Romeinen 16:20
En de God des vredes zal den satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
En de God des vredes zal den satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
19Want uw gehoorzaamheid is tot kennis van allen gekomen. Ik verblijde mij dan uwenthalve; en ik wil, dat gij wijs zijt in het goede, doch onnozel in het kwade.
21U groeten, Timotheus, mijn medearbeider, en Lucius, en Jason, en Socipater, mijn bloedverwanten.
24De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
25Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;
32Opdat ik met blijdschap, door den wil van God, tot u mag komen, en met u verkwikt worden.
33En de God des vredes zij met u allen. Amen.
16De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.
17De groetenis met mijn hand, van Paulus; hetwelk is een teken in iederen zendbrief; alzo schrijf ik.
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
25De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest. Amen.
23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.
23De genade van den Heere Jezus Christus zij met u.
24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.
18De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest, broeders! Amen.
25De genade zij met u allen. Amen.
13De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.
21De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
2Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
12Opdat de Naam van onzen Heere Jezus Christus verheerlijkt worde in u, en gij in Hem, naar de genade van onzen God en den Heere Jezus Christus.
11Voorts, broeders, zijt blijde, wordt volmaakt, zijt getroost, zijt eensgezind, leeft in vrede; en de God der liefde en des vredes zal met u zijn.
15En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes;
23Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.
24De genade zij met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.
13De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
14
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.
15Die met mij zijn, groeten u allen. Groet ze, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.
3Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
14Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. [ (III John 1:15) Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name. ]
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3Genade zij u en vrede van God onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
28En dat gij in geen ding verschrikt wordt van degenen, die tegenstaan; hetwelk hun wel een bewijs is des verderfs, maar u der zaligheid, en dat van God.
20U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus.
21De groetenis met mijn hand van Paulus.
21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.
3Genade zij u en vrede van God den Vader, en onzen Heere Jezus Christus;
7Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
8Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld.
9Hetgeen gij ook geleerd, en ontvangen, en gehoord, en in mij gezien hebt, doet dat; en de God des vredes zal met u zijn.
2Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
16En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade,
19Want ik weet, dat dit mij ter zaligheid gedijen zal, door uw gebed en toebrenging des Geestes van Jezus Christus.
27Den zelven alleen wijzen God zij door Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.
30Denzelfden strijd hebbende, hoedanigen gij in mij gezien hebt, en nu in mij hoort.
16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden.
21Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.