Jozua 15:39

Statenvertaling (States Bible)

Lachis, en Bozkath, en Eglon,

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 10:3 : 3 Daarom zond Adoni-Zedek, koning van Jeruzalem, tot Hoham, den koning van Hebron, en tot Pir-Am, den koning van Jarmuth, en tot Jafia, den koning van Lachis, en tot Debir, den koning van Eglon, zeggende:
  • Joz 10:31-32 : 31 Toen toog Jozua voort, en gans Israel met hem, van Libna naar Lachis; en hij belegerde haar en krijgde tegen haar. 32 En de HEERE gaf Lachis in de hand van Israel; en hij nam haar in op den tweeden dag, en hij sloeg haar met de scherpte des zwaards, en alle ziel, die daarin was, naar alles, wat hij aan Libna gedaan had.
  • 2 Kon 22:1 : 1 Josia was acht jaren oud, toen hij koning werd, en regeerde een en dertig jaren te Jeruzalem; en de naam zijner moeder was Jedida, een dochter van Adaja, van Bozkath.
  • Joz 12:11-12 : 11 De koning van Jarmuth, een; de koning van Lachis, een; 12 De koning van Eglon, een; de koning Gezer, een;
  • 2 Kon 14:19 : 19 En zij maakten een verbintenis tegen hem te Jeruzalem, dat hij vluchtte naar Lachis; maar zij zonden hem na tot Lachis, en doodden hem aldaar.
  • 2 Kon 18:14 : 14 Toen zond Hizkia, de koning van Juda, tot den koning van Assyrie, naar Lachis, zeggende: Ik heb gezondigd, keer af van mij, wat gij mij opleggen zult, zal ik dragen. Toen legde de koning van Assyrie Hizkia, den koning van Juda, driehonderd talenten zilvers, en dertig talenten gouds op.
  • 2 Kon 18:17 : 17 Evenwel zond de koning van Assyrie Tartan, en Rabsaris, en Rabsake, van Lachis tot den koning Hizkia, met een zwaar heir naar Jeruzalem; en zij togen op, en kwamen naar Jeruzalem. En als zij optogen en gekomen waren, bleven zij staan bij den watergang des oppersten vijvers, welke is bij den hogen weg van het veld des vollers.
  • 2 Kon 19:8 : 8 Zo kwam Rabsake weder, en vond den koning van Assyrie, strijdende tegen Libna; want hij had gehoord, dat hij van Lachis vertrokken was.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Joz 15:35-38
    4 verzen
    82%

    35Jarmuth, en Adullam, Socho en Azeka,

    36En Saaraim, en Adithaim, en Gedera, en Gederothaim; veertien steden en haar dorpen.

    37Zenan, en Hadasa, en Migdal-gad,

    38En Dilan, en Mizpa, en Jokteel,

  • Joz 15:40-46
    7 verzen
    81%

    40En Chabbon, en Lahmas, en Chitlis,

    41En Gederoth, Beth-Dagon, en Naama, en Makkeda; zestien steden en haar dorpen.

    42Libna, en Ether, en Asan,

    43En Jiftah, en Asna, en Nezib,

    44En Kehila, en Achzib, en Mareza; negen steden en haar dorpen.

    45Ekron, en haar onderhorige plaatsen, en haar dorpen.

    46Van Ekron, en naar de zee toe; alle, die aan de zijde van Asdod zijn, en haar dorpen;

  • 78%

    8En Gath, en Maresa, en Zif,

    9En Adoraim, en Lachis, en Azeka,

    10En Zora, en Ajalon, en Hebron; dewelke in Juda en in Benjamin de vaste steden waren.

  • Joz 10:34-36
    3 verzen
    76%

    34En Jozua trok voort van Lachis naar Eglon, en gans Israel met hem; en zij belegerden haar en krijgden tegen haar.

    35En zij namen haar in ten zelven dage, en sloegen haar met de scherpte des zwaards, en alle ziel, die daarin was, verbande hij op denzelven dag, naar alles, wat hij aan Lachis gedaan had.

    36Daarna toog Jozua op, en gans Israel met hem; van Eglon naar Hebron, en zij krijgden tegen haar.

  • Joz 15:58-59
    2 verzen
    74%

    58Halhul, Beth-Zur, en Gedor,

    59En Maarath, en Beth-Anoth, en Eltekon; zes steden en haar dorpen.

  • Joz 19:42-45
    4 verzen
    74%

    42En Saalabbin, en Ajalon, en Jithla,

    43En Elon, en Timnatha, en Ekron,

    44En Elteke, en Gibbethon, en Baalath,

    45En Jehud, en Bene-Berak, en Gath-Rimmon,

  • Joz 15:23-33
    11 verzen
    74%

    23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

    24Zif, en Telem, en Bealoth,

    25En Hazor-Hadattha, en Kerioth-Hezron, dat is Hazor,

    26Amam, en Sema, en Molada,

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

    28En Hazar-Sual, en Beer-Seba, en Bizjotheja,

    29Baala, en Ijim, en Azem,

    30En Eltholad, en Chesil, en Horma,

    31En Ziklag, en Madmanna, en Sanzanna,

    32En Lebaoth, en Silhim, en Ain, en Rimmon. Al deze steden zijn negen en twintig en haar dorpen.

    33In de laagte zijn: Esthaol, en Zora, en Asna,

  • 11De koning van Jarmuth, een; de koning van Lachis, een;

  • Neh 11:34-35
    2 verzen
    73%

    34Hadid, Zeboim, Neballat,

    35Lod, en Ono, in het dal der werkmeesters.

  • 30Zanoah, Adullam en haar dorpen, Lachis en haar akkers, Azeka en haar onderhorige plaatsen; en zij legerden zich van Ber-seba af tot aan het dal Hinnom.

  • Joz 15:55-56
    2 verzen
    72%

    55Maon, Karmel, en Zif, en Juta,

    56En Jizreel, en Jokdeam, en Zanoah,

  • Joz 10:31-32
    2 verzen
    72%

    31Toen toog Jozua voort, en gans Israel met hem, van Libna naar Lachis; en hij belegerde haar en krijgde tegen haar.

    32En de HEERE gaf Lachis in de hand van Israel; en hij nam haar in op den tweeden dag, en hij sloeg haar met de scherpte des zwaards, en alle ziel, die daarin was, naar alles, wat hij aan Libna gedaan had.

  • Joz 15:51-53
    3 verzen
    72%

    51En Gosen, en Holon, en Gilo; elf steden en haar dorpen.

    52Arab, en Duma, en Esan,

    53En Janum, en Beth-Tappuah, en Afeka,

  • Joz 15:48-49
    2 verzen
    71%

    48Op het gebergte nu: Samir, en Jatthir, en Socho,

    49En Danna, en Kirjath-Sanna, die is Debir,

  • 5En Ziklag, en Beth-hammerchaboth, en Hazar-Suza,

  • 19En Kirjathaim, en Sibma, en Zeret-Hassahar op den berg des dals,

  • 15En Kattath, en Nahalal, en Simron, en Jidala, en Bethlehem; twaalf steden en haar dorpen.