Genesis 5:32
En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.
En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
9Dit zijn de geboorten van Noach. Noach was een rechtvaardig, oprecht man in zijn geslachten. Noach wandelde met God.
10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
25En Methusalach leefde honderd zeven en tachtig jaren, en hij gewon Lamech.
26En Methusalach leefde, nadat hij Lamech gewonnen had, zevenhonderd twee en tachtig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
27Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren; en hij stierf.
28En Lamech leefde honderd twee en tachtig jaren, en hij gewon een zoon.
29En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!
30En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had, vijfhonderd vijf en negentig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
31Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren; en hij stierf.
1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.
3Henoch, Methusalah, Lamech,
4Noach, Sem, Cham en Jafeth.
5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.
28En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren.
29Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.
18En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.
19Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.
10Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.
11En Sem leefde, nadat hij Arfachsad gewonnen had, vijfhonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
6Noach nu was zeshonderd jaren oud, als de vloed der wateren op de aarde was.
18En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.
19En Jered leefde, nadat hij Henoch gewonnen had, achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
20Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd twee en zestig jaren; en hij stierf.
21En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.
22En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
23Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.
13Even op dienzelfden dag ging Noach, en Sem, en Cham, en Jafeth, Noachs zonen, desgelijks ook Noachs huisvrouw, en de drie vrouwen zijner zonen met hem in de ark;
3En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam Seth.
4En Adams dagen, nadat hij Seth gewonnen had, zijn geweest achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
5Zo waren al de dagen van Adam, die hij leefde, negenhonderd jaren, en dertig jaren; en hij stierf.
6En Seth leefde honderd en vijf jaren, en hij gewon Enos.
32Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.
36Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,
15En Mahalal-el leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Jered.
16En Mahalal-el leefde, nadat hij Jered gewonnen had, achthonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
23Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij legden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts, gekeerd zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.
15Toen sprak God tot Noach, zeggende: