Numeri 33:10

Statenvertaling (States Bible)

En zij verreisden van Elim, en legerden zich aan de Schelfzee.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 16:1 : 1 Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.
  • Ex 17:1 : 1 Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israels, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 33:11-19
    9 verzen
    89%

    11En zij verreisden van de Schelfzee, en legerden zich in de woestijn Sin.

    12En zij verreisden uit de woestijn Sin, en zij legerden zich in Dofka.

    13En zij verreisden van Dofka, en legerden zich in Aluz.

    14En zij verreisden van Aluz, en legerden zich in Rafidim; doch daar was geen water voor het volk, om te drinken.

    15En zij verreisden van Rafidim, en legerden zich in de woestijn van Sinai.

    16En zij verreisden uit de woestijn van Sinai, en legerden zich in Kibroth-Thaava.

    17En zij verreisden van Kibroth-Thaava, en legerden zich in Hazeroth.

    18En zij verreisden van Hazeroth, en legerden zich in Rithma.

    19En zij verreisden van Rithma, en legerden zich in Rimmon-Perez.

  • Num 33:5-9
    5 verzen
    86%

    5Als de kinderen Israels van Rameses verreisd waren, zo legerden zij zich te Sukkoth.

    6En zij verreisden van Sukkoth, en legerden zich in Etham, hetwelk aan het einde der woestijn is.

    7En zij verreisden van Etham, en keerden weder naar Pi-hachiroth, dat tegenover Baal-Sefon is, en zij legerden zich voor Migdol.

    8En zij verreisden van Hachiroth, en gingen over, door het midden van de zee, naar de woestijn, en zij gingen drie dagreizen in de woestijn Etham, en legerden zich in Mara.

    9En zij verreisden van Mara, en kwamen te Elim; in Elim nu waren twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, en zij legerden zich aldaar.

  • Num 33:30-37
    8 verzen
    78%

    30En zij verreisden van Hasmona, en legerden zich in Moseroth.

    31En zij verreisden van Moseroth, en legerden zich in Bene-Jaakan.

    32En zij verreisden van Bene-Jaakan, en legerden zich in Hor-Gidgad.

    33En zij verreisden van Hor-gidgad, en legerden zich in Jotbatha.

    34En zij verreisden van Jotbatha, en legerden zich in Abrona.

    35En zij verreisden van Abrona, en legerden zich in Ezeon-Geber.

    36En zij verreisden van Ezeon-Geber, en legerden zich in de woestijn Zin, dat is Kades.

    37En zij verreisden van Kades, en legerden zich aan den berg Hor, aan het einde des lands van Edom.

  • Num 33:21-22
    2 verzen
    77%

    21En zij verreisden van Libna, en legerden zich in Rissa.

    22En zij verreisden van Rissa, en legerden zich in Kehelatha.

  • 27Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.

  • Num 33:24-27
    4 verzen
    76%

    24En zij verreisden van het gebergte Safer, en legerden zich in Harada.

    25En zij verreisden van Harada, en legerden zich in Makheloth.

    26En zij verreisden van Makheloth, en legerden zich in Tachath.

    27En zij verreisden van Tachath, en legerden zich in Tharah.

  • 20Alzo reisden zij uit Sukkoth; en zij legerden zich in Etham, aan het einde der woestijn.

  • 1Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.

  • 40Gij daarentegen, keert u, en reist naar de woestijn, den weg van de Schelfzee.

  • 18Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israels nu togen bij vijven uit Egypteland.

  • 16Want als zij uit Egypte optogen, zo wandelde Israel door de woestijn tot aan de Schelfzee, en kwam te Kades.

  • Num 33:46-49
    4 verzen
    74%

    46En zij verreisden van Dibon-Gad, en legerden zich in Almon-Diblathaim.

    47En zij verreisden van Almon-Diblathaim, en legerden zich in de bergen Abarim, tegen Nebo.

    48En zij verreisden van de bergen Abarim, en legerden zich in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho.

    49En zij legerden zich aan de Jordaan van Beth-Jesimoth, tot aan Abel-Sittim, in de vlakke velden der Moabieten.

  • 12Van daar reisden zij, en legerden zich bij de beek Zered.

  • 2Want zij togen uit Rafidim, en kwamen in de woestijn Sinai, en zij legerden zich in de woestijn; Israel nu legerde zich aldaar tegenover dien berg.

  • 1Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen.

  • 41En zij verreisden van den berg Hor, en legerden zich in Zalmona.

  • 1Dit zijn de reizen der kinderen Israels, die uit Egypteland uitgetogen zijn, naar hun heiren, door de hand van Mozes en Aaron.

  • 22Hierna deed Mozes de Israelieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.

  • 4Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.

  • 33Zo togen zij drie dagreizen van den berg des HEEREN; en de ark des verbonds des HEEREN reisde voor hun aangezicht drie dagreizen, om voor hen een rustplaats uit te speuren.

  • 29Door het geloof zijn zij de Rode zee doorgegaan, als door het droge; hetwelk de Egyptenaars, ook verzoekende, zijn verdronken.

  • 1Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israels, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken.