Psalmen 148:3
Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Looft Hem, zon en maan! Looft Hem, alle gij lichtende sterren!
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
2Looft Hem, al Zijn engelen! Looft Hem, al Zijn heirscharen!
4Looft Hem, gij hemelen der hemelen! en gij wateren, die boven de hemelen zijt!
5Dat zij den Naam des HEEREN loven; want als Hij het beval, zo werden zij geschapen.
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
3Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
3Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.
1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
12Jongelingen en ook maagden; gij ouden met de jongen!
13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
15En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo.
16God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
17En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde.
7Dien, Die de grote lichten heeft gemaakt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
8De zon tot heerschappij op den dag; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
9De maan en sterren tot heerschappij in den nacht; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
5Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
20Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.
21Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!
22Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!
34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.
14En van de uitnemendste inkomsten der zon, en van de uitnemendste voortzetting der maan;
2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.
4Hij telt het getal der sterren; Hij noemt ze allen bij namen.
10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
41Een andere is de heerlijkheid der zon, en een andere is de heerlijkheid der maan, en een andere is de heerlijkheid der sterren; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster.
7Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
7Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle afgronden!
1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
19Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
5Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.
35Zo zegt de HEERE, Die de zon ten lichte geeft des daags, de ordeningen der maan en der sterren ten lichte des nachts, Die de zee klieft, dat haar golven bruisen, HEERE der heirscharen is Zijn Naam:
12Is niet God in de hoogte der hemelen? Zie toch het opperste der sterren aan, dat zij verheven zijn.
6De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.
1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
3Opdat men op de aarde Uw weg kenne, onder alle heidenen Uw heil.
4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.
11De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarhenen, met glans Uw bliksemende spies.
12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
3Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.
1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.