Numeri 29:5
En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;
En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
30Een geitenbok, om voor u verzoening te doen.
22Daarna een bok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen.
11Een geitenbok ten zondoffer, behalve het zondoffer der verzoeningen, en het gedurig brandoffer; en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
19En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
25En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
26En op den vijfden dag: negen varren, twee rammen, en veertien volkomen eenjarige lammeren;
16En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
22Een geitenbok, ten zondoffer;
51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
52Een geitenbok, ten zondoffer;
27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
28Een geitenbok, ten zondoffer;
15Daartoe zal een geitenbok ten zondoffer den HEERE, boven het gedurige brandoffer, bereid worden, met zijn drankoffer.
45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
46Een geitenbok, ten zondoffer;
57Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
58Een geitenbok, ten zondoffer;
15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
16Een geitenbok, ten zondoffer;
81Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
82Een geitenbok, ten zondoffer;
31En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankofferen.
33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
34Een geitenbok, ten zondoffer;
39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
40Een geitenbok, ten zondoffer;
22En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
76Een geitenbok, ten zondoffer;
28En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
64Een geitenbok, ten zondoffer;
69Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;
70Een geitenbok, ten zondoffer;
34En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
38En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
19Ook zult gij een geitenbok ten zondoffer, en twee eenjarige lammeren ten dankoffer bereiden.
3Daarna spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Neemt een geitenbok ten zondoffer, en een kalf, en een lam, eenjarig, volkomen, ten brandoffer;
5En aan de vergadering der kinderen Israels zal hij nemen twee geitenbokken ten zondoffer, en een ram ten brandoffer.
25Zeven dagen zult gij dagelijks een bok des zondoffers bereiden; ook zullen zij een var, een jong rund, en een ram van de kudde, beide volkomen bereiden.
6En tot zijn schuldoffer den HEERE voor zijn zonde, die hij gezondigd heeft, brengen zal een wijfje van klein vee, een lam of een jonge geit, voor de zonde; zo zal de priester voor hem vanwege zijn zonde verzoening doen.
11Alzo zal gedaan worden met den enen os, of met den enen ram, of met het klein vee, van de lammeren, of van de geiten.
28Of men zijn zonde, die hij gezondigd heeft, aan hem zal bekend gemaakt hebben; zo zal hij tot zijn offerande brengen een jonge geit, een volkomen wijfje, voor zijn zonde, die hij gezondigd heeft.
23Of men zijn zonde, die hij daartegen gezondigd heeft, aan hem zal bekend gemaakt hebben; zo zal hij tot zijn offer brengen een geitenbok, een volkomen mannetje.
24En hij zal zijn hand op het hoofd van den bok leggen, en zal hem slachten in de plaats, waar men het brandoffer slacht voor het aangezicht des HEEREN; het is een zondoffer.
22En op den tweeden dag zult gij een volkomen geitenbok offeren ten zondoffer; en zij zullen het altaar ontzondigen, gelijk als zij dat ontzondigd hebben met den var.
9Dan zal Aaron den bok, op denwelken het lot voor den HEERE zal gekomen zijn, toebrengen, en zal hem ten zondoffer maken.
10En indien zijn offerande is van klein vee, van schapen of van geiten, ten brandoffer, zal hij een volkomen mannetje offeren.
8Maar gij zult brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE offeren: een jongen var, een ram, zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn;