Numeri 16:20
En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
24Spreek tot deze vergadering, zeggende: Gaat op van rondom de woning van Korach, Dathan en Abiram.
40Ter nagedachtenis voor de kinderen Israels, opdat niemand vreemds, die niet uit het zaad van Aaron is, nadere om reukwerk aan te steken voor het aangezicht des HEEREN; opdat hij niet worde als Korach, en zijn vergadering, gelijk als hem de HEERE door den dienst van Mozes gesproken had.
41Maar des anderen daags murmureerde de ganse vergadering der kinderen Israels tegen Mozes en tegen Aaron, zeggende: Gijlieden hebt des HEEREN volk gedood!
42En het geschiedde, als de vergadering zich verzamelde tegen Mozes en Aaron, en zich wendde naar de tent der samenkomst, ziet, zo bedekte haar die wolk; en de heerlijkheid des HEEREN verscheen.
43Mozes nu en Aaron kwamen tot voor de tent der samenkomst.
44Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
45Maak u op uit het midden van deze vergadering, en Ik zal hen verteren, als in een ogenblik! Toen vielen zij op hun aangezichten.
46En Mozes zeide tot Aaron: Neem het wierookvat, en doe vuur daarin van het altaar, en leg reukwerk daarop, haastelijk gaande tot de vergadering, doe over hen verzoening; want een grote toorn is van voor het aangezicht des HEEREN uitgegaan, de plaag heeft aangevangen.
36En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
21Scheidt u af uit het midden van deze vergadering, en Ik zal hen als in een ogenblik verteren!
26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:
10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
16Voorts zeide Mozes tot Korach: Gij, en uw ganse vergadering, weest voor het aangezicht des HEEREN; gij, en zij, ook Aaron, op morgen.
18Zo namen zij een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarin; en zij stonden voor de deur van de tent der samenkomst, ook Mozes en Aaron.
19En Korach deed de ganse vergadering tegen hen verzamelen, aan de deur van de tent der samenkomst. Toen verscheen de heerlijkheid des HEEREN aan deze ganse vergadering.
7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
8Voorts zeide Mozes tot Korach: Hoort toch, gij, kinderen van Levi!
5En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
26En hij sprak tot de vergadering, zeggende: Wijkt toch af van de tenten dezer goddeloze mannen, en roert niets aan van hetgeen hunner is, opdat gij niet misschien verdaan wordt in al hun zonden.
17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
33Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, en tot Aaron, zeggende tot hen:
17Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
16Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
11Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
23De HEERE nu sprak tot Mozes, en tot Aaron, aan den berg Hor, aan de pale van het land van Edom, zeggende:
8Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
22En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
9Daarna zeide Mozes tot Aaron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israels: Nadert voor het aangezicht des HEEREN, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.
8En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
16Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: