Mattheüs 10:30

Statenvertaling (States Bible)

En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 14:45 : 45 Maar het volk zeide tot Saul: Zou Jonathan sterven, die deze grote verlossing in Israel gedaan heeft? Dat zij verre! zo waarachtig als de HEERE leeft, als er een haar van zijn hoofd op de aarde vallen zal; want hij heeft dit heden met God gedaan. Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.
  • 2 Sam 14:11 : 11 En zij zeide: De koning gedenke toch aan den HEERE, uw God, dat de bloedwrekers niet te vele worden om te verderven, dat zij mijn zoon niet verdelgen. Toen zeide hij: Zo waarachtig als de HEERE leeft, indien er een van de haren uws zoons op de aarde zal vallen!
  • Luk 21:18 : 18 Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan.
  • Hand 27:34 : 34 Daarom vermaan ik u spijze te nemen, want dat dient tot uw behouding; want niemand van u zal een haar van het hoofd vallen.
  • 1 Kon 1:52 : 52 En Salomo zeide: Indien hij een vroom man zal zijn, daar zal niet van zijn haar op de aarde vallen; maar indien in hem kwaad bevonden zal worden, zo zal hij sterven.
  • Luk 12:7 : 7 Ja, ook de haren uws hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Luk 12:6-7
    2 verzen
    88%

    6Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningskens? En niet een van die is voor God vergeten.

    7Ja, ook de haren uws hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

  • 31Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

  • 82%

    28En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.

    29Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.

  • 18Doch niet een haar uit uw hoofd zal verloren gaan.

  • 36Noch bij uw hoofd zult gij zweren, omdat gij niet een haar kunt wit of zwart maken;

  • Ps 139:16-18
    3 verzen
    71%

    16Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

    17Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!

    18Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.

  • Matt 6:25-32
    8 verzen
    70%

    25Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?

    26Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?

    27Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

    28En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;

    29En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.

    30Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?

    31Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?

    32Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.

  • 4Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze allen bij namen.

  • 27Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

  • Luk 12:23-28
    6 verzen
    68%

    23Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding.

    24Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven?

    25Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

    26Indien gij dan ook het minste niet kunt, wat zijt gij voor de andere dingen bezorgd?

    27Aanmerkt de lelien, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze.

    28Indien nu God het gras dat heden op het veld is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, hoeveel meer u, gij kleingelovigen!

  • 10Want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, dat zij U bewaren zullen;

  • 12Gij, o HEERE! zult Uw barmhartigheden van mij niet onthouden; laat Uw weldadigheid en Uw trouw mij geduriglijk behoeden.

  • 27Gij zult de hoeken uws hoofds niet rond afscheren; ook zult gij de hoeken uws baards niet verderven.

  • Luk 12:31-32
    2 verzen
    67%

    31Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

    32Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.

  • 10Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.

  • 67%

    19Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.

    20Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.

  • 40En als een man zijn hoofdhaar zal uitgevallen zijn, hij is kaal, hij is rein.

  • Joh 10:29-30
    2 verzen
    67%

    29Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.

    30Ik en de Vader zijn een.

  • 7Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

  • 14Alzo is de wil niet uws Vaders, Die in de hemelen is, dat een van deze kleinen verloren ga.

  • 5Welgelukzalig is de man, die den HEERE tot zijn vertrouwen stelt, en niet omziet naar de hovaardigen, en die tot leugen afwijken.

  • 11Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen.

  • 10Ziet toe, dat gij niet een van deze kleinen veracht. Want Ik zeg ulieden, dat hun engelen, in de hemelen, altijd zien het aangezicht Mijns Vaders, Die in de hemelen is.

  • 15Toen ging voorbij mijn aangezicht een geest; hij deed het haar mijns vleses te berge rijzen.

  • Rom 8:36-37
    2 verzen
    66%

    36(Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.)

    37Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft.

  • 26Vreest dan hen niet; want er is niets bedekt, hetwelk niet zal ontdekt worden, en verborgen, hetwelk niet zal geweten worden.

  • 5Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

  • 5Uw hoofd op u is als Karmel, en de haarband uws hoofds als purper; de koning is als gebonden op de galerijen.

  • 16Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.