Psalmen 91:16

Statenvertaling (States Bible)

Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 21:4 : 4 Want Gij komt hem voor met zegeningen van het goede; op zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud.
  • Ps 50:23 : 23 Wie dankoffert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.
  • Spr 3:2 : 2 Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.
  • Spr 3:16 : 16 Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.
  • Deut 6:2 : 2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
  • Job 5:26 : 26 Gij zult in ouderdom ten grave komen, gelijk de korenhoop te zijner tijd opgevoerd wordt.
  • Ps 16:11 : 11 Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.
  • Gen 25:8 : 8 En Abraham gaf den geest en stierf, in goede ouderdom, oud en des levens zat, en hij werd tot zijn volken verzameld.
  • Spr 22:4 : 4 Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.
  • Jes 45:17 : 17 Maar Israel wordt verlost door den HEERE, met een eeuwige verlossing; gijlieden zult niet beschaamd noch tot schande worden, tot in alle eeuwigheden.
  • Jes 65:20-22 : 20 Van daar zal niet meer wezen een zuigeling van weinig dagen, noch een oud man, die zijn dagen niet zal vervullen; want een jongeling zal sterven, honderd jaren oud zijnde, maar een zondaar, honderd jaren oud zijnde, zal vervloekt worden. 21 En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten. 22 Zij zullen niet bouwen, dat het een ander bewone; zij zullen niet planten, dat het een ander ete, want de dagen Mijns volks zullen zijn als de dagen eens booms, en Mijn uitverkorenen zullen het werk hunner handen verslijten.
  • Luk 2:30 : 30 Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,
  • Luk 3:6 : 6 En alle vlees zal de zaligheid Gods zien.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 91:14-15
    2 verzen
    78%

    14Dewijl hij Mij zeer bemint, spreekt God, zo zal Ik hem uithelpen; Ik zal hem op een hoogte stellen, want hij kent Mijn Naam.

    15Hij zal Mij aanroepen, en Ik zal hem verhoren; in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn. Ik zal er hem uittrekken, en zal hem verheerlijken.

  • 11Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

  • 15Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.

  • 6Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.

  • 14Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;

  • 28Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.

  • 51Hij is een Toren der verlossingen Zijns konings, en Hij doet goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad, tot in eeuwigheid.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 50Daarom zal ik U, o HEERE! loven onder de heidenen; en Uw Naam zal ik psalmzingen; [ (Psalms 18:51) Die de verlossingen Zijns konings groot maakt, en goedertierenheid doet aan Zijn gezalfde, aan David en aan zijn zaad tot in eeuwigheid. ]

  • 7Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  • 6Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.

  • 16Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

  • 1Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet.

  • 16En haar priesters zal Ik met heil bekleden, en haar gunstgenoten zullen zeer juichen.

  • 14Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.

  • 2Ik zal tot den HEERE zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! mijn God, op Welken ik vertrouw!

  • 15Mijn mond zal Uw gerechtigheid vertellen, den gansen dag Uw heil; hoewel ik de getallen niet weet.

  • 9Ik zal horen, wat God, de HEERE, spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken; maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren.

  • 9Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • 2Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.

  • Ps 118:17-18
    2 verzen
    70%

    17Ik zal niet sterven, maar leven; en ik zal de werken des HEEREN vertellen.

    18De HEERE heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven.

  • 10Gij, die den koningen overwinning geeft, Die Zijn knecht David ontzet van het boze zwaard;

  • 2Zingt den HEERE, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • 23Zingt den HEERE, gij, ganse aarde, boodschapt Zijn heil van dag tot dag.

  • 2Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.

  • 23Wie dankoffert, die zal Mij eren; en wie zijn weg wel aanstelt, dien zal Ik Gods heil doen zien.

  • 9Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.

  • 20De HEERE was gereed om mij te verlossen; daarom zullen wij op mijn snarenspel spelen; al de dagen onzes levens, in het huis des HEEREN.

  • 5Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.

  • 14Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

  • 2Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.

  • 52Waarmede, o HEERE! Uw vijanden smaden, waarmede zij de voetstappen Uws gezalfden smaden. [ (Psalms 89:53) Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen. ]

  • 40En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.

  • 9Verlos Uw volk, en zegen Uw erve, en weid hen, en verhef hen tot in eeuwigheid.

  • 46Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.

  • 20En Hij voerde mij uit in de ruimte, en rukte mij uit, want Hij had lust aan mij.

  • 16Laat hen verwoest worden tot loon hunner beschaming, die van mij zeggen: Ha, ha!

  • 11De HEERE zal Zijn volk sterkte geven; de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.

  • 14De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.

  • 68%

    8Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken. [ (Psalms 3:9) Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela. ]

  • 26En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren.

  • 4Want Gij komt hem voor met zegeningen van het goede; op zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud.

  • 21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

  • 4Gedenk mijner, o HEERE! naar het welbehagen tot Uw volk, bezoek mij met Uw heil;

  • 18Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.

  • 12Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.