Mattheüs 9:7

Statenvertaling (States Bible)

En hij opgestaan zijnde, ging heen naar zijn huis.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Marc 2:9-12
    4 verzen
    88%

    9Wat is lichter, te zeggen tot den geraakte: De zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, en neem uw beddeken op, en wandel?

    10Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft, om de zonden op de aarde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte):

    11Ik zeg u: Sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

    12En terstond stond hij op, en het beddeken opgenomen hebbende, ging hij uit in aller tegenwoordigheid; zodat zij zich allen ontzetten en verheerlijkten God, zeggende: Wij hebben nooit zulks gezien!

  • Matt 9:5-6
    2 verzen
    88%

    5Want wat is lichter te zeggen: De zonden zijn u vergeven? of te zeggen: Sta op en wandel?

    6Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonden te vergeven (toen zeide Hij tot den geraakte): Sta op, neem uw bed op, en ga heen naar uw huis.

  • Luk 5:23-25
    3 verzen
    86%

    23Wat is lichter te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?

    24Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u, sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.

    25En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende.

  • Joh 5:8-9
    2 verzen
    77%

    8Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel.

    9En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.

  • 19En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden.

  • Matt 9:1-2
    2 verzen
    76%

    1En in het schip gegaan zijnde, voer Hij over en kwam in Zijn stad. En ziet, zij brachten tot Hem een geraakte, op een bed liggende.

    2En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon! wees welgemoed; uw zonden zijn u vergeven.

  • 27En Jezus, hem bij de hand grijpende, richtte hem op; en hij stond op.

  • Marc 2:4-5
    2 verzen
    75%

    4En niet kunnende tot Hem genaken, overmits de schare, ontdekten zij het dak, waar Hij was; en dat opgebroken hebbende, lieten zij het beddeken neder, daar de geraakte op lag.

    5En Jezus, hun geloof ziende, zeide tot den geraakte: Zoon, uw zonden zijn u vergeven.

  • 39Keer weder naar uw huis, en vertel, wat grote dingen u God gedaan heeft. En hij ging heen door de gehele stad, verkondigende, wat grote dingen Jezus hem gedaan had.

  • Matt 9:8-9
    2 verzen
    74%

    8De scharen nu dat ziende, hebben zich verwonderd, en God verheerlijkt, die zodanige macht den mensen gegeven had.

    9En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheus; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

  • 9En van daar voortgaande, kwam Hij in hun synagoge.

  • Marc 5:19-20
    2 verzen
    73%

    19Doch Jezus liet hem dat niet toe, maar zeide tot hem: Ga heen naar uw huis tot de uwen, en boodschap hun, wat grote dingen u de Heere gedaan heeft, en hoe Hij Zich uwer ontfermd heeft.

    20En hij ging heen, en begon te verkondigen in het land van Dekapolis, wat grote dingen hem Jezus gedaan had; en zij verwonderden zich allen.

  • 4Maar zij zwegen stil. En Hij nam hem, en genas hem, en liet hem gaan.

  • 20En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven.

  • 26En Hij zond hem naar zijn huis, zeggende: Ga niet in het vlek, en zeg het niemand in het vlek.

  • Matt 8:6-7
    2 verzen
    71%

    6En zeggende: Heere! mijn knecht ligt te huis geraakt, en lijdt zware pijnen.

    7En Jezus zeide tot hem: Ik zal komen en hem genezen.

  • 15De mens ging heen, en boodschapte den Joden, dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had.

  • 34En Petrus zeide tot hem: Eneas! Jezus Christus maakt u gezond; sta op en spreid uzelven het bed. En hij stond terstond op.

  • 53En een iegelijk ging heen naar zijn huis.

  • 42En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.

  • Matt 9:25-26
    2 verzen
    71%

    25Als nu de schare uitgedreven was, ging Hij in, en greep haar hand; en het dochtertje stond op.

    26En dit gerucht ging uit door dat gehele land.

  • 30Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.

  • 19En Jezus opgestaan zijnde, volgde hem, en Zijn discipelen.

  • Joh 5:11-12
    2 verzen
    71%

    11Hij antwoordde hun: Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft mij gezegd: Neem uw beddeken op, en wandel.

    12Zij vraagden hem dan: Wie is de Mens, Die u gezegd heeft: Neem uw beddeken op, en wandel?

  • 24En van daar opstaande, ging Hij weg naar de landpalen van Tyrus en Sidon; en in een huis gegaan zijnde, wilde Hij niet, dat het iemand wist, en Hij kon nochtans niet verborgen zijn.

  • 29En Jezus, van daar vertrekkende, kwam aan de zee van Galilea, en klom op den berg, en zat daar neder.

  • 8Doch Hij kende hun gedachten, en zeide tot den mens, die de dorre hand had: Rijs op, en sta in het midden. En hij opgestaan zijnde, stond overeind.

  • 1Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.

  • 50En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op, en kwam tot Jezus.

  • 28En hij, alles verlatende, stond op en volgde Hem.

  • 14En Hij ging toe, en raakte de baar aan; (de dragers nu stonden stil) en Hij zeide: Jongeling, Ik zeg u, sta op!

  • 54Maar als Hij ze allen uitgedreven had, greep Hij haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op!

  • 1En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem.

  • 38En Jezus, opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar.

  • 15En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden.

  • 52En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg.