Numeri 7:49

Statenvertaling (States Bible)

Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 7:24-27
    4 verzen
    97%

    24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.

    25Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:78-80
    3 verzen
    97%

    78Op den twaalfden dag offerde de overste der kinderen van Nafthali, Ahira, de zoon van Enan.

    79Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    80Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:18-21
    4 verzen
    96%

    18Op den tweeden dag offerde Nethaneel, de zoon van Zuar, de overste van Issaschar.

    19Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:30-32
    3 verzen
    96%

    30Op den vierden dag offerde de overste der kinderen van Ruben, Elizur, de zoon van Sedeur.

    31Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    32Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:36-39
    4 verzen
    96%

    36Op den vijfden dag offerde den overste der kinderen van Simeon, Selumiel, de zoon van Zurisaddai.

    37Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:42-45
    4 verzen
    96%

    42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.

    43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:61-62
    2 verzen
    96%

    61Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    62Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:66-68
    3 verzen
    96%

    66Op den tienden dag offerde de overste der kinderen van Dan, Ahiezer, de zoon van Ammisaddai.

    67Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    68Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:73-75
    3 verzen
    95%

    73Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    74Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:55-56
    2 verzen
    95%

    55Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    56Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

  • Num 7:13-15
    3 verzen
    94%

    13En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:50-51
    2 verzen
    85%

    50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:84-86
    3 verzen
    84%

    84Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.

    85Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

    86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.

  • 48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.

  • 24Ook zal hij een spijsoffer bereiden, een efa tot een var, en een efa tot een ram; en een hin olie tot een efa.

  • 25En ik woog hun toe het zilver, en het goud, en de vaten, zijnde de offering van het huis onzes Gods die de koning en zijn raadsheren, en zijn vorsten, en gans Israel, die er gevonden werden, geofferd hadden;

  • 7En ten spijsoffer zal hij bereiden een efa tot den var, en een efa tot den ram; maar tot de lammeren, zoals zijn hand bekomen zal; en een hin olie tot een efa.

  • 15En een korf ongezuurde koeken, koeken van meelbloem, met olie gemengd, en ongezuurde vladen, met olie bestreken, mitsgaders hun spijsoffer, en hun drankofferen;

  • 53En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.

  • 17En louter goud tot de krauwelen, en tot de sprengbekkens, en tot de schotelen, en tot gouden bekers, het gewicht tot elken beker, desgelijks tot zilveren bekers, tot elken beker het gewicht;

  • 7En zo uw offerande een spijsoffer des ketels is, het zal van meelbloem met olie gemaakt worden.

  • 52En al het goud der heffing, dat zij den HEERE offerden, was zestien duizend zevenhonderd en vijftig sikkelen, van de hoofdlieden der duizenden, en van de hoofdlieden der honderden.