Psalmen 61:5

Statenvertaling (States Bible)

Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 56:12 : 12 Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?
  • Ps 65:1 : 1 Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.
  • Ps 66:19 : 19 Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.
  • Ps 86:11 : 11 Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
  • Ps 115:13 : 13 Hij zal zegenen, die den HEERE vrezen, de kleinen met de groten.
  • Mal 3:16-18 : 16 Alsdan spreken, die den HEERE vrezen, een ieder tot zijn naaste: De HEERE merkt er toch op en hoort, en er is een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, voor degenen, die den HEERE vrezen, en voor degenen, die aan Zijn Naam gedenken. 17 En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient. 18 Dan zult gijlieden wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.
  • Hand 10:35 : 35 Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.
  • Ps 16:5-6 : 5 De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot. 6 De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 56:11-12
    2 verzen
    78%

    11In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.

    12Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?

  • 25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.

  • Ps 61:3-4
    2 verzen
    75%

    3Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.

    4Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 8Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden. [ (Psalms 61:9) Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag. ]

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • Ps 16:5-6
    2 verzen
    73%

    5De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.

    6De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.

  • 6Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.

  • 1Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 14Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.

  • 19Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen den rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 9Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;

  • 71%

    2O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.

  • Ps 60:4-5
    2 verzen
    71%

    4Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.

    5Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  • Ps 111:5-6
    2 verzen
    71%

    5Teth. Hij heeft degenen, die Hem vrezen, spijs gegeven; Jod. Hij gedenkt in der eeuwigheid aan Zijn verbond.

    6Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; Lamed. hun gevende de erve der heidenen.

  • 12Hierbij weet ik, dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.

  • 7Als ik Uwer gedenk op mijn legerstede, zo peins ik aan U in de nachtwaken.

  • 57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.

  • 71%

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 5Want Gij zijt mijn Verwachting, Heere, HEERE! mijn Vertrouwen van mijn jeugd aan.

  • 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

  • 1HEERE! Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want Gij hebt wonder gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.

  • 3Wees mij tot een Rotssteen, om daarin te wonen, om geduriglijk daarin te gaan; Gij hebt bevel gegeven, om mij te verlossen, want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg.

  • 3Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!

  • 7Gij zijt mij een Verberging; Gij behoedt mij voor benauwdheid; Gij omringt mij met vrolijke gezangen van bevrijding. Sela.

  • 50Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.

  • 111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

  • 5Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel.

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • 41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, mijner haters, en ik vernielde hen.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 14Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 12Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]

  • 3Neig Uw oor tot mij, red mij haastelijk; wees mij tot een sterke Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden.

  • 18Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.

  • 9Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. [ (Psalms 52:10) Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. ] [ (Psalms 52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten. ]

  • 16Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

  • 5Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene Zijner tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen.

  • 5Het leven heeft hij van U begeerd. Gij hebt het hem gegeven; lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • 35Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

  • 13O HEERE! Uw Naam is in eeuwigheid; HEERE! Uw gedachtenis is van geslacht tot geslacht.