Romeinen 16:13

Statenvertaling (States Bible)

Groet Rufus, den uitverkorene in den Heere, en zijn moeder en de mijne.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Marc 15:21 : 21 En zij dwongen een Simon van Cyrene, die daar voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.
  • Joh 15:16 : 16 Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht blijve; opdat, zo wat gij van den Vader begeren zult in Mijn Naam, Hij u dat geve.
  • Joh 19:27 : 27 Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
  • Ef 1:4 : 4 Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;
  • 2 Thess 2:13 : 13 Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid;
  • 1 Tim 5:2 : 2 De oude vrouwen als moeders; de jonge als zusters, in alle reinheid.
  • 2 Joh 1:1 : 1 De ouderling aan de uitverkoren vrouwe en aan haar kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen, die de waarheid gekend hebben;
  • Matt 12:49-50 : 49 En Zijn hand uitstrekkende over Zijn discipelen, zeide Hij: Ziet, Mijn moeder en Mijn broeders. 50 Want zo wie den wil Mijns Vaders doet Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder, en zuster, en moeder.
  • Matt 20:16 : 16 Alzo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
  • Marc 3:35 : 35 Want zo wie den wil van God doet, die is Mijn broeder, en Mijn zuster, en moeder.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Rom 16:1-12
    12 verzen
    79%

    1En ik beveel u Febe, onze zuster, die een dienares is der Gemeente, die te Kenchreen is;

    2Opdat gij haar ontvangt in den Heere, gelijk het den heiligen betaamt, en haar bijstaat, in wat zaak zij u zou mogen van doen hebben; want zij is een voorstandster geweest van velen, ook van mijzelven.

    3Groet Priscilla en Aquila, mijn medewerkers in Christus Jezus;

    4Die voor mijn leven hun hals gesteld hebben; denwelken niet alleen ik danke, maar ook al de Gemeenten der heidenen.

    5Groet ook de Gemeente in hun huis. Groet Epenetus, mijn beminde, die de eersteling is van Achaje in Christus.

    6Groet Maria, die veel voor ons gearbeid heeft.

    7Groet Andronikus en Junias, mijn magen, en mijn medegevangenen, welke vermaard zijn onder de apostelen, die ook voor mij in Christus geweest zijn.

    8Groet Amplias, mijn beminde in den Heere.

    9Groet Urbanus, onzen medearbeider in Christus, en Stachys, mijn beminde.

    10Groet Apelles, die beproefd is in Christus. Groet hen, die van het huisgezin van Aristobulus zijn.

    11Groet Herodion, die van mijn maagschap is. Groet hen, die van het huisgezin van Narcissus zijn, degenen namelijk, die in den Heere zijn.

    12Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen die in den Heere arbeiden. Groet Persis, de beminde zuster, die veel gearbeid heeft in den Heere.

  • Rom 16:14-16
    3 verzen
    77%

    14Groet Asynkritus, Flegon, Hermas, Patrobas, Hermes, en de broeders, die met hen zijn.

    15Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en al de heiligen, die met henlieden zijn.

    16Groet elkander met een heiligen kus. De Gemeenten van Christus groeten ulieden.

  • Rom 16:21-24
    4 verzen
    72%

    21U groeten, Timotheus, mijn medearbeider, en Lucius, en Jason, en Socipater, mijn bloedverwanten.

    22Ik, Tertius, die den brief geschreven heb, groet u in den Heere.

    23U groet Gajus, de huiswaard van mij en van de gehele Gemeente. U groet Erastus, de rentmeester der stad, en de broeder Quartus.

    24De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

  • 72%

    13U groet de medeuitverkorene Gemeente, die in Babylon is, en Markus, mijn zoon.

    14Groet elkander met een kus der liefde. Vrede zij u allen, die in Christus Jezus zijt. Amen.

  • Fil 4:21-23
    3 verzen
    71%

    21Groet alle heiligen in Christus Jezus; U groeten de broeders, die met mij zijn.

    22Al de heiligen groeten u, en meest die van het huis des keizers zijn.

    23De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

  • 70%

    18Want zij hebben mijn geest verkwikt, en ook den uwen. Erkent dan de zodanigen.

    19U groeten de Gemeenten van Azie. U groeten zeer in den Heere Aquila en Priscilla, met de Gemeente, die te hunnen huize is.

    20U groeten al de broeders. Groet elkander met een heiligen kus.

    21De groetenis met mijn hand van Paulus.

  • 69%

    12Groet elkander met een heiligen kus. U groeten al de heiligen.

    13De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.

  • 13U groeten de kinderen van uw zuster, de uitverkorene. Amen.

  • 15Die met mij zijn, groeten u allen. Groet ze, die ons liefhebben in het geloof. De genade zij met u allen. Amen.

  • 69%

    23U groeten Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus,

    24Markus, Aristarchus, Demas, Lukas, mijn medearbeiders.

    25De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

  • 16Nu voortaan niet als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk een geliefden broeder, inzonderheid mij, hoeveel te meer dan u, beide in het vlees en in den Heere.

  • 7Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods, en geroepen heiligen, genade zij u, en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

  • 24Mijn liefde zij met u allen in Christus Jezus. Amen.

  • Kol 4:9-10
    2 verzen
    67%

    9Met Onesimus, den getrouwen en geliefden broeder, dewelke uit de uwen is; zij zullen u alles bekend maken, wat hier is.

    10U groet Aristarchus, mijn medegevangene; en Markus, de neef van Barnabas, aangaande welken gij bevelen ontvangen hebt; zo hij tot u komt, ontvangt hem;

  • 19Groet Priska en Aquila, en het huis van Onesiforus.

  • 24Groet al uw voorgangeren, en al de heiligen. U groeten die van Italie zijn.

  • 15Groet de broeders, die in Laodicea zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.

  • Filem 1:2-3
    2 verzen
    66%

    2En aan Appia, de geliefde, en aan Archippus, onzen medestrijder, en aan de Gemeente, die te uwen huize is:

    3Genade zij ulieden en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

  • 26Groet al de broeders met een heiligen kus.

  • 22De Heere Jezus Christus zij met uw geest. De genade zij met ulieden. Amen.

  • 3En ik bid ook u, gij mijn oprechte metgezel, wees dezen vrouwen behulpzaam, die met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens, en de andere mijn medearbeiders, welker namen zijn in het boek des levens.

  • 14Maar ik hoop u haast te zien, en wij zullen mond tot mond spreken. [ (III John 1:15) Vrede zij u. De vrienden groeten u. Groet de vrienden met name. ]

  • 12Doch gij, neem hem, dat is mijn ingewanden, weder aan;