Genesis 10:32

Statenvertaling (States Bible)

Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 9:19 : 19 Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.
  • Gen 10:1 : 1 Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.
  • Gen 10:20 : 20 Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.
  • Gen 10:25 : 25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.
  • Gen 10:31 : 31 Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.
  • Hand 17:26 : 26 En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning.
  • Gen 5:29-31 : 29 En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft! 30 En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had, vijfhonderd vijf en negentig jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 31 Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren; en hij stierf.
  • Gen 9:1 : 1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!
  • Gen 9:7 : 7 Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.

  • Gen 10:1-2
    2 verzen
    84%

    1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

  • Gen 10:4-6
    3 verzen
    83%

    4En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.

    5Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.

    6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

  • Gen 10:20-21
    2 verzen
    80%

    20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

  • Gen 9:18-19
    2 verzen
    76%

    18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.

    19Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.

  • Gen 6:9-10
    2 verzen
    76%

    9Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.

    10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  • 1 Kron 1:4-5
    2 verzen
    74%

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

  • 1En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!

  • Gen 9:7-8
    2 verzen
    73%

    7Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve.

    8Voorts zeide God tot Noach, en tot zijn zonen met hem, zeggende:

  • 10En het geschiedde na die zeven dagen, dat de wateren des vloeds op de aarde waren.

  • Gen 9:27-28
    2 verzen
    72%

    27God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!

    28En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren.

  • 10Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.

  • 32En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.

  • Gen 8:15-19
    5 verzen
    72%

    15Toen sprak God tot Noach, zeggende:

    16Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.

    17Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.

    18Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.

    19Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.

  • 25En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • Gen 7:12-14
    3 verzen
    71%

    12En een plasregen was op de aarde veertig dagen en veertig nachten.

    13Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;

    14Zij, en al het gedierte naar zijn aard, en al het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, naar zijn aard, en al het gevogelte naar zijn aard, alle vogeltjes van allerlei vleugel.

  • 19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.

  • 1En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden.

  • 7Zo ging Noach, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem in de ark, vanwege de wateren des vloeds.

  • 2Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des hemels gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.

  • 24En de wateren hadden de overhand boven de aarde, honderd en vijftig dagen.