Psalmen 78:26

Statenvertaling (States Bible)

Hij dreef den oostenwind voort in den hemel, en voerde den zuidenwind aan door Zijn sterkte;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 11:31 : 31 Toen voer een wind uit van den HEERE, en raapte kwakkelen van de zee, en strooide ze bij het leger, omtrent een dagreize, en omtrent een dagreize derwaarts, rondom het leger; en zij waren omtrent twee ellen boven de aarde.
  • Ps 135:7 : 7 Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 7Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

  • Ps 78:27-28
    2 verzen
    78%

    27En regende op hen vlees als stof, en gevleugeld gevogelte als zand der zeeen;

    28En deed het vallen in het midden zijns legers, rondom zijn woningen.

  • Jer 51:15-16
    2 verzen
    75%

    15Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand;

    16Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • 9Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude.

  • 18Hij zendt Zijn woord, en doet ze smelten; Hij doet Zijn wind waaien, de wateren vloeien henen.

  • 21De oostenwind zal hem wegvoeren, dat hij henengaat, en zal hem wegstormen uit zijn plaats.

  • Jer 10:12-13
    2 verzen
    74%

    12Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.

    13Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • 25Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft.

  • 8Met mate hebt Gij met hem getwist, wanneer Gij hem wegstiet; als Hij hem wegnam door Zijn harden wind, in den dag des oostenwinds.

  • Ps 78:23-25
    3 verzen
    72%

    23Daar Hij den wolken van boven gebood, en de deuren des hemels opende;

    24En regende op hen het Man om te eten, en gaf hun hemels koren.

    25Een iegelijk at het brood der Machtigen; Hij zond hun teerkost tot verzadiging.

  • Job 26:12-13
    2 verzen
    72%

    12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

    13Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

  • 24Waar is de weg, daar het licht verdeeld wordt, en de oostenwind zich verstrooit op de aarde?

  • 3Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.

  • 17Hoe uw klederen warm worden, als Hij de aarde stil maakt uit het zuiden?

  • 8Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!

  • 71%

    11En Hij voer op een cherub, en vloog, en werd gezien op de vleugelen des winds.

    12En Hij zette duisternis rondom Zich tot tenten, een samenbinding der wateren, wolken des hemels.

  • 10En Hij boog den hemel, en daalde neder, en donkerheid was onder Zijn voeten.

  • 6Zij gaat naar het zuiden, en zij gaat om naar het noorden; de wind gaat steeds omgaande, en de wind keert weder tot zijn omgangen.

  • Job 28:25-26
    2 verzen
    70%

    25Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate;

    26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;

  • 6Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.

  • 55En wanneer gij den zuidenwind ziet waaien, zo zegt gij: Er zal hitte zijn; en het geschiedt.

  • 19Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.

  • 12Er zal Mij een wind komen, die hun te sterk zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen tegen hen uitspreken.

  • 16En de diepe kolken der zee werden gezien, de gronden der wereld werden ontdekt, door het schelden des HEEREN, van het geblaas des winds van Zijn neus.

  • 13Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.

  • 22Gij heft mij op in den wind; Gij doet mij daarop rijden, en Gij versmelt mij het wezen.

  • 18En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide.

  • 16Want Hij bracht stromen voort uit de steenrots, en deed de wateren afdalen als rivieren.

  • 8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

  • Ps 78:13-14
    2 verzen
    68%

    13Hij kliefde de zee, en deed er hen doorgaan; en de wateren deed Hij staan als een hoop.

    14En Hij leidde hen des daags met een wolk, en den gansen nacht met een licht des vuurs.

  • 10Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren!

  • 22Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

  • 40Zij baden, en Hij deed kwakkelen komen, en Hij verzadigde hen met hemels brood.

  • 3Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

  • 11Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.

  • 26Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is;

  • 7Beving greep hen aldaar aan, smart als van een barende vrouw.

  • 29Hij doet de storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.

  • 13En alzo de zuidenwind zachtelijk waaide, meenden zij hun voornemen verkregen te hebben, en afgevaren zijnde, zeilden zij dicht voorbij Kreta henen.