Psalmen 139:10

Statenvertaling (States Bible)

Ook daar zou Uw hand mij geleiden, en Uw rechterhand zou mij houden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 23:3 : 3 Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.
  • Ps 63:8 : 8 Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.
  • Ps 73:23 : 23 Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;
  • Ps 143:9-9 : 9 Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik. 10 Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
  • Jes 41:13 : 13 Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 73:23-24
    2 verzen
    82%

    23Ik zal dan geduriglijk bij U zijn; Gij hebt mijn rechterhand gevat;

    24Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.

  • Ps 139:11-13
    3 verzen
    81%

    11Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.

    12Ook verduistert de duisternis voor U niet; maar de nacht licht als de dag; de duisternis is als het licht.

    13Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.

  • Ps 139:1-9
    9 verzen
    79%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

    2Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.

    3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.

    4Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.

    5Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

    6De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

    7Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?

    8Zo ik opvoer ten hemel, Gij zijt daar; of bedde ik mij in de hel, zie, Gij zijt daar.

    9Nam ik vleugelen des dageraads, woonde ik aan het uiterste der zee;

  • 8Want Gij zijt mij een hulp geweest; en in de schaduw Uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen.

  • Ps 138:7-8
    2 verzen
    77%

    7Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.

    8De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE! is in der eeuwigheid; en laat niet varen de werken Uwer handen.

  • 13Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

  • 13Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.

  • 17Hij is met vuur verbrand; hij is afgehouwen; zij komen om van het schelden Uws aangezichts.

  • 173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.

  • 10Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God; Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand Mijner gerechtigheid.

  • 14Hij is een hoofdstuk der wegen Gods; Die hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht.

  • 5De HEERE is uw Bewaarder, de HEERE is uw Schaduw, aan uw rechterhand.

  • 35Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

  • 4Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

  • Job 10:7-8
    2 verzen
    73%

    7Het is Uw wetenschap, dat ik niet goddeloos ben; nochtans is er niemand, die uit Uw hand verlosse.

    8Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij.

  • 8Want de koning vertrouwt op den HEERE, en door de goedertierenheid des Allerhoogsten zal hij niet wankelen.

  • 10Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.

  • 24En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

  • 25En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden.

  • 11Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

  • 3Neig Uw oor tot mij, red mij haastelijk; wees mij tot een sterke Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden.

  • 16De rechterhand des HEEREN is verhoogd; de rechterhand des HEEREN doet krachtige daden.

  • 18Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 7Maak Uw weldadigheden wonderbaar, Gij, Die verlost degenen, die op U betrouwen, van degenen, die tegen Uw rechterhand opstaan!

  • 73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

  • 5Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  • 15Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

  • 21Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  • 9Als Hij ter linkerhand werkt, zo aanschouw ik Hem niet; bedekt Hij Zich ter rechterhand, zo zie ik Hem niet.

  • 24Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.

  • 11Waarom trekt Gij Uw hand, ja, Uw rechterhand af? Trek haar uit het midden van Uw boezem; maak een einde.

  • 27Opdat zij weten, dat dit Uw hand is, dat Gij het, HEERE! gedaan hebt.

  • 6Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.

  • 71%

    2Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen.

  • 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.

  • 109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.