Job 21:8

Statenvertaling (States Bible)

Hun zaad is bestendig met hen voor hun aangezicht, en hun spruiten zijn voor hun ogen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 5:3-4 : 3 Ik heb gezien een dwaas wortelende; doch terstond vervloekte ik zijn woning. 4 Verre waren zijn zonen van heil; en zij werden verbrijzeld in de poort, en er was geen verlosser.
  • Job 18:19 : 19 Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.
  • Job 20:10 : 10 Zijn kinderen zullen zoeken den armen te behagen; en zijn handen zullen zijn vermogen moeten weder uitkeren.
  • Job 20:28 : 28 De inkomste van zijn huis zal weggevoerd worden; het zal al henenvloeien in den dag Zijns toorns.
  • Ps 17:14 : 14 Met Uw hand van de lieden, o HEERE! van de lieden, die van de wereld zijn, welker deel in dit leven is, welker buik Gij vervult met Uw verborgen schat; de kinderen worden verzadigd, en zij laten hun overschot hun kinderkens achter.
  • Spr 17:6 : 6 De kroon de ouden zijn de kindskinderen, en der kinderen sieraad zijn hun vaderen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 21:9-11
    3 verzen
    80%

    9Hun huizen hebben vrede zonder vreze, en de roede Gods is op hen niet.

    10Zijn stier bespringt, en mist niet; zijn koe kalft, en misdraagt niet.

    11Hun jonge kinderen zenden zij uit als een kudde, en hun kinderen huppelen.

  • 7Waarom leven de goddelozen, worden oud, ja, worden geweldig in vermogen?

  • 9En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en hun nakomelingen in het midden der volken; allen, die hen zien zullen, zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad, dat de HEERE gezegend heeft.

  • 2Gimel. Zijn zaad zal geweldig zijn op aarde; Daleth. het geslacht der oprechten zal gezegend worden.

  • 10Gij zult hen zetten als een vurige oven ter tijd uws toornigen aangezichts; de HEERE zal hen in Zijn toorn verslinden, en het vuur zal hen verteren.

  • 23Zij zullen niet tevergeefs arbeiden, noch baren ter verstoring; want zij zijn het zaad der gezegenden des HEEREN, en hun nakomelingen met hen.

  • 28Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden. [ (Psalms 102:29) De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ]

  • 19Zie, dat is vreugde zijns wegs; en uit het stof zullen anderen voortspruiten.

  • Job 27:13-14
    2 verzen
    72%

    13Dit is het deel des goddelozen mensen bij God, en de erve der tirannen, die zij van den Almachtige ontvangen zullen.

    14Indien zijn kinderen vermenigvuldigen, het is ten zwaarde; en zijn spruiten zullen van brood niet verzadigd worden.

  • 20En zijn zonen zullen zijn als eertijds, en zijn gemeente zal voor Mijn aangezicht bevestigd worden; en Ik zal bezoeking doen over al zijn onderdrukkers.

  • 23Stelt hem God in gerustigheid, zo steunt hij daarop; nochtans zijn Zijn ogen op hun wegen.

  • 21Maakt de slachting voor zijn kinderen gereed, om hunner vaderen ongerechtigheid wil; dat zij niet opstaan, en de aarde erven, en de wereld vervullen met steden;

  • 8Maar gelijk als ik gezien heb: die ondeugd ploegen, en moeite zaaien, maaien dezelve.

  • 16Doch ziet, hun goed is niet in hun hand; de raad der goddelozen is verre van mij.

  • 25Ook zult gij bevinden, dat uw zaad menigvuldig wezen zal, en uw spruiten als het kruid der aarde.

  • 11Want hij ziet, dat de wijzen sterven, dat te zamen een dwaas en een onvernuftige omkomen, en hun goed anderen nalaten.

  • 8Zo moet ik zaaien, maar een ander eten, en mijn spruiten moeten uitgeworteld worden!

  • 13Nun. Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beerven.

  • 8Alleenlijk zult gij het met uw ogen aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.

  • 30Alle vetten op aarde zullen eten, en aanbidden; allen, die in het stof nederdalen, zullen voor Zijn aangezicht nederbukken; en die zijn ziel bij het leven niet kan houden.

  • 16Als de goddelozen velen worden, wordt de overtreding veel; maar de rechtvaardigen zullen hun val aanzien.

  • 19Ook zou uw zaad geweest zijn als het zand, en die uit uw ingewanden voortkomen als deszelfs steentjes; wiens naam niet zou worden afgehouwen, noch verdelgd van voor Mijn aangezicht.

  • 3Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.

  • Job 21:18-19
    2 verzen
    69%

    18Dat zij gelijk stro worden voor den wind, en gelijk kaf, dat de wervelwind wegsteelt;

    19Dat God Zijn geweld weglegt, voor Zijn kinderen, hem vergeldt, dat hij het gewaar wordt;

  • 4Verre waren zijn zonen van heil; en zij werden verbrijzeld in de poort, en er was geen verlosser.

  • 6Opdat het navolgende geslacht die weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden; en zouden opstaan, en vertellen ze hun kinderen;

  • 2Gij hebt ze geplant, zij zijn ook ingeworteld, zij gaan voort, ook dragen zij vrucht; Gij zijt wel nabij in hun mond, maar verre van hun nieren.

  • 4Weet gij den tijd van het baren der steengeiten? Hebt gij waargenomen den arbeid der hinden?

  • 4Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.

  • 7Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.

  • 21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

  • 6De kroon de ouden zijn de kindskinderen, en der kinderen sieraad zijn hun vaderen.

  • 5Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht des rechtvaardigen.

  • 21Opdat uw dagen, en de dagen uwer kinderen, in het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft hun te geven, vermenigvuldigen, gelijk de dagen des hemels op de aarde.

  • 14Met Uw hand van de lieden, o HEERE! van de lieden, die van de wereld zijn, welker deel in dit leven is, welker buik Gij vervult met Uw verborgen schat; de kinderen worden verzadigd, en zij laten hun overschot hun kinderkens achter.

  • 7De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem.

  • 14Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

  • Ps 89:29-30
    2 verzen
    68%

    29Ik zal hem Mijn goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven.

    30En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen.

  • 8Indien zijn wortel in de aarde veroudert, en zijn stam in het stof versterft;

  • 7Hun ogen puilen uit van vet; zij gaan de inbeeldingen des harten te boven.

  • 2En zij zeggen niet in hun hart, dat Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor Mijn aangezicht.

  • 4Indien uw kinderen gezondigd hebben tegen Hem, Hij heeft hen ook in de hand hunner overtreding geworpen.

  • 21Verreist niet hun uitnemendheid met hen? Zij sterven, maar niet in wijsheid.

  • 21Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.