 5 Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
  • Ps 132:8-9 : 8 Sta op, HEERE! tot Uw rust, Gij en de ark Uwer sterkte! 9 Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid, en dat Uw gunstgenoten juichen.
  • Jes 41:15-16 : 15 Ziet, Ik heb u tot een scherpe nieuwe dorsslede gesteld, die scherpe pinnen heeft; gij zult bergen dorsen en vermalen, en heuvelen zult gij stellen gelijk kaf. 16 Gij zult ze wannen, en de wind zal ze wegnemen, en de stormwind zal ze verstrooien; maar gij zult u verheugen in den HEERE; in den Heilige Israels zult gij u roemen.
  • Jes 42:13-14 : 13 De HEERE zal uittrekken als een held; Hij zal den ijver opwekken als een krijgsman; Hij zal juichen, ja, Hij zal een groot getier maken; Hij zal Zijn vijanden overweldigen. 14 Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en Mij ingehouden; Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik zal ze verwoesten, en te zamen opslokken.
  • Jes 51:9-9 : 9 Ontwaak, ontwaak, trek sterkte aan, Gij arm des HEEREN! ontwaak als in de verledene dagen, als in de geslachten van ouds; zijt Gij het niet, Die Rahab uitgehouwen hebt, Die den zeedraak verwond hebt? 10 Zijt Gij het niet, Die de zee, de wateren des groten afgronds, droog gemaakt hebt? Die de diepten der zee gemaakt hebt tot een weg, opdat de verlosten daardoor gingen?
  • Ezech 5:2 : 2 Een derde deel zult gij in het midden der stad met vuur verbranden, nadat de dagen der belegering vervuld worden; dan zult gij een derde deel nemen, slaande met een zwaard rondom hetzelve, en een derde deel zult gij in den wind strooien; want Ik zal het zwaard achter hen uittrekken.
  • Ezech 12:14-15 : 14 En allen, die rondom hem zijn tot zijn hulp, en al zijn benden zal Ik in alle winden verstrooien; en Ik zal het zwaard achter hen uittrekken. 15 Alzo zullen zij weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik hen onder de heidenen verspreiden en hen in de landen verstrooien zal.
  • Dan 2:35 : 35 Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde.
  • Joh 14:23-24 : 23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken. 24 Die Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet; en het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft.
  • Deut 7:10 : 10 En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
  • 2 Kron 6:41 : 41 En nu, HEERE God, maak U op tot Uw rust, Gij en de ark Uwer kracht; laat Uw priesters, HEERE God, met heil bekleed worden, en laat Uw gunstgenoten over het goede blijde zijn.
  • Ps 7:6-7 : 6 Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela. 7 Sta op, HEERE, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen.
  • Ps 21:8 : 8 Want de koning vertrouwt op den HEERE, en door de goedertierenheid des Allerhoogsten zal hij niet wankelen.
  • Ps 44:26 : 26 Want onze ziel is in het stof nedergebogen; onze buik kleeft aan de aarde. [ (Psalms 44:27) Sta op, ons ter hulp, en verlos ons om Uwer goedertierenheid wil. ]
  • Ps 59:11 : 11 De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien.
  • Ps 68:14 : 14 Al laagt gijlieden tussen twee rijen van stenen, zo zult gij toch worden als vleugelen ener duive, overdekt met zilver, en welker vederen zijn met uitgegraven geluwen goud.
  • Ps 68:30 : 30 Om Uws tempels wil te Jeruzalem, zullen U de koningen geschenk toebrengen.
  • Ps 78:65-68 : 65 Toen ontwaakte de Heere, als een slapende, als een held, die juicht van den wijn. 66 En Hij sloeg Zijn wederpartijders aan het achterste; Hij deed hun eeuwige smaadheid aan. 67 Doch Hij verwierp de tent van Jozef, en den stam van Efraim verkoos Hij niet. 68 Maar Hij verkoos den stam van Juda, den berg Sion, dien Hij liefhad.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 68:2-4
    3 verzen
    81%

    2God zal opstaan, Zijn vijanden zullen verstrooid worden, en Zijn haters zullen van Zijn aangezicht vlieden.

