Psalmen 134:1

Statenvertaling (States Bible)

Een lied Hammaaloth. Ziet, looft den HEERE, alle gij knechten des HEEREN! gij, die allen nacht in het huis des HEEREN staat.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Kron 9:33 : 33 Uit dezen zijn ook de zangers, hoofden der vaderen onder de Levieten in de kameren, dienstvrij; want dag en nacht was het op hen, in dat werk te zijn.
  • Ps 135:1-2 : 1 Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN! 2 Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
  • Lev 8:35 : 35 Gij zult dan aan de deur van de tent der samenkomst blijven, dag en nacht, zeven dagen, en zult de wacht des HEEREN waarnemen, opdat gij niet sterft; want alzo is het mij geboden.
  • Opb 19:5 : 5 En een stem kwam uit den troon, zeggende: Looft onzen God, gij al Zijn dienstknechten, en gij, die Hem vreest, beiden klein en groot!
  • Ps 103:21 : 21 Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!
  • Ps 120:1 : 1 Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
  • Ps 121:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.
  • Ps 122:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
  • Ps 123:1 : 1 Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
  • Ps 124:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel,
  • Ps 125:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid.
  • Ps 126:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.
  • Ps 127:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
  • Ps 128:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
  • Ps 129:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;
  • Ps 130:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
  • Ps 130:6 : 6 Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
  • Ps 131:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
  • Ps 132:1 : 1 Een lied Hammaaloth. O HEERE! gedenk aan David, aan al zijn lijden;
  • Ps 133:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.
  • Deut 10:8 : 8 Ter zelver tijd scheidde de HEERE den stam Levi uit, om de ark des verbonds des HEEREN te dragen, om voor het aangezicht des HEEREN te staan, om Hem te dienen, en om in Zijn Naam te zegenen, tot op dezen dag.
  • 1 Kron 9:23 : 23 Zij dan en hun zonen waren aan de poorten van het huis des HEEREN, in het huis der tent, aan de wachten.
  • 1 Kron 23:30-32 : 30 En om alle morgens te staan, om den HEERE te loven en te prijzen; en desgelijks des avonds; 31 En tot al het offeren der brandofferen des HEEREN, op de sabbatten, op de nieuwe maanden, en op de gezette hoogtijden in getal, naar de wijze onder hen, geduriglijk, voor het aangezicht des HEEREN; 32 En dat zij de wacht van de tent der samenkomst zouden waarnemen, en de wacht des heiligdoms, en de wacht der zonen van Aaron, hun broederen, in den dienst van het huis des HEEREN.
  • 2 Kron 29:11 : 11 Mijn zonen, weest nu niet traag; want de HEERE heeft u verkoren, dat gij voor Zijn aangezicht staan zoudt, om Hem te dienen; en opdat gij Hem dienaars en wierokers zoudt wezen.
  • Ps 135:19-21 : 19 Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE. 20 Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE. 21 Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
  • Luk 2:37 : 37 En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten en bidden, God dienende nacht en dag.
  • Opb 7:15 : 15 Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 134:2-3
    2 verzen
    84%

    2Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft den HEERE.

    3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  • Ps 135:1-3
    3 verzen
    82%

    1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!

    2Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!

    3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.

  • Ps 113:1-3
    3 verzen
    80%

    1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.

    2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

    3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.

  • Ps 135:19-21
    3 verzen
    76%

    19Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.

    20Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE.

    21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!

  • Ps 103:20-22
    3 verzen
    74%

    20Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.

    21Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!

    22Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!

  • 30En om alle morgens te staan, om den HEERE te loven en te prijzen; en desgelijks des avonds;

  • 1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.

  • 4Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God!

  • Ps 148:1-3
    3 verzen
    71%

    1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!

    2Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!

    3Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!

  • 1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.

  • 5En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!

  • 19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!

  • 14Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond.

  • 26Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.

  • 3Daarna wendde de koning zijn aangezicht om, en zegende de ganse gemeente van Israel; en de ganse gemeente van Israel stond.

  • 10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.

  • 1Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 4Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 15Gijlieden zijt den HEERE gezegend, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  • 2Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

  • 36Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

  • 22Ook zeide ik te dier tijd tot het volk: Een iegelijk vernachte met zijn jongen binnen Jeruzalem, opdat zij ons des nachts ter wacht zijn, en des daags aan het werk.

  • 18Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!

  • 1Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.

  • 15Daarom zijn zij voor den troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op den troon zit, zal hen overschaduwen.

  • 9Dat Uw priesters bekleed worden met gerechtigheid, en dat Uw gunstgenoten juichen.

  • 2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.

  • 6O Jeruzalem! Ik heb wachters op uw muren besteld, die geduriglijk al den dag en al den nacht niet zullen zwijgen. O gij, die des HEEREN doet gedenken, laat geen stilzwijgen bij ulieden wezen!

  • 1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.

  • 1Voor den opperzangmeester, op de Gittith; een psalm, voor de kinderen van Korach.

  • 29Dat Uw ogen open zijn, nacht en dag, over dit huis, over deze plaats, van dewelke Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal daar zijn; om te horen naar het gebed, hetwelk Uw knecht bidden zal in deze plaats.

  • 4HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.

  • 27Nu dan, het heeft U beliefd te zegenen het huis Uws knechts, dat het in eeuwigheid voor Uw aangezicht zij; want Gij, HEERE, hebt het gezegend, en het zal gezegend zijn in eeuwigheid.

  • 3Wie zal klimmen op den berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid?

  • 13De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.

  • 41En nu, HEERE God, maak U op tot Uw rust, Gij en de ark Uwer kracht; laat Uw priesters, HEERE God, met heil bekleed worden, en laat Uw gunstgenoten over het goede blijde zijn.