Lukas 12:24

Statenvertaling (States Bible)

Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien, noch maaien, welke geen spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve; hoeveel gaat gij de vogelen te boven?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 38:41 : 41
  • Ps 147:9 : 9 Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.
  • Matt 10:31 : 31 Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.
  • Luk 12:7 : 7 Ja, ook de haren uws hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.
  • Ps 145:15-16 : 15 Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd. 16 Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
  • 1 Kon 17:1-6 : 1 En Elia, de Thisbiet, van de inwoneren van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israels, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord! 2 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: 3 Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is. 4 En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen. 5 Hij ging dan heen, en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die voor aan de Jordaan is. 6 En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
  • Job 35:11 : 11 Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?
  • Luk 12:30-32 : 30 Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft. 31 Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. 32 Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.
  • Marc 6:26 : 26 En de koning, zeer bedroefd geworden zijnde, nochtans om de eden, en degenen, die mede aanzaten, wilde hij haar hetzelve niet afslaan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Matt 6:25-34
    10 verzen
    87%

    25Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?

    26Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer veel te boven?

    27Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

    28En wat zijt gij bezorgd voor de kleding? Aanmerkt de lelien des velds, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet;

    29En Ik zeg u, dat ook Salomo, in al zijn heerlijkheid, niet is bekleed geweest, gelijk een van deze.

    30Indien nu God het gras des velds, dat heden is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, gij kleingelovigen?

    31Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?

    32Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft.

    33Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

    34Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen; want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad.

  • Luk 12:21-23
    3 verzen
    80%

    21Alzo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God.

    22En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.

    23Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding.

  • Luk 12:25-33
    9 verzen
    78%

    25Wie toch van u kan, met bezorgd te zijn, een el tot zijn lengte toedoen?

    26Indien gij dan ook het minste niet kunt, wat zijt gij voor de andere dingen bezorgd?

    27Aanmerkt de lelien, hoe zij wassen; zij arbeiden niet, en spinnen niet; en Ik zeg u: ook Salomo in al zijn heerlijkheid is niet bekleed geweest als een van deze.

    28Indien nu God het gras dat heden op het veld is, en morgen in den oven geworpen wordt, alzo bekleedt, hoeveel meer u, gij kleingelovigen!

    29En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig.

    30Want al deze dingen zoeken de volken der wereld; maar uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft.

    31Maar zoekt het Koninkrijk Gods, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

    32Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven.

    33Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft.

  • 41

  • 9Die het vee zijn voeder geeft; aan de jonge raven, als zij roepen.

  • Luk 12:6-7
    2 verzen
    75%

    6Worden niet vijf musjes verkocht voor twee penningskens? En niet een van die is voor God vergeten.

    7Ja, ook de haren uws hoofds zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

  • 75%

    29Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader.

    30En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.

    31Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.

  • 4En het zal geschieden, dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb de raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen.

  • 6En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.

  • 15Elke rave naar haar aard;

  • 11Die ons geleerder maakt dan de beesten der aarde, en ons wijzer maakt dan het gevogelte des hemels?

  • 14En alle rave naar zijn aard;

  • 7En waarlijk, vraag toch de beesten, en elkeen van die zal het u leren; en het gevogelte des hemels, dat zal het u te kennen geven.

  • 26En uw dood lichaam zal aan alle gevogelte des hemels, en aan de beesten der aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken.

  • 12Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.

  • Luk 12:15-18
    4 verzen
    69%

    15En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen.

    16En Hij zeide tot hen een gelijkenis, en sprak: Eens rijken mensen land had wel gedragen;

    17En hij overleide bij zichzelven, zeggende: Wat zal ik doen, want ik heb niet, waarin ik mijn vruchten zal verzamelen.

    18En hij zeide: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken, en grotere bouwen, en zal aldaar verzamelen al dit mijn gewas, en deze mijn goederen;

  • 5Zult gij uw ogen laten vliegen op hetgeen niets is? Want het zal zich gewisselijk vleugelen maken gelijk een arend, die naar den hemel vliegt.

  • 23Zijt naarstig, om het aangezicht uwer schapen te kennen; zet uw hart op de kudden.

  • 20En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.

  • 8Haar brood bereidt in den zomer, haar spijs vergadert in den oogst.

  • 19Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen;

  • 58En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.

  • 4En als hij zaaide, viel een deel van het zaad bij den weg; en de vogelen kwamen en aten datzelve op.

  • 27Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.

  • 13Zult gij den eenhoorn met zijn touw aan de voren binden? Zal hij de laagten achter u eggen?