    3Gij zult hen verdrijven, gelijk rook verdreven wordt; gelijk was voor het vuur smelt, zullen de goddelozen vergaan van Gods aangezicht.

    4Maar de rechtvaardigen zullen zich verblijden; zij zullen van vreugde opspringen voor Gods aangezicht, en van blijdschap vrolijk zijn.

  • 35Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE! en laat Uw vijanden verstrooid worden, en Uw haters van Uw aangezicht vlieden!

  • 9Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!

  • Ps 7:5-6
    2 verzen
    74%

    5Indien ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered die mij zonder oorzaak benauwde!)

    6Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.

  • 2O God! zwijg niet, houd U niet als doof, en zijt niet stil, o God!

  • 73%

    3In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!

  • 19Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn.

  • 1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden.

  • 6Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen.

  • 7O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!

  • Ps 59:10-11
    2 verzen
    71%

    10Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Hoog Vertrek.

    11De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien.

  • 3Een vuur gaat voor Zijn aangezicht heen, en het steekt Zijn wederpartijen rondom aan brand.

  • 31Alzo moeten omkomen al Uw vijanden, o HEERE! die Hem daarentegen liefhebben, moeten zijn, als wanneer de zon opgaat in haar kracht. En het land was stil, veertig jaren.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 21Die God is ons een God van volkomene Zaligheid; en bij den HEERE, den Heere, zijn uitkomsten tegen den dood.

  • Ps 139:21-22
    2 verzen
    70%

    21Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?

    22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.

  • 70%

    7Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten.

  • 24Laat hun ogen duister worden, dat zij niet zien; en doe hun lenden gedurig waggelen.

  • 7Mijn vijand zij als de goddeloze, en die zich tegen mij opmaakt, als de verkeerde.

  • 7De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.

  • 7Een God, Die de eenzamen zet in een huisgezin, uitvoert, die in boeien gevangen zijn; maar de afvalligen wonen in het dorre.

  • 3Van het geluid des rumoers zullen de volken wegvlieden; van Uw verhoging zullen de heidenen verstrooid worden.

  • 19Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.

  • 3Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.

  • 7Zij rotten samen, zij versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn ziel wachten.

  • 5Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.

  • 23De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken.

  • 8En met een doorgaanden vloed zal Hij haar plaats te niet maken; en duisternis zal Zijn vijanden vervolgen.

  • 66Thau. Vervolg ze met toorn, en verdelg ze van onder den hemel des HEEREN.

  • 5Laat hen worden als kaf voor den wind, en de Engel des HEEREN drijve hen weg.

  • 15Gelijk het vuur een woud verbrandt, en gelijk de vlam de bergen aansteekt;

  • 10De HEERE heeft mijn smeking gehoord; de HEERE zal mijn gebed aannemen. [ (Psalms 6:11) Al mijn vijanden zullen zeer beschaamd en verbaasd worden; zij zullen terugkeren, zij zullen in een ogenblik beschaamd worden. ]

  • 9Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.

  • 17Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.

  • 4Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha!

  • 4Aanschouw, verhoor mij, HEERE, mijn God; verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape;

  • 68%

    8Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze.

  • 7De HEERE is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.

  • 10Maar nu hebt Gij ons verstoten en te schande gemaakt, dewijl Gij met onze krijgsheiren niet uittrekt.

  • 68%

    1Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.

  • 9De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof lekken.

  • 10Aangaande het hoofd dergenen, die mij omringen, de overlast hunner lippen overdekke hen.

  • 13Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.

  • 19Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.

  • 2Gelijk een smeltvuur brandt, en het vuur de wateren doet opbobbelen, om Uw Naam aan Uw wederpartijders bekend te maken! Laat alzo de heidenen voor Uw aangezicht beven.