Psalmen 77:10

Statenvertaling (States Bible)

Heeft God vergeten genadig te zijn? Heeft Hij Zijn barmhartigheden door toorn toegesloten? Sela.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 31:22 : 22 Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.
  • Ps 73:22 : 22 Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.
  • Ps 77:5 : 5 Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.
  • Ps 116:11 : 11 Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars.
  • Klaagl 3:18-23 : 18 Vau. Toen zeide ik: Mijn sterkte is vergaan, en mijn hoop van den HEERE. 19 Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle. 20 Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij. 21 Zain. Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen; 22 Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; 23 Cheth. Zij zijn allen morgen nieuw, Uw trouw is groot.
  • Hab 3:2-9 : 2 HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens. 3 God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof. 4 En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar was Zijn sterkte verborgen. 5 Voor Zijn aangezicht ging de pestilentie, en de vurige kool ging voor Zijn voeten henen. 6 Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne. 7 Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen des lands van Midian schudden. 8 Was de HEERE ontstoken tegen de rivieren? Was Uw toorn tegen de rivieren, was Uw verbolgenheid tegen de zee, toen Gij op Uw paarden reedt? Uw wagens waren heil. 9 De naakte grond werd ontbloot door Uw boog, om de eden, aan de stammen gedaan door het woord. Sela. Gij hebt de rivieren der aarde gekloofd. 10 De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte. 11 De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarhenen, met glans Uw bliksemende spies. 12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen. 13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.
  • Marc 9:24 : 24 En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
  • Ex 15:6 : 6 O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken!
  • Num 23:21-22 : 21 Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem. 22 God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
  • Deut 4:34 : 34 Of: of God verzocht heeft te gaan, om Zich een volk uit het midden eens volks aan te nemen, door verzoekingen, door tekenen, en door wonderen, en door strijd, en door een sterke hand, en door een uitgestrekten arm, en met grote verschrikkingen; naar al hetgeen de HEERE, uw God, ulieden voor uw ogen in Egypte gedaan heeft?
  • Job 42:3 : 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 77:11-12
    2 verzen
    82%

    11Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert.

    12Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

  • 9Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?

  • 5Ik gedenk aan de dagen van ouds; ik overleg al Uw daden; ik spreek bij mijzelven van de werken Uwer handen.

  • 76%

    19Zain. Gedenk aan mijn ellende en aan mijn ballingschap, aan den alsem en galle.

    20Zain. Mijn ziel gedenkt er wel terdege aan, en zij bukt zich neder in mij.

    21Zain. Dit zal ik mij ter harte nemen, daarom zal ik hopen;

  • Ps 77:2-3
    2 verzen
    75%

    2Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.

    3Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden.

  • 23Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;

  • Ps 31:9-10
    2 verzen
    74%

    9En mij niet hebt overgeleverd in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.

    10Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

  • Ps 77:5-6
    2 verzen
    74%

    5Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.

    6Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.

  • 5Indien ik u vergeet, o Jeruzalem! zo vergete mijn rechterhand zichzelve!

  • Ps 25:6-7
    2 verzen
    73%

    6Zain. Gedenk, HEERE! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.

    7Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!

  • 17Hij is met vuur verbrand; hij is afgehouwen; zij komen om van het schelden Uws aangezichts.

  • 10Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

  • 7Als mijn ziel in mij overstelpt was, dacht ik aan den HEERE, en mijn gebed kwam tot U, in den tempel Uwer heiligheid.

  • 9Maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn; het gebed tot den God mijns levens.

  • Ps 71:16-17
    2 verzen
    72%

    16Ik zal heengaan in de mogendheden des Heeren HEEREN; ik zal Uw gerechtigheid vermelden, de Uwe alleen.

    17O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.

  • 9Verwerp mij niet in den tijd des ouderdoms; verlaat mij niet, terwijl mijn kracht vergaat.

  • 8Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.

  • 16De rechterhand des HEEREN is verhoogd; de rechterhand des HEEREN doet krachtige daden.

  • Ps 102:23-24
    2 verzen
    72%

    23Wanneer de volken samen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken, om den HEERE te dienen.

    24Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.

  • Ps 10:11-12
    2 verzen
    72%

    11Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, Hij heeft Zijn aangezicht verborgen, Hij ziet niet in eeuwigheid.

    12Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • 13Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.

  • 1Een lied Hammaaloth. O HEERE! gedenk aan David, aan al zijn lijden;

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 1Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;

  • 71%

    3Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.

  • Ps 31:14-15
    2 verzen
    71%

    14Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.

    15Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

  • 4Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Sela.

  • 10Ik zeide: Vanwege de afsnijding mijner dagen, zal ik tot de poorten des grafs heengaan, ik word beroofd van het overige mijner jaren.

  • 42Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;

  • 26Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de Rotssteen mijns harten, en mijn Deel in eeuwigheid.

  • 27Indien mijn zeggen is: Ik zal mijn klacht vergeten, en ik zal mijn gebaar laten varen, en mij verkwikken;

  • 7Daarom is mijn oog door verdriet verdonkerd, en al mijn ledematen zijn gelijk een schaduw.

  • 10Ik heb geloofd, daarom sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest.

  • 8Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.

  • 15Wat zal ik spreken? Gelijk Hij het mij heeft toegezegd, alzo heeft Hij het gedaan; ik zal nu al zoetjes voorttreden al mijn jaren, vanwege de bitterheid mijner ziel.

  • 109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.

  • 16Nochtans heb ik gedacht om dit te mogen verstaan; maar het was moeite in mijn ogen;