Psalmen 90:14

Statenvertaling (States Bible)

Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 85:6 : 6 Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?
  • Ps 86:4 : 4 Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel.
  • Ps 23:6 : 6 Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; en ik zal in het huis des HEEREN blijven in lengte van dagen.
  • Ps 103:3-5 : 3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; 4 Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden; 5 Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.
  • Fil 4:4 : 4 Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u.
  • Ps 149:2 : 2 Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
  • Ps 31:7 : 7 Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.
  • Ps 36:7-8 : 7 Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten. 8 Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.
  • Ps 65:4 : 4 Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent Gij.
  • Ps 63:3-5 : 3 Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer; 4 Want Uw goedertierenheid is beter dan het leven; mijn lippen zouden U prijzen. 5 Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.
  • Jer 31:15 : 15 Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.
  • Zach 9:17 : 17 Want hoe groot zal zijn goed wezen en hoe groot zal zijn schoonheid wezen! Het koren zal de jongelingen, en de most zal de jonkvrouwen sprekende maken.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 90:15-17
    3 verzen
    86%

    15Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.

    16Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.

    17En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.

  • Ps 90:12-13
    2 verzen
    79%

    12Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

    13Keer weder, HEERE! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.

  • Ps 85:4-7
    4 verzen
    76%

    4Gij hebt weggenomen al Uw verbolgenheid; Gij hebt U gewend van de hittigheid Uws toorns.

    5Breng ons weder, o God onzes heils! en doe te niet Uw toornigheid over ons.

    6Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?

    7Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  • 76%

    20Waarom zoudt Gij ons steeds vergeten? Waarom zoudt Gij ons zo langen tijd verlaten?

    21HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.

  • 24Dit is de dag, dien de HEERE gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen, en verblijd zijn.

  • 2HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.

  • 8Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.

  • 3Zijt ons genadig, o HEERE! zijt ons genadig, want wij zijn der verachting veel te zat.

  • 22Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons; gelijk als wij op U hopen.

  • Ps 90:9-10
    2 verzen
    71%

    9Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.

    10Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.

  • Ps 90:6-7
    2 verzen
    71%

    6In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.

    7Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.

  • 5Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.

  • 18Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt.

  • 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.

  • Ps 119:76-77
    2 verzen
    70%

    76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

    77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

  • 9Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;

  • 2Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

  • 6Zain. Gedenk, HEERE! Uwer barmhartigheden en Uwer goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.

  • 14Dewijl ik den gansen dag geplaagd ben, en mijn straffing is er alle morgens.

  • 16Ik zal hem met langheid der dagen verzadigen, en Ik zal hem Mijn heil doen zien.

  • 5Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.

  • Ps 80:3-4
    2 verzen
    70%

    3Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.

    4O God! breng ons weder, en laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden.

  • 70%

    6Offert offeranden der gerechtigheid, en vertrouwt op den HEERE.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • Ps 119:40-41
    2 verzen
    70%

    40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

    41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

  • 15Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.

  • 159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 5Gij ontmoet den vrolijke, en die gerechtigheid doet dengenen, die Uwer gedenken op Uw wegen; zie, Gij waart verbolgen, omdat wij gezondigd hebben; in dezelve is de eeuwigheid, opdat wij behouden wierden.

  • 15Maar ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen, ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken.

  • 22Cheth. Het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben;

  • 40Nun. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.

  • 23Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.

  • 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  • 7Gij hebt ons onzen naburen tot een twist gesteld, en onze vijanden spotten onder zich.

  • 49Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.

  • 1Een psalm, een lied, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 9Zij worden dronken van de vettigheid Uws huizes; en Gij drenkt hen uit de beek Uwer wellusten.