Numeri 7:53
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.
En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elisama, den zoon van Ammihud.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
28Een geitenbok, ten zondoffer;
29En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eliab, den zoon van Helon.
57Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
58Een geitenbok, ten zondoffer;
59En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Gamaliel, den zoon van Pedazur.
45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
46Een geitenbok, ten zondoffer;
47En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Eljasaf, den zoon van Dehuel.
48Op den zevenden dag offerde de overste der kinderen van Efraim, Elisama, den zoon van Ammihud.
69Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
70Een geitenbok, ten zondoffer;
71En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahiezer, den zoon van Ammisaddai.
33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
34Een geitenbok, ten zondoffer;
35En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Elizur, den zoon van Sedeur.
81Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
82Een geitenbok, ten zondoffer;
83En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Ahira, den zoon van Enan.
21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
22Een geitenbok, ten zondoffer;
23En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nethaneel, den zoon van Zuar.
24Op den derden dag offerde de overste der zonen van Zebulon, Eliab, de zoon van Helon.
39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
40Een geitenbok, ten zondoffer;
41En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Selumiel, den zoon van Zurisaddai.
42Op den zesden dag offerde de overste der kinderen van Gad, Eljasaf, den zoon van Dehuel.
75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
76Een geitenbok, ten zondoffer;
77En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Pagiel, den zoon van Ochran.
15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
16Een geitenbok, ten zondoffer;
17En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Nahesson, den zoon van Amminadab.
63Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
64Een geitenbok, ten zondoffer;
65En ten dankoffer: twee runderen, vijf rammen, vijf bokken, vijf eenjarige lammeren. Dit was de offerande van Abidan, den zoon van Gideoni.
51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
52Een geitenbok, ten zondoffer;
54Op den achtsten dag offerde de overste der kinderen van Manasse, Gamaliel, de zoon van Pedazur.
55Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;
14Hij dan zal tot zijn offerande den HEERE offeren een volkomen eenjarig lam ten brandoffer, en een volkomen eenjarig ooilam ten zondoffer, en een volkomen ram ten dankoffer.
19Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
87Al de runderen ten brandoffer waren twaalf varren, twaalf rammen, twaalf eenjarige lammeren, met hun spijsoffer; en twaalf geitenbokken ten zondoffer.
2Dan zult gij een brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE bereiden: een jongen var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
19Maar gij zult een vuuroffer ten brandoffer den HEERE offeren: twee jonge varren, en een ram, daartoe zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn.
27Dan zult gij den HEERE een brandoffer ten liefelijken reuk offeren: twee jonge varren, een ram, zeven eenjarige lammeren;
32En op den zevenden dag: zeven varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;