Psalmen 136:9

Statenvertaling (States Bible)

De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 31:26 : 26 Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande;
  • Ps 8:3 : 3 Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.
  • Ps 89:36-37 : 36 Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege! 37 Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 136:1-8
    8 verzen
    90%

    1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid;

    2Looft den God der goden; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    3Looft den Heere der heren; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    4Dien, Die alleen grote wonderen doet; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    5Dien, die de hemelen met verstand gemaakt heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    6Dien, Die de aarde op het water uitgespannen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    7Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    8De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • Ps 136:10-26
    17 verzen
    84%

    10Dien, Die de Egyptenaren geslagen heeft in hun eerstgeborenen; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    11En heeft Israel uit het midden van hen uitgebracht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    12Met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    13Dien, Die de Schelfzee in delen deelde; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    14En voerde Israel door het midden van dezelve; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    15Hij heeft Farao met zijn heir gestort in de Schelfzee; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    16Die Zijn volk door de woestijn geleid heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    17Die grote koningen geslagen heeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    18En heeft heerlijke koningen gedood; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    19Sihon, de Amorietischen koning; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    20En Og, den koning van Basan; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    21En heeft hun land ten erve gegeven; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    22Ten erve aan Zijn knecht Israel; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    23Die aan ons gedacht heeft in onze nederigheid; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    24En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    25Die allen vlees spijs geeft; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    26Looft den God des hemels; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 35Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:

  • 3Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!

  • 37Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.

  • Ps 118:1-2
    2 verzen
    72%

    1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

    2Dat Israel nu zegge, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  • 2Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht.

  • Gen 1:14-17
    4 verzen
    72%

    14En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren!

    15En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.

    16God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.

    17En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.

  • 19Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.

  • 1Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 29Loof den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 71%

    3Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.

  • 4Dat degenen, die den HEERE vrezen, nu zeggen, dat Zijn goedertierenheid in der eeuwigheid is.

  • 14En van de uitnemendste inkomsten der zon, en van de uitnemendste voortzetting der maan;

  • 2Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!

  • 34Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

  • 1Looft den HEERE, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 2Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

  • 6De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.

  • 28Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.

  • 6Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.

  • 6En Hij heeft ze bevestigd voor altoos in eeuwigheid; Hij heeft hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden.

  • 17Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;