1 Samuël 8:2

Statenvertaling (States Bible)

De naam van zijn eerstgeborenen zoon nu was Joel, en de naam van zijn tweeden was Abia; zij waren richters te Ber-seba.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 22:19 : 19 Toen keerde Abraham weder tot zijn jongeren, en zij maakten zich op, en zij gingen samen naar Ber-seba; en Abraham woonde te Ber-seba.
  • 1 Kon 19:3 : 3 Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
  • 1 Kron 6:28 : 28 De zonen van Samuel nu waren dezen: zijn eerstgeborene was Vasni, daarna Abia.
  • 1 Kron 6:38 : 38 Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.
  • Am 5:5 : 5 Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Het geschiedde nu, toen Samuel oud geworden was, zo stelde hij zijn zonen tot richters over Israel.

  • 3Doch zijn zonen wandelden niet in zijn wegen; maar zij neigden zich tot de gierigheid, en namen geschenken, en bogen het recht.

  • 77%

    27Zijn zoon Eliab; zijn zoon Jeroham; zijn zoon Elkana.

    28De zonen van Samuel nu waren dezen: zijn eerstgeborene was Vasni, daarna Abia.

  • 73%

    30En zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Nadab,

    31En Gedor, en Ahio, en Zecher.

  • 12Joel was het hoofd; en Safam de tweede; maar Jaenai en Safat bleven in Basan.

  • 70%

    12En Boaz gewon Obed, en Obed gewon Isai,

    13En Isai gewon Eliab, zijn eerstgeborene, en Abinadab, den tweede, en Simea, den derde,

  • 1 Kron 5:7-8
    2 verzen
    70%

    7Aangaande zijn broederen in hun huisgezinnen, als zij naar hun geboorten in de geslachtsregisters gesteld werden; de hoofden zijn geweest Jehiel en Zecharja,

    8En Bela, de zoon van Azaz, den zoon van Sema, den zoon van Joel, die woonde te Aroer, en tot aan Nebo, en Baal-Meon,

  • 36En Abdon was zijn eerstgeboren zoon, daarna Zur, en Kis, en Baal, en Ner, en Nadab.

  • 8De kinderen van Becher nu waren Zemira, en Joas, en Eliezer, en Eljoenai, en Omri, en Jeremoth, en Abija, en Anathoth, en Alemeth; deze allen waren kinderen van Becher.

  • 69%

    6Elkana, en Jissia, en Azareel, en Joezer, en Jasobam, de Korahieten;

    7En Joela en Zebadja, de zonen van Jeroham, van Gedor.

  • Richt 12:8-9
    2 verzen
    69%

    8En na hem richtte Israel Ebzan, van Bethlehem.

    9En hij had dertig zonen; en hij zond dertig dochteren naar buiten, en bracht dertig dochteren van buiten in voor zijn zonen; en hij richtte Israel zeven jaren.

  • 31En zijn bijwijf, hetwelk te Sichem was, baarde hem ook een zoon; en hij noemde zijn naam Abimelech.

  • 1In het achttiende jaar nu van den koning Jerobeam, den zoon van Nebat, werd Abiam koning over Juda.

  • 10En Jeuz, en Sochja, en Mirma; dezen zijn zijne zonen, hoofden der vaderen.

  • 1 Kron 8:3-4
    2 verzen
    67%

    3Bela nu had deze kinderen: Addar, en Gera, en Abihud,

    4En Abisua, en Naaman, en Ahoah,

  • 14En hij had veertig zonen, en dertig zoons zonen, rijdende op zeventig ezelveulens; en hij richtte Israel acht jaren.

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 16Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, zoon van Achilud, was kanselier.

  • 4De kinderen van Joel: zijn zoon Semaja; zijn zoon Gog; zijn zoon Simei;

  • 6De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

  • 1In het achttiende jaar van den koning Jerobeam, zo werd Abia koning over Juda.

  • 22En Jispan, en Eber, en Eliel,

  • 16En hun zusters waren Zeruja en Abigail. De kinderen nu van Zeruja waren Abisai, en Joab, en Asa-El drie.

  • 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja.

  • 14En Ahjo, Sasak en Jeremoth,

  • 67%

    28En de kinderen van Onam waren Sammai en Jada. En de kinderen van Sammai: Nadab en Abisur.

    29De naam nu der huisvrouw van Abisur was Abihail: die baarde hem Achban en Molid.

  • 7Van de kinderen van Gersom was Joel overste, en van zijn broederen waren honderd en dertig.

  • 35En Joel, en Jehu, de zoon van Jesibja, den zoon van Saraja, den zoon van Asiel,

  • 1Benjamin nu gewon Bela, zijn eerstgeborene, Asbel, den tweede, en Ahrah, den derde,

  • 2En Sauls zoon had twee mannen, oversten van benden; de naam des enen was Baena, en de naam des anderen Rechab, zonen van Rimmon, den Beerothiet, van de kinderen van Benjamin; want ook Beeroth werd aan Benjamin gerekend.

  • 22Daartoe de stam van Benjamin; en Abidan, de zoon van Gideoni, zal de overste der zonen van Benjamin zijn.

  • 28En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,

  • 33Ner nu gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, Abinadab, en Esbaal.

  • 18En Jismerai, en Jizlia en Jobab, de kinderen van Elpaal.

  • 2En zij hadden in hun erfdeel: Beer-seba, en Seba, en Molada,

  • 20Over de kinderen van Efraim was Hosea, de zoon van Azarja; over den halven stam van Manasse was Joel, de zoon van Pedaja;

  • 12David nu was de zoon van den Efrathischen man van Bethlehem-Juda, wiens naam was Isai, en die acht zonen had, en in de dagen van Saul was hij een man, oud, afgaande onder de mannen.

  • 10Salomo's zoon nu was Rehabeam; zijn zoon was Abia; zijn zoon was Asa; zijn zoon was Josafat;

  • 22De kinderen van Jehieli waren Zetham en Joel, zijn broeder; dezen waren over de schatten van het huis des HEEREN.

  • 11En Jahath was het hoofd, en Zizza de tweede; maar Jeus en Beria hadden niet vele kinderen; daarom waren zij in het vaderlijke huis maar van een telling.

  • 16En hij toog van jaar tot jaar, en ging rondom naar Beth-El, en Gilgal, en Mizpa; en hij richtte Israel in al die plaatsen.

  • 39En Ner gewon Kis, en Kis gewon Saul, en Saul gewon Jonathan, en Malchi-sua, en Abinadab, en Esbaal.