Psalmen 78:22

Statenvertaling (States Bible)

Omdat zij in God niet geloofden, en op Zijn heil niet vertrouwden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Heb 3:18-19 : 18 En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren? 19 En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.
  • Heb 11:6 : 6 Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.
  • 1 Joh 5:10 : 10 Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.
  • Jud 1:5 : 5 Maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Heere, het volk uit Egypteland verlost hebbende, wederom degenen, die niet geloofden, verdorven heeft.
  • Deut 1:32 : 32 Maar door dit woord geloofdet gij niet aan den HEERE, uw God.
  • Ps 106:24 : 24 Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.
  • Jes 7:9 : 9 Ondertussen zal Samaria Efraims hoofd zijn, en de zoon van Remalia het hoofd van Samaria. Indien gijlieden niet gelooft, zekerlijk, gij zult niet bevestigd worden.
  • Heb 3:12 : 12 Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 78:32-33
    2 verzen
    80%

    32Boven dit alles zondigden zij nog, en geloofden niet, door Zijn wonderen.

    33Dies deed Hij hun dagen vergaan in ijdelheid, en hun jaren in verschrikking.

  • Ps 106:24-25
    2 verzen
    77%

    24Zij versmaadden ook het gewenste land; zij geloofden Zijn woord niet.

    25Maar zij murmureerden in hun tenten; naar de stem des HEEREN hoorden zij niet.

  • Heb 3:18-19
    2 verzen
    75%

    18En welken heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan dengenen, die ongehoorzaam geweest waren?

    19En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof.

  • 32Maar door dit woord geloofdet gij niet aan den HEERE, uw God.

  • Ps 78:10-11
    2 verzen
    73%

    10Zij hielden Gods verbond niet, en weigerden te wandelen in Zijn wet.

    11En zij vergaten Zijn daden, en Zijn wonderen, die Hij hun had doen zien.

  • 37Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.

  • Ps 22:4-5
    2 verzen
    71%

    4Doch Gij zijt heilig, wonende onder de lofzangen Israels.

    5Op U hebben onze vaders vertrouwd; zij hebben vertrouwd, en Gij hebt hen uitgeholpen.

  • 42Zij dachten niet aan Zijn hand, aan den dag, toen Hij hen van den wederpartijder verloste;

  • 11Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.

  • 12Derhalve zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Omdat gijlieden Mij niet geloofd hebt, dat gij Mij heiligdet voor de ogen der kinderen van Israel, daarom zult gijlieden deze gemeente niet inbrengen in het land, hetwelk Ik hun gegeven heb.

  • 58En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.

  • Ps 106:12-13
    2 verzen
    70%

    12Toen geloofden zij aan Zijn woorden; zij zongen Zijn lof.

    13Doch zij vergaten haast Zijn werken, zij verbeidden naar Zijn raad niet.

  • 27Daarom dat zij van achter Hem afgeweken zijn, en geen Zijner wegen verstaan hebben;

  • 56Maar zij verzochten en verbitterden God, den Allerhoogste, en onderhielden Zijn getuigenissen niet.

  • 21Daarom hoorde de HEERE, en werd verbolgen; en een vuur werd ontstoken tegen Jakob, en toorn ging ook op tegen Israel;

  • 9Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;

  • 23Daar Hij den wolken van boven gebood, en de deuren des hemels opende;

  • 21Zij vergaten God, hun Heiland, Die grote dingen gedaan had in Egypte;

  • Ps 78:7-8
    2 verzen
    69%

    7En dat zij hun hoop op God zouden stellen, en Gods daden niet vergeten, maar Zijn geboden bewaren;

    8En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.

  • 37En hoewel Hij zovele tekenen voor hen gedaan had, nochtans geloofden zij in Hem niet;

  • 7God zal u ook afbreken in eeuwigheid; Hij zal u wegrapen en u uit de tent uitrukken; ja, Hij zal u uitwortelen uit het land der levenden. Sela.

  • 42Zij zagen uit, maar er was geen verlosser; naar den HEERE, maar Hij antwoordde hun niet.

  • 39Daarom konden zij niet geloven, dewijl Jesaja wederom gezegd heeft:

  • 14Zo hoorden zij niet, maar zij verhardden hun nek, gelijk de nek hunner vaderen geweest was, die aan den HEERE, hun God, niet geloofd hadden.

  • Rom 11:30-31
    2 verzen
    68%

    30Want gelijkerwijs ook gijlieden eertijds Gode ongehoorzaam geweest zijt, maar nu barmhartigheid verkregen hebt door dezer ongehoorzaamheid;

    31Alzo zijn ook dezen nu ongehoorzaam geweest, opdat ook zij door uw barmhartigheid zouden barmhartigheid verkrijgen.

  • 5Omdat zij niet letten op de daden des HEEREN, noch op het werk Zijner handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen.

  • 10En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.

  • 40En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.

  • 23Voorts als de HEERE ulieden zond uit dat land, dat Ik u gegeven heb; zo waart gij den mond des HEEREN, uws Gods, wederspannig, en geloofdet Hem niet, en waart Zijn stem niet gehoorzaam.

  • 6Door U zullen wij onze wederpartijders met hoornen stoten; in Uw Naam zullen wij vertreden, die tegen ons opstaan.

  • 23Waarlijk, tevergeefs verwacht men het van de heuvelen en de menigte der bergen; waarlijk, in den HEERE, onzen God, is Israels heil!

  • 12Daarom, zo zegt de Heilige Israels: Omdat gijlieden dit woord verwerpt, en vertrouwt op onderdrukking en verkeerdheid, en steunt daarop:

  • 29Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren.

  • 6Dewijl dan blijft, dat sommigen in dezelve rust ingaan, en degenen, dien het Evangelie eerst verkondigd was, niet ingegaan zijn vanwege de ongehoorzaamheid,

  • 11Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn; Indien zij in Mijn rust zullen ingaan!

  • 16Maar zij en onze vaders hebben trotselijk gehandeld, en zij hebben hun nek verhard, en niet gehoord naar Uw geboden;

  • 12Daarom dat zij de stem des HEEREN, huns Gods, niet waren gehoorzaam geweest, maar Zijn verbond overtreden hadden; en al wat Mozes, de knecht des HEEREN, geboden had, dat hadden zij niet gehoord, noch gedaan.

  • 155Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.

  • 8Doch Hij verloste hen om Zijns Naams wil, opdat Hij Zijn mogendheid bekend maakte.

  • 22Want al de mannen, die gezien hebben Mijn heerlijkheid, en Mijn tekenen, die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en Mij nu tienmaal verzocht hebben, en Mijner stem niet zijn gehoorzaam geweest;

  • 3Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?

  • 2Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.