Exodus 19:25

Statenvertaling (States Bible)

Toen klom Mozes af tot het volk, en zeide het hun aan.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ex 19:23-24
    2 verzen
    83%

    23Toen zeide Mozes tot den HEERE: Het volk zal op den berg Sinai niet kunnen klimmen, want Gij hebt ons betuigd, zeggende: Bepaal den berg, en heilig hem.

    24De HEERE dan zeide tot hem: Ga heen, klim af, daarna zult gij, en Aaron met u, opklimmen; doch dat de priesters en het volk niet doorbreken, om op te klimmen tot den HEERE, dat Hij tegen hen niet uitbreke.

  • Ex 19:20-21
    2 verzen
    82%

    20Als de HEERE nedergekomen was op den berg Sinai, op de spits des bergs, zo riep de HEERE Mozes op de spits des bergs; en Mozes klom op.

    21En de HEERE zeide tot Mozes: Ga af, betuig dit volk, dat zij niet doorbreken tot den HEERE, om te zien, en velen van hen vallen.

  • 17En Mozes leidde het volk uit het leger, Gode tegemoet; en zij stonden aan het onderste des bergs.

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 14Toen ging Mozes van den berg af tot het volk, en hij heiligde het volk; en zij wiesen hun klederen.

  • 3En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israels verkondigen:

  • 7En Mozes kwam en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten al deze woorden, die de HEERE hem geboden had.

  • 9En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, Ik zal tot u komen in een dikke wolk, opdat het volk hore, als Ik met u spreek, en dat zij ook eeuwiglijk aan u geloven. Want Mozes had de HEERE de woorden des volks verkondigd.

  • 10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:

  • 10Ga heen, spreek tot Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels uit zijn land trekken late.

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 7Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.

  • 23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna ging Mozes heen, en sprak deze woorden tot gans Israel,

  • 44Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 31Toen riep Mozes hen; en Aaron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.

  • 13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 5Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:

  • 2En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.

  • 24En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.

  • 26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  • 25Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 29Toen ging Mozes en Aaron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israels.

  • 25Toen stond Mozes op, en ging tot Dathan en Abiram; en achter hem gingen de oudsten van Israel.

  • 34Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israels, wat hem geboden was.

  • 11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:

  • 24En Mozes sprak zulks tot Aaron en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israels.

  • 23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 19En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, en wij zullen horen; en dat God met ons niet spreke, opdat wij niet sterven!

  • 11En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 15Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen.