1 Kronieken 1:46

Statenvertaling (States Bible)

En Husam stierf, en Hadad, de zoon van Bedad, regeerde in zijn plaats, die de Midianieten in het veld van Moab versloeg; en den naam zijner stad was Avith.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 36:32-37
    6 verzen
    95%

    32Bela dan, de zoon van Beor, regeerde in Edom, en de naam zijner stad was Dinhaba.

    33En Bela stierf, en Jobab, de zoon van Zerah, van Bozra, regeerde in zijn plaats.

    34En Jobab stierf, en Husam, uit der Temanieten land, regeerde in zijn plaats.

    35En Husam stierf, en in zijn plaats regeerde Hadad, de zoon van Bedad, die Midian versloeg in het veld van Moab; en de naam zijner stad was Avith.

    36En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

    37En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

  • 80%

    47En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.

    48En Samla stierf, en Saul, van Rehoboth aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

    49En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

    50Als Baal-Hanan stierf, zo regeerde Hadad in zijn plaats, en de naam zijner stad was Pahi, en de naam zijner huisvrouw was Mehetabeel, de dochter van Matred, dochter van Mee-Sahab.

    51Toen Hadad stierf, zo werden vorsten in Edom: de vorst Timna, de vorst Alja, de vorst Jetheth,

  • 80%

    43Dit nu zijn de koningen, die geregeerd hebben in het land van Edom, eer er een koning regeerde over de kinderen Israels: Bela, de zoon van Beor; en de naam zijner stad was Dinhaba.

    44En Bela stierf, en Jobab regeerde in zijn plaats, een zoon van Zerah, van Bozra.

    45En Jobab stierf, en Husam, uit het land der Themanieten, regeerde in zijn plaats.

  • 39En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

  • 21Toen nu Hadad in Egypte hoorde, dat David met zijn vaderen ontslapen, en dat Joab, de krijgsoverste, dood was, zeide Hadad tot Farao: Laat mij gaan, dat ik in mijn land trekke.

  • 11En uit Husim gewon hij Abitub en Elpaal.

  • 67%

    17Doch Hadad was ontvloden, hij en enige Edomietische mannen uit zijns vaders knechten met hem, om in Egypte te komen; Hadad nu was een klein jongsken.

    18En zij maakten zich op van Midian, en kwamen tot Paran, en kwamen in Egypte tot Farao, den koning van Egypte, die hem een huis gaf, en hem voeding toezeide, en hem een land gaf.

  • 24En Hazael, de koning van Syrie, stierf, en zijn zoon Benhadad werd koning in zijn plaats.

  • 1Het geschiedde daarna, als Jabin, de koning van Hazor, dit hoorde, zo zond hij tot Jobab, den koning van Madon, en tot den koning van Simron, en tot den koning van Achsaf,

  • 4Nadat hij geslagen had Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, en Og, den koning van Bazan, welke woonde in Astharoth, te Edrei.

  • 14Abinadab, de zoon van Iddo, was te Mahanaim.

  • 21En alle steden des vlakken lands, en het ganse koninkrijk van Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon regeerde, denwelken Mozes geslagen heeft, mitsgaders de vorsten van Midian, Evi, en Rekem, en Zur, en Hur, en Reba, geweldigen van Sihon, inwoners des lands.

  • 18En Jahza, en Kedemoth, en Mefaath,

  • 5Maar het geschiedde, als Achab gestorven was, dat de koning der Moabieten van den koning van Israel afviel.

  • 26Want Hesbon was de stad van Sihon, den koning der Amorieten; en hij had gestreden tegen den vorigen koning der Moabieten, en hij had al zijn land uit zijn hand genomen, tot aan de Arnon.

  • 23En Kedes, en Hazor, en Jithnan,

  • 1En Moab viel van Israel af, na Achabs dood.

  • Joz 15:26-27
    2 verzen
    64%

    26Amam, en Sema, en Molada,

    27En Hazar-Gadda, en Hesmon, en Beth-Palet,

  • 34Hadid, Zeboim, Neballat,

  • 23Ook hebben de Kafthorieten, die uit Kafthor uittogen, de Avieten, die in Hazerim tot Gaza toe woonden, verdelgd, en aan hun plaats gewoond.

  • 1En het geschiedde na dezen, dat Nahas, de koning der kinderen Ammons, stierf, en zijn zoon werd koning in zijn plaats.

  • 40Alzo ontsliep Achab met zijn vaderen; en zijn zoon Ahazia werd koning in zijn plaats.

  • 3David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heentoog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.

  • 9En uit Hodes, zijn huisvrouw, gewon hij Joab, en Zibja, en Mesa, en Malcham,

  • 19De koning van Madon, een; de koning van Hazor, een;