Numeri 7:32

Statenvertaling (States Bible)

Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 66:15 : 15 Brandofferen van mergbeesten zal ik U offeren, met rookwerk van rammen; ik zal runderen met bokken bereiden. Sela.
  • Mal 1:11 : 11 Maar van den opgang der zon tot haar ondergang, zal Mijn Naam groot zijn onder de heidenen; en aan alle plaats zal Mijn Naam reukwerk toegebracht worden, en een rein spijsoffer; want Mijn Naam zal groot zijn onder de heidenen, zegt de HEERE der heirscharen.
  • Luk 1:10 : 10 En al de menigte des volks was buiten, biddende, ten ure des reukoffers.
  • Opb 8:3 : 3 En er kwam een andere engel, en stond aan het altaar, hebbende een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerks gegeven, opdat hij het met de gebeden aller heiligen zou leggen op het gouden altaar, dat voor den troon is.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 7:25-27
    3 verzen
    98%

    25Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    26Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    27Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:79-81
    3 verzen
    98%

    79Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    80Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    81Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:49-51
    3 verzen
    97%

    49Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    50Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    51Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:61-63
    3 verzen
    97%

    61Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    62Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    63Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:37-39
    3 verzen
    97%

    37Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    38Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    39Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:13-15
    3 verzen
    97%

    13En zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    14Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    15Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:19-21
    3 verzen
    97%

    19Hij offerde zijn offerande: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    20En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    21Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:55-57
    3 verzen
    97%

    55Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    56Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    57Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:73-75
    3 verzen
    97%

    73Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    74Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    75Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:43-45
    3 verzen
    96%

    43Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    44Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    45Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:67-69
    3 verzen
    96%

    67Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

    68Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

    69Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • Num 7:84-86
    3 verzen
    88%

    84Dit was de inwijding des altaars van de oversten van Israel, op den dag als hetzelve gezalfd werd: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden reukschalen.

    85Een zilveren schotel was van honderd dertig sikkelen, en een sprengbekken van zeventig; al het zilver van de vaten was twee duizend en vierhonderd sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms.

    86Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.

  • 31Zijn offerande was: een zilveren schotel, welks gewicht was honderd dertig sikkelen; een zilveren sprengbekken van zeventig sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; zij waren beide vol meelbloem met olie gemengd, ten spijsoffer;

  • 33Een var, een jong rund, een ram, een lam, dat eenjarig was, ten brandoffer;

  • 50Mitsgaders de schalen, en de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; daartoe de herren der deuren van het binnenste huis, van het heilige der heiligen, en der deuren van het huis des tempels, van goud.

  • 75%

    17En louter goud tot de krauwelen, en tot de sprengbekkens, en tot de schotelen, en tot gouden bekers, het gewicht tot elken beker, desgelijks tot zilveren bekers, tot elken beker het gewicht;

    18En tot het reukaltaar gelouterd goud in gewicht; en goud tot het voorbeeld des wagens, te weten der cherubim, die de vleugels zouden uitbreiden, en de ark des verbonds des HEEREN overdekken.

  • 24Hij maakte denzelven uit een talent louter goud, met al zijn vaten,

  • 24Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;

  • 12Hij zal ook een wierookvat vol vurige kolen nemen van het altaar, van voor het aangezicht des HEEREN, en zijn handen vol reukwerk van welriekende specerijen, klein gestoten; en hij zal het binnen den voorhang dragen.

  • 6Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;

  • 27En de tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;

  • 8En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;

  • 27En twintig gouden bekers, tot duizend drachmen; en twee vaten van blinkend goed koper, begeerlijk als goud.

  • 22Mitsgaders de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; aangaande den ingang van het huis, zijn binnenste deuren, van het heilige der heiligen, en de deuren van het huis des tempels waren van goud.