1 Kronieken 6:47

Statenvertaling (States Bible)

Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 6:19 : 19 En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.
  • Num 3:20 : 20 En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.
  • Num 3:33-36 : 33 Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari. 34 En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd. 35 De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts. 36 En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;
  • Num 4:42 : 42 En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,
  • Num 7:8 : 8 En vier wagens en acht runderen gaf hij den zonen van Merari, naar hun dienst; onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.
  • Num 10:17 : 17 Toen werd de tabernakel afgenomen, en de zonen van Gerson, en de zonen van Merari togen op, dragende den tabernakel.
  • Joz 21:7 : 7 Aan de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, van den stam van Ruben, en van den stam van Gad, en van den stam van Zebulon, twaalf steden.
  • Joz 21:34-40 : 34 Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden; 35 Dimna en haar voorsteden, Nahalal en haar voorsteden: vier steden. 36 En van den stam van Ruben, Bezer en haar voorsteden, en Jahza en haar voorsteden; 37 Kedemoth en haar voorsteden, en Mefaath en haar voorsteden: vier steden. 38 Van den stam van Gad nu, de vrijstad des doodslagers, Ramoth in Gilead, en haar voorsteden, en Mahanaim en haar voorsteden; 39 Hesbon en haar voorsteden, Jaezer en haar voorsteden: al die steden zijn vier. 40 Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.
  • 1 Kron 23:21 : 21 De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.
  • 1 Kron 23:28 : 28 Omdat hun standplaats was aan de hand der zonen van Aaron in den dienst van het huis des HEEREN, over de voorhoven, en over de kameren, en over de reiniging van alle heilige dingen, en het werk van den dienst van het huis Gods;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 87%

    18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    19De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.

    20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

  • 19En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.

  • 84%

    40Den zoon van Michael, den zoon van Baeseja, den zoon van Malchija,

    41Den zoon van Ethni, den zoon van Zerah, den zoon van Adaja,

    42Den zoon van Ethan, den zoon van Zimma, den zoon van Simei,

    43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

    44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch,

    45Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia,

    46Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer,

  • Num 3:19-20
    2 verzen
    84%

    19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

    20En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

  • 1 Kron 6:1-3
    3 verzen
    83%

    1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    3En de kinderen van Amram waren Aaron, en Mozes en Mirjam; en de kinderen van Aaron waren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

  • 80%

    29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

    30Zijn zoon Simea; zijn zoon Haggija; zijn zoon Asaja.

  • 79%

    37Den zoon van Tahath, den zoon van Assir, den zoon van Ebjasaf, den zoon van Korah,

    38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 33Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.

  • 21De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.

  • 17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

  • 78%

    26De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.

    27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

  • 48Hun broeders nu, de Levieten, waren gegeven tot allerlei dienst des tabernakels van het huis Gods.

  • 30En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.

  • Num 26:57-58
    2 verzen
    77%

    57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.

    58Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • 42En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,

  • 3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

  • 1 Kron 6:6-7
    2 verzen
    75%

    6En Uzzi gewon Zerahja, en Zerahja gewon Merajoth;

    7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • Ex 6:16-17
    2 verzen
    75%

    16De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

    17En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

  • 74%

    51Bukki zijn zoon; Uzzi zijn zoon; Serahja zijn zoon;

    52Merajoth zijn zoon; Amarja zijn zoon; Ahitub zijn zoon;

  • Num 4:45-46
    2 verzen
    74%

    45Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.

    46Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 73%

    34Den zoon van Elkana, den zoon van Jeroham, den zoon van Eliel, den zoon van Toah,

    35Den zoon van Zuf, den zoon van Elkana, den zoon van Mahath, den zoon van Amasai,

  • 47Maar de Levieten, naar den stam hunner vaderen, werden onder hen niet geteld.

  • 23De kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jeremoth; drie.

  • 29Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.

  • 26Van de kinderen van Levi, vier duizend en zeshonderd;

  • 6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.