Deuteronomium 27:11
En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.
9Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.
10Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
48Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft:
25Zo gebood Mozes den Levieten, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, zeggende:
1En Mozes riep het ganse Israel, en zeide tot hen: Hoor, Israel! de inzettingen en rechten, die ik heden voor uw oren spreek, dat gij ze leert en waarneemt, om dezelve te doen.
1Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
7En Mozes kwam en riep de oudsten des volks, en stelde voor hun aangezichten al deze woorden, die de HEERE hem geboden had.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
25Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
3Mozes dan en Eleazar, de priester, spraken hen aan, in de vlakke velden van Moab, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
16Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
29Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!
40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
22En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
12Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
22En Mozes deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering.
23En hij legde zijn handen op hem, en gaf hem bevel; gelijk als de HEERE door den dienst van Mozes gesproken had.
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
27Den zegen, wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede;
18Alzo gebood ik u te dier tijd alle zaken, die gij zoudt doen.
11Houdt dan de geboden, en de inzettingen, en de rechten, die ik u heden gebiede, om die te doen.
10Toen gebood Jozua den ambtlieden des volks, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
5Toen gebood Mozes den kinderen Israels, naar des HEEREN mond, zeggende: De stam der kinderen van Jozef spreekt recht.
28Toen gebood Mozes, hunnenthalve, den priester Eleazar, en Jozua, den zoon van Nun, en den hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;
11Wijders sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:
11Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, aan den berg Sinai, zeggende:
50En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
32Neemt dan waar te doen al de inzettingen en de rechten, die ik u heden voorstel.
37En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1Daarna ging Mozes heen, en sprak deze woorden tot gans Israel,
1En de HEERE sprak tot Mozes, in de vlakke velden der Moabieten, aan de Jordaan van Jericho, zeggende:
1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: