Leviticus 21:24
En Mozes sprak zulks tot Aaron en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israels.
En Mozes sprak zulks tot Aaron en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israels.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot Aaron en tot zijn zonen, dat zij zich van de heilige dingen der kinderen Israels, die zij Mij heiligen, afzonderen, opdat zij de Naam Mijner heiligheid niet ontheiligen: Ik ben de HEERE!
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot Aaron, en tot zijn zonen, en tot al de kinderen Israels, en zeg tot hen: Dit is het woord, hetwelk de HEERE geboden heeft, zeggende:
16Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
28En Mozes gaf Aaron te kennen al de woorden des HEEREN, Die hem gezonden had, en al de tekenen, die Hij hem bevolen had.
29Toen ging Mozes en Aaron, en zij verzamelden al de oudsten der kinderen Israels.
21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.
17Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
24Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
22En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
12Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
11Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
11En om den kinderen Israels te leren al de inzettingen, die de HEERE door den dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.
20En Mozes deed, en Aaron, en de ganse vergadering der kinderen Israels, aan de Levieten, naar alles, wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de kinderen Israels aan hen.
1Wijders sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
19Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
5En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
36Aaron nu en zijn zonen deden al de dingen, die de HEERE door den dienst van Mozes geboden had.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
8En de HEERE sprak tot Aaron, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
8Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna ging Mozes heen, en sprak deze woorden tot gans Israel,
1En de HEERE sprak tot Mozes, en tot Aaron, zeggende tot hen:
1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En het geschiedde op den achtsten dag, dat Mozes riep Aaron en zijn zonen, en de oudsten van Israel;
30Mozes nam ook van de zalfolie, en van het bloed, hetwelk op het altaar was, en sprengde het op Aaron, op zijn klederen, en op zijn zonen, en op de klederen zijner zonen met hem; en hij heiligde Aaron, zijn klederen, en zijn zonen, en de klederen zijner zonen met hem.
31En Mozes zeide tot Aaron en tot zijn zonen: Ziedt dat vlees voor de deur van de tent der samenkomst, en eet hetzelve daar, mitsgaders het brood, dat in den korf des vuloffers is; gelijk als ik geboden heb, zeggende: Aaron en zijn zonen zullen dat eten.
23Doch tot den voorhang zal hij niet komen, en tot het altaar niet toetreden, omdat een gebrek in hem is; opdat hij Mijn heiligdommen niet ontheilige; want Ik ben de HEERE, Die hen heilige!
26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
25Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
33Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
3En Mozes zeide tot Aaron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aaron zweeg stil.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:
31Toen riep Mozes hen; en Aaron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.
13De kinderen van Amram waren Aaron en Mozes. Aaron nu werd afgezonderd, dat hij heiligde de allerheiligste dingen, hij en zijn zonen, tot in eeuwigheid, om te roken voor het aangezicht des HEEREN, om Hem te dienen en om in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.
5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
4Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
14Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: