1 Korintiërs 8:5

Statenvertaling (States Bible)

Want hoewel er ook zijn, die goden genaamd worden, hetzij in den hemel, hetzij op de aarde (gelijk er vele goden en vele heren zijn),

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Thess 2:4 : 4 Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geeerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
  • Deut 10:17 : 17 Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt;
  • Jer 2:11 : 11 Heeft ook een volk de goden veranderd, hoewel dezelve geen goden zijn? Nochtans heeft Mijn volk zijn Eer veranderd in hetgeen geen nut doet.
  • Jer 2:28 : 28 Waar zijn dan uw goden, die gij u gemaakt hebt? Laat ze opstaan, of zij u ten tijde uws kwaads zullen verlossen; want naar het getal uwer steden zijn uw goden, o Juda!
  • Jer 11:13 : 13 Want naar het getal uwer steden zijn uw goden geweest, o Juda! en naar het getal der straten van Jeruzalem hebt gijlieden altaren gesteld voor die schaamte, altaren om den Baal te roken.
  • Dan 5:4 : 4 Zij dronken den wijn, en prezen de gouden, en de zilveren, de koperen, de ijzeren, de houten en de stenen goden.
  • Joh 10:34-35 : 34 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden? 35 Indien de wet die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden;
  • Gal 4:8 : 8 Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1 Kor 8:6-7
    2 verzen
    82%

    6Nochtans hebben wij maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn, en wij tot Hem; en maar een Heere, Jezus Christus, door Welken alle dingen zijn, en wij door Hem.

    7Doch in allen is de kennis niet; maar sommigen, met een geweten des afgods tot nog toe, eten als iets dat den afgoden geofferd is; en hun geweten, zwak zijnde, wordt bevlekt.

  • 1 Kor 8:3-4
    2 verzen
    81%

    3Maar zo iemand God liefheeft, die is van Hem gekend.

    4Aangaande dan het eten der dingen, die den afgoden geofferd zijn, wij weten, dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen ander God is dan een.

  • 5Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  • Ef 4:4-6
    3 verzen
    73%

    4Een lichaam is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een hoop uwer roeping;

    5Een Heere, een geloof, een doop,

    6Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.

  • 72%

    25Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.

    26Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  • Joh 10:34-35
    2 verzen
    71%

    34Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd, gij zijt goden?

    35Indien de wet die goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied is, en de Schrift niet kan gebroken worden;

  • 8Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn;

  • 71%

    24De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;

    25En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft;

  • 1 Kor 12:5-6
    2 verzen
    70%

    5En er is verscheidenheid der bedieningen, en het is dezelfde Heere;

    6En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.

  • Rom 12:4-5
    2 verzen
    70%

    4Want gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben;

    5Alzo zijn wij velen een lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.

  • 6Ik heb wel gezegd: Gij zijt goden; en gij zijt allen kinderen des Allerhoogsten;

  • 5Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.

  • 69%

    28Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.

    29Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn.

  • 5Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;

  • 9Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om den levenden en waarachtigen God te dienen;

  • 3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;

  • 5Wie is dan Paulus, en wie is Apollos, anders dan dienaars, door welken gij geloofd hebt, en dat, gelijk de Heere aan een iegelijk gegeven heeft?

  • 60Opdat alle volken der aarde weten, dat de HEERE die God is, niemand meer;

  • 12Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus.

  • 23Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods.

  • 19Wat zeg ik dan? Dat een afgod iets is, of dat het afgodenoffer iets is?

  • 20Zal een mens zich goden maken? Zij zijn toch geen goden.

  • 17Want een brood is het, zo zijn wij velen een lichaam, dewijl wij allen eens broods deelachtig zijn.

  • 11(Aldus zult gijlieden tot hen zeggen: De goden, die den hemel en de aarde niet gemaakt hebben, zullen vergaan van de aarde, en van onder dezen hemel.)

  • 7Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

  • 16Of wat samenvoeging heeft de tempel Gods met de afgoden? Want gij zijt de tempel des levenden Gods; gelijkerwijs God gezegd heeft: Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen; en Ik zal hun God zijn, en zij zullen Mij een volk zijn.

  • 7Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.

  • 17Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt;

  • 7Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!

  • 14Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden.

  • 3Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.

  • 9God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.

  • 9Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.

  • 16Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?

  • 20Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam.

  • 8Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.

  • 1Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering Godes; Hij oordeelt in het midden der goden;

  • 1 Kor 12:2-3
    2 verzen
    67%

    2Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naar dat gij geleid werdt.

    3Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door den Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest.

  • 15Welke te Zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen, en Heere der heren;