Genesis 25:4

Statenvertaling (States Bible)

En de zonen van Midian waren Efa en Efer, en Henoch en Abida, en Eldaa. Deze allen waren zonen van Ketura.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jes 60:6 : 6 Een hoop kemelen zal u bedekken, de snelle kemelen van Midian en Hefa; zij allen uit Scheba zullen komen; goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen den overvloedigen lof des HEEREN boodschappen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 94%

    31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.

    32De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.

    33De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.

    34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.

    35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

  • Gen 25:1-3
    3 verzen
    84%

    1En Abraham voer voort, en nam een vrouw, wier naam was Ketura.

    2En zij baarde hem Zimran en Joksan, en Medan en Midian, en Jisbak en Suah.

    3En Joksan gewon Seba en Dedan; en de zonen van Dedan waren de Assurieten, en Letusieten, en Leummieten.

  • Gen 25:5-6
    2 verzen
    74%

    5Doch Abraham gaf aan Izak al wat hij had.

    6Maar aan de zonen der bijwijven, die Abraham had, gaf Abraham geschenken; en zond hen weg van zijn zoon Izak, terwijl hij nog leefde, oostwaarts naar het land van het Oosten.

  • 15Hadar en Thema, Jetur, Nafis en Kedma.

  • Gen 22:22-24
    3 verzen
    73%

    22En Chesed, en Hazo, en Pildas, en Jidlaf, en Bethuel;

    23(En Bethuel gewon Rebekka) deze acht baarde Milka aan Nahor, den broeder van Abraham.

    24En zijn bijwijf, welker naam was Reuma, diezelve baarde ook Tebah, en Gaham, en Tahas, en Maacha.

  • Gen 25:12-13
    2 verzen
    72%

    12Dit nu zijn de geboorten van Ismael, den zoon van Abraham, dien Hagar, de Egyptische, dienstmaagd van Sara, Abraham gebaard heeft.

    13En dit zijn de namen der zonen van Ismael, met hun namen naar hun geboorten. De eerstgeborene van Ismael, Nabajoth; daarna Kedar, en Adbeel, en Mibsam,

  • 19Dit nu zijn de geboorten van Izak, den zoon van Abraham: Abraham gewon Izak.

  • 70%

    28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.

    29Dit zijn hun geboorten: de eerstgeborene van Ismael was Nebajoth, en Kedar, en Adbeel, en Mibsam,

  • 69%

    22En Ebal, en Abimael, en Scheba,

    23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

  • 29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.

  • 20En het geschiedde na deze dingen, dat men Abraham boodschapte, zeggende: Zie, Milka heeft ook Nahor, uw broeder, zonen gebaard:

  • 26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

  • 5En Aholibama baarde Jehus, en Jaelam, en Korah. Dit zijn de zonen van Ezau, die hem geboren zijn in het land Kanaan.

  • 5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 6En Naara baarde hem Ahuzzam, en Hefer, en Temeni, en Haahastari. Dit zijn de kinderen van Naara.

  • 14En dit zijn geweest de zonen van Aholibama, dochter van Ana, dochter van Zibeon, Ezau's huisvrouw; en zij baarde aan Ezau Jehus, en Jaelam, en Korah.

  • 7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